WftExamenTrainer

🧾 Schadebehandeling en schaderegeling

Waarover dit onderdeel gaat

De adviseur begeleidt de klant van de schademelding tot de uitkering, toetst het standpunt van de verzekeraar en bewaakt de belangen van de klant. Dit onderdeel behandelt het schadeproces, de rechten en plichten uit Boek 7, titel 17 BW, de berekening van de uitkering en de branchecodes.

Het schadeproces en de betrokkenen

De klant meldt de schade zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk (art. 7:941 lid 1 BW) en verschaft alle inlichtingen en bescheiden (lid 2). Daarna volgen de dekkingsbeoordeling (gedekte gebeurtenis, dekkingsbeperking of uitsluiting, eigen gebrek van art. 7:951 BW), de schadevaststelling en het standpunt van de verzekeraar. Bij grotere schades benoemt de verzekeraar een expert, vaak ingeschreven in het NIVRE-register. De verzekerde mag een contra-expert inschakelen; de redelijke kosten van schadevaststelling komen volgens art. 7:959 BW ten laste van de verzekeraar, ook boven de verzekerde som. Bij verschil van mening beslist een vooraf benoemde arbiter. De Gedragscode Expertiseorganisaties eist dat een expert duidelijk maakt in wiens opdracht hij werkt.

Verplichtingen van de klant en sancties

De bereddingsplicht van art. 7:957 BW verplicht tot redelijke maatregelen om schade te beperken: water wegpompen, drogen, noodglas, inboedel elders opslaan. Die kosten vergoedt de verzekeraar, bij onderverzekering naar evenredigheid. Schaadt een te late melding of ontbrekende medewerking de verzekeraar in een redelijk belang, dan mag hij de uitkering verminderen met de geleden schade (art. 7:941 lid 3 BW); een vervalbeding werkt alleen bij zo'n benadeling (lid 4). Bij opzet tot misleiding vervalt het recht op uitkering (lid 5), volgt registratie in het Incidentenregister en het Extern Verwijzingsregister, verhaal van onderzoekskosten en vaak aangifte (Protocol Verzekeraars & Criminaliteit).

Hoogte en samenstelling van de uitkering

De uitkering is de vastgestelde schade (nieuwwaarde, dagwaarde of herbouwwaarde, art. 7:956 BW), bij onderverzekering verminderd volgens de evenredigheidsregel (art. 7:958 lid 5 BW), minus eigen risico, plus bereddings-, expertise- en opruimingskosten en extra kosten zoals hotelkosten. Een franchise is een drempel. Bij oververzekering geldt het indemniteitsbeginsel van art. 7:960 BW; bij totaal verlies wordt de restwaarde verrekend. Openstaande premie wordt verrekend; na een vruchteloze aanmaning (art. 7:934 BW) is de dekking geschorst. Bij samenloop (art. 7:961 BW) kiest de verzekerde de gunstigste polis; verzekeraars verhalen onderling naar evenredigheid. Na uitkering treedt de verzekeraar door subrogatie (art. 7:962 BW) in de rechten van de verzekerde, maar niet tegenover gezinsleden, de partner of de werkgever.

Letselschade, klachten en verjaring

Bij letsel kan de benadeelde op grond van art. 7:954 BW rechtstreekse betaling van de aansprakelijkheidsverzekeraar verlangen. De Gedragscode Behandeling Letselschade stelt de benadeelde centraal en kent termijnen, zoals een standpunt over de aansprakelijkheid binnen drie maanden; de Letselschaderichtlijnen van De Letselschade Raad normeren huishoudelijke hulp, kilometervergoeding en licht letsel. Smartengeld (art. 6:106 BW), verplaatste schade (art. 6:107 BW) en buitengerechtelijke kosten (art. 6:96 BW) vullen de vergoeding aan. Na een afwijzing volgt eerst de interne klachtprocedure, daarna het Kifid of de rechter; de vordering verjaart drie jaar na een ondubbelzinnige afwijzing (art. 7:942 BW). Alles wordt vastgelegd in een reproduceerbaar schadedossier.

Doe de gratis oefentoets · volledige vragenbank en proefexamens met het maandabonnement

Voorbeeldvragen (35)

1. Welke volgorde van stappen beschrijft het schadebehandelingsproces onder een particuliere schadeverzekering het meest nauwkeurig?

  1. Melding en registratie, dekkingsbeoordeling, schadevaststelling, standpunt van de verzekeraar, uitkering of herstel en eventueel regres
  2. Schadevaststelling door een expert, daarna pas melding bij de verzekeraar, premiecontrole, uitkering en tot slot de dekkingsbeoordeling
  3. Melding, directe uitkering van het geclaimde bedrag, controle achteraf door een expert en terugvordering bij afwijzing
  4. Aangifte bij de politie, taxatie door de adviseur, goedkeuring door Stichting CIS en betaling door de verzekeraar

Het schadeproces begint met de melding van art. 7:941 BW, waarna de verzekeraar de schade registreert en bevestigt, beoordeelt of de gebeurtenis onder de dekking valt, de omvang laat vaststellen (herstelnota, foto's of een expert), een standpunt inneemt en uitkeert of laat herstellen; daarna kan hij regres nemen via subrogatie (art. 7:962 BW). Uitkering vóór de dekkingsbeoordeling of taxatie door de adviseur zelf komt in het proces niet voor.

2. Na een uitslaande brand in de woning van de familie Hamdi bedraagt de inboedelschade naar schatting € 70.000. De adviseur, een expert van de verzekeraar, een reconditioneringsbedrijf en Stichting Salvage zijn betrokken. Wie stelt in dit proces de omvang van de schade vast?

  1. De expert die de verzekeraar heeft benoemd; de verzekerde mag daarnaast een contra-expert inschakelen
  2. De adviseur, omdat hij het klantdossier beheert en als bemiddelaar de schade namens de verzekeraar moet taxeren
  3. Stichting Salvage, die na een brand altijd het definitieve schadebedrag bepaalt en dat aan de verzekeraar doorgeeft
  4. Het reconditioneringsbedrijf, omdat alleen de hersteller kan beoordelen welke zaken nog te redden zijn en wat de rest kost

Bij een grote schade benoemt de verzekeraar een schade-expert, meestal een NIVRE-register-expert, die oorzaak, toedracht en omvang vaststelt; de verzekerde kan op grond van de polis en art. 7:959 BW een contra-expert benoemen. Stichting Salvage biedt direct na de brand hulp en beperkt vervolgschade, de adviseur begeleidt en bewaakt het proces, en het reconditioneringsbedrijf voert het herstel uit maar bepaalt de schadeomvang niet.

3. Wat is de taak van de schade-expert die een verzekeraar na een grote waterschade inschakelt?

  1. Hij beslist namens de verzekeraar of de schade gedekt is en bepaalt zelfstandig de hoogte van de uitkering die wordt overgemaakt
  2. Hij voert het herstel uit en factureert de kosten rechtstreeks aan de verzekeraar, zodat de verzekerde niets hoeft voor te schieten
  3. Hij onderzoekt oorzaak en toedracht en stelt de omvang van de schade vast; over de dekking beslist de verzekeraar zelf op basis van zijn rapport
  4. Hij behartigt de belangen van de verzekerde tegenover de verzekeraar en onderhandelt over een zo hoog mogelijk schadebedrag

De expert is een deskundige die feiten vaststelt: oorzaak, toedracht en omvang van de schade, vaak in een rapport met een schadespecificatie. De dekkingsbeslissing is een juridische beoordeling die de verzekeraar zelf maakt; de Gedragscode Expertiseorganisaties benadrukt dat de expert onafhankelijk rapporteert en niet de belangen van één partij behartigt. Herstel is het werk van de hersteller, niet van de expert.

4. De expert van de verzekeraar stelt de brandschade aan de inboedel van mevrouw Roos vast op € 18.000. Zij vindt dat bedrag veel te laag en vraagt haar adviseur wat zij kan doen. Wat is het juiste antwoord?

  1. Zij kan alleen een klacht indienen bij het Kifid, omdat het rapport van een NIVRE-expert voor beide partijen bindend is vastgesteld
  2. Zij moet het rapport accepteren, maar kan de adviseur vragen een herbeoordeling door dezelfde expert te laten uitvoeren
  3. Zij mag een eigen contra-expert benoemen; de redelijke kosten daarvan komen ten laste van de verzekeraar
  4. Zij kan een contra-expert inschakelen, maar moet diens honorarium altijd volledig zelf betalen

Een verzekerde die het niet eens is met de expert van de verzekeraar mag een eigen expert (contra-expert) benoemen; de redelijke kosten tot het vaststellen van de schade komen volgens art. 7:959 lid 1 BW ten laste van de verzekeraar, en voor consumenten mag de polis dat tot de verzekerde som niet uitsluiten (art. 7:963 lid 6 BW). Een expertiserapport is geen bindende vaststelling; komen beide experts er niet uit, dan beslist de arbiter.

5. De expert van de verzekeraar en de contra-expert van de verzekerde komen na overleg niet tot hetzelfde schadebedrag. Hoe wordt het geschil volgens de gebruikelijke expertiseregeling in de polis opgelost?

  1. Een vooraf door beide experts benoemde arbiter (derde expert) beslist bindend, binnen de grenzen van de twee vastgestelde bedragen
  2. De verzekeraar stelt het bedrag definitief vast op het gemiddelde van beide rapporten, omdat de wet bij verschil van mening middeling voorschrijft
  3. De verzekerde moet een procedure bij de rechter beginnen, omdat alleen een rechter een expertiserapport terzijde mag schuiven
  4. Het Kifid benoemt ambtshalve een nieuwe expert die het onderzoek van beide experts geheel overdoet

De expertiseregeling in de meeste polissen bepaalt dat de twee experts vóór aanvang van hun werk in een akte van benoeming een derde expert (arbiter) aanwijzen; bij verschil van mening stelt die het schadebedrag bindend vast, meestal binnen de grenzen van de beide taxaties. De wet kent geen middelingsregel; een gang naar de rechter of het Kifid is pas aan de orde bij een geschil over de dekking, niet over de taxatie.

6. Wat betekent het als een schade-expert is ingeschreven in het register van het NIVRE?

  1. Hij is in dienst van het Verbond van Verzekeraars en werkt daardoor per definitie onafhankelijk van de verzekeraar die hem inschakelt
  2. Hij voldoet aan eisen van opleiding en permanente educatie en valt onder gedragsregels met tuchtrecht
  3. Zijn rapport is wettelijk bindend voor verzekeraar en verzekerde, zodat een contra-expertise niet meer mogelijk is
  4. Hij heeft een vergunning van de AFM voor het vaststellen van schade en mag daardoor ook over de dekking beslissen

Het NIVRE (Nederlands Instituut Van Register Experts) houdt een register van schade-experts die aan opleidingseisen voldoen, permanente educatie volgen en gebonden zijn aan gedragsregels met een eigen tuchtrechtspraak. Inschrijving is een kwaliteitskeurmerk, geen vergunning van de AFM en geen dienstverband bij het Verbond van Verzekeraars; het rapport van een register-expert blijft een deskundigenoordeel waartegen een contra-expertise mogelijk is.

7. Welke verplichting legt de Gedragscode Expertiseorganisaties van het Verbond van Verzekeraars op aan een expert die bij een verzekerde thuis de schade opneemt?

  1. Hij moet de verzekerde vooraf schriftelijk een vaste vergoeding toezeggen voor de tijd die de schadeopname in beslag neemt
  2. Hij mag alleen in aanwezigheid van de adviseur van de verzekerde de schade opnemen, om belangenverstrengeling te voorkomen
  3. Hij maakt bij aanvang duidelijk in wiens opdracht hij werkt, wat zijn rol is en hoe de verzekerde bezwaar kan maken tegen zijn bevindingen
  4. Hij stelt direct ter plaatse de uitkering vast en betaalt een voorschot uit namens de verzekeraar

De Gedragscode Expertiseorganisaties verlangt transparantie: de expert legt uit voor wie hij werkt (verzekeraar of verzekerde), wat zijn opdracht inhoudt, dat hij onafhankelijk en deskundig rapporteert en hoe de verzekerde kan reageren op het rapport of een klacht kan indienen. Een vergoeding voor de tijd van de verzekerde, verplichte aanwezigheid van de adviseur of het uitbetalen van voorschotten door de expert maken geen deel uit van de code.

8. Wie betaalt gewoonlijk de expert die de verzekeraar na een inbraak in de woning van meneer Lucas inschakelt, en wie betaalt een eventuele arbiter?

  1. De verzekeraar betaalt zijn eigen expert; de kosten van de arbiter komen volgens de meeste polissen ook voor zijn rekening
  2. De verzekeraar betaalt zijn expert, maar de arbiter wordt altijd volledig door de verzekerde betaald omdat die het geschil veroorzaakt
  3. Meneer Lucas betaalt de expert van de verzekeraar uit zijn eigen risico en de arbiter wordt gelijk verdeeld tussen beide experts persoonlijk
  4. Beide worden betaald door het NIVRE uit een gezamenlijk fonds dat alle verzekeraars jaarlijks naar rato van hun premie vullen

De expert van de verzekeraar werkt in diens opdracht en wordt door hem betaald; de redelijke kosten van de contra-expert en van de arbiter vallen onder de kosten tot het vaststellen van de schade van art. 7:959 BW en komen in de gangbare expertiseregeling eveneens ten laste van de verzekeraar. Het NIVRE is een registerinstituut en geen fonds; het eigen risico wordt op de uitkering ingehouden en niet gebruikt om experts te betalen.

9. Na een melding van stormschade belt de verzekeraar mevrouw Dijkstra dezelfde dag, bevestigt de dekking, stuurt een aangesloten dakdekker langs en betaalt een voorschot voor de noodreparatie. Welke principes van een actief schaderegelingsbeleid herkent de adviseur hierin?

  1. Uitsluitend kostenbeheersing: de verzekeraar wil met de eigen dakdekker en het voorschot voorkomen dat een contra-expert wordt ingeschakeld
  2. Snelheid, transparantie over de dekking en klantgerichtheid, met schadesturing naar een hersteller om de afwikkeling te versnellen
  3. Een schikking onder voorbehoud: door snel te betalen ontloopt de verzekeraar zijn verplichting om de schade nog vast te stellen
  4. Een wettelijk verplichte werkwijze: art. 7:941 BW schrijft voor dat elke schade binnen een dag wordt bevestigd

Een actief schaderegelingsbeleid betekent dat de verzekeraar het initiatief neemt: snel contact, duidelijkheid over de dekking, begrijpelijke informatie, voorschotten waar nodig en sturing naar aangesloten herstellers (schadesturing), zoals de Gedragscode Verzekeraars en de klantgerichte kernwaarden van het Verbond van Verzekeraars vragen. De wet stelt geen termijn van één dag; kostenbeheersing speelt mee, maar is niet het enige doel.

10. Wat wordt bedoeld met schadesturing bij de afwikkeling van een particuliere schadeverzekering?

  1. De verzekeraar wijst een expert aan die de verzekerde begeleidt bij het invullen van het schadeformulier en de aangifte
  2. De verzekeraar draagt de behandeling van de claim over aan de adviseur, die de uitkering vaststelt en namens hem betaalt
  3. De verzekeraar verrekent het eigen risico met toekomstige premies zodat de verzekerde de schade sneller vergoed krijgt
  4. De verzekeraar stuurt de verzekerde naar een aangesloten hersteller en laat de schade in natura herstellen

Schadesturing houdt in dat de verzekeraar de verzekerde naar een gecontracteerd herstelbedrijf leidt en de schade in natura laat herstellen, vaak met voordelen als geen of een lager eigen risico, garantie op het herstel, vervangend vervoer en een snellere afwikkeling; de verzekeraar profiteert van inkoopvoordeel en kostenbeheersing (toetsterm 1h.3). De adviseur stelt geen uitkeringen vast, en verrekening van het eigen risico met premies bestaat niet.

11. De cascoverzekeraar van meneer Bos verwijst hem na een aanrijding naar een aangesloten schadeherstelbedrijf. Meneer Bos wil liever zijn eigen garage laten repareren. Wat is juist?

  1. Hij is verplicht naar de aangesloten hersteller te gaan, omdat de verzekeraar bij schadesturing het herstel volledig mag bepalen
  2. Hij mag zelf een hersteller kiezen, maar de polis mag daaraan gevolgen verbinden, zoals een hoger eigen risico of geen vervangend vervoer
  3. Hij mag zelf kiezen en de verzekeraar moet dan precies dezelfde voorwaarden bieden als bij de aangesloten hersteller
  4. Hij mag alleen zelf kiezen als zijn eigen garage een NIVRE-registratie heeft en het herstel garandeert

Schadesturing beperkt de vrije keuze van de verzekerde niet, maar de polisvoorwaarden mogen het gebruik van een aangesloten hersteller belonen: bij herstel elders geldt vaak een hoger eigen risico, geen vervangend vervoer of een vergoeding op basis van de expertisecalculatie in plaats van de garagenota. Die verschillen moeten transparant in de voorwaarden staan (toetsterm 1h.3); een NIVRE-registratie geldt voor experts, niet voor garages.

12. Na een lekkage meldt mevrouw Sikkema de schade en hoort van de verzekeraar dat een expert binnen drie dagen komt kijken. Zij laat ondertussen de beschadigde vloer verwijderen en afvoeren, zonder foto's te maken. Wat is het gevolg?

  1. De verzekeraar moet de schade volledig vergoeden, omdat de bereddingsplicht haar verplichtte de beschadigde vloer zo snel mogelijk te verwijderen
  2. De verzekeraar mag de claim alleen afwijzen als hij bewijst dat mevrouw Sikkema opzettelijk de schade hoger heeft voorgesteld
  3. De uitkering wordt met een vast wettelijk percentage van 25 % verlaagd wegens schending van de medewerkingsplicht
  4. De verzekeraar is in een redelijk belang geschaad en mag de uitkering verminderen of, als de polis dat bedingt, weigeren

De verzekerde moet de verzekeraar in staat stellen de schade vast te stellen (art. 7:941 lid 2 BW); wie het bewijs vernietigt vóór de aangekondigde expertise, schaadt de verzekeraar in een redelijk belang. Dan mag de verzekeraar de uitkering verminderen met de daardoor geleden schade (lid 3) en, als de polis een vervalbeding kent, het recht op uitkering laten vervallen (lid 4). Beredding vraagt om schadebeperking, niet om het wegwerken van bewijs; een vast percentage kent de wet niet.

13. De polisvoorwaarden van de aansprakelijkheidsverzekering van meneer Vonk verbieden hem aansprakelijkheid te erkennen. Nadat zijn hond een fietser heeft laten vallen, zegt hij tegen het slachtoffer: 'Mijn hond is losgeschoten, dat is mijn fout.' Wat is het gevolg voor de dekking?

  1. Geen: art. 7:953 BW bepaalt dat overtreding van zo'n verbod geen gevolg heeft voor zover de erkenning juist is, en dat is hier zo
  2. De dekking vervalt, omdat de verzekeraar door de erkenning zijn recht verliest om de aansprakelijkheid nog te betwisten en dus in zijn belang is geschaad
  3. De verzekeraar mag de uitkering met de helft verminderen, omdat de erkenning de schaderegeling met de fietser heeft bemoeilijkt
  4. De verzekeraar moet uitkeren, maar mag daarna het volledige bedrag op meneer Vonk verhalen wegens wanprestatie

Art. 7:953 BW bepaalt dat een verbod op erkenning van aansprakelijkheid geen gevolg heeft voor zover de erkenning juist is; de bezitter van een dier is bovendien kwalitatief aansprakelijk (art. 6:179 BW), zodat de erkenning de rechtspositie van de verzekeraar niet verslechtert. Het verbod beschermt de verzekeraar alleen tegen onjuiste erkenningen; halvering of verhaal op de verzekerde is bij een juiste erkenning niet aan de orde.

14. Meneer Adema claimt na een inbraak € 12.000 aan gestolen elektronica, maar weigert de expert van de verzekeraar toe te laten in zijn woning en levert de gevraagde aankoopbewijzen niet aan. Hoe mag de verzekeraar hierop reageren?

  1. Hij mag de behandeling opschorten en de uitkering verminderen voor zover hij in een redelijk belang is geschaad
  2. Hij mag de claim direct als fraude registreren in het Extern Verwijzingsregister, omdat weigering van medewerking opzet bewijst
  3. Hij mag alleen het eigen risico verdubbelen; verdere sancties vereisen een uitspraak van de Geschillencommissie Kifid
  4. Hij moet het geclaimde bedrag binnen dertig dagen uitkeren, omdat de bewijslast voor fraude volledig bij de verzekeraar ligt

De verzekerde moet de verzekeraar alle inlichtingen en bescheiden geven die nodig zijn om de uitkeringsplicht te beoordelen (art. 7:941 lid 2 BW) en aan het onderzoek meewerken. Doet hij dat niet, dan mag de verzekeraar de behandeling opschorten en de uitkering verminderen met de schade die hij door de niet-nakoming lijdt (lid 3). Weigering is een fraude-indicator, maar geen bewijs van opzet tot misleiding; registratie in het EVR vereist een gegrond vermoeden volgens het Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem.

15. Mevrouw Kuiper ontdekt in februari een stormschade aan haar dakkapel, laat het meteen provisorisch dichten en fotograferen, maar meldt de schade pas in mei omdat zij dacht dat het eigen risico hoger was dan de schade. De polis eist melding 'zo spoedig mogelijk'. Wat mag de verzekeraar doen?

  1. Hij mag de claim afwijzen, omdat een melding drie maanden na de gebeurtenis nooit meer als 'zo spoedig mogelijk' kan gelden
  2. Hij mag de claim afwijzen, omdat de wet een vaste meldingstermijn van veertien dagen kent voor materiële schades
  3. Hij moet de schade vergoeden, maar mag het eigen risico verdubbelen als sanctie voor de te late melding
  4. Hij moet de schade in beginsel vergoeden; alleen als hij aantoont dat de late melding hem heeft benadeeld, mag hij de uitkering met die schade verminderen

Art. 7:941 lid 1 BW eist melding zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk, maar een te late melding heeft alleen gevolgen als de verzekeraar daardoor in een redelijk belang is geschaad: dan mag hij de uitkering verminderen met de daardoor geleden schade (lid 3) of een bedongen verval inroepen (lid 4). Hier zijn oorzaak en omvang dankzij de foto's nog goed vast te stellen, zodat benadeling ontbreekt. De wet kent geen vaste termijn van veertien dagen en geen verdubbeling van het eigen risico.

16. Meneer Gerrits meldt een waterschade pas na zeven maanden, nadat de badkamer al volledig is verbouwd; er zijn geen foto's of nota's van het beschadigde deel bewaard. De polis bepaalt dat het recht op uitkering vervalt als de verzekeraar door te late melding in een redelijk belang is geschaad. Welk standpunt is juist?

  1. De verzekeraar moet de schade volledig vergoeden, omdat een vervalbeding wegens te late melding in een consumentenpolis altijd nietig is
  2. De verzekeraar mag zich op het vervalbeding beroepen, omdat hij de oorzaak en de omvang van de schade niet meer kan vaststellen
  3. De verzekeraar moet uitkeren op basis van de verbouwingsnota, omdat een verbouwing na een waterschade als schadebeperkende maatregel geldt
  4. De verzekeraar mag uitsluitend een vermindering van 10 % toepassen, omdat verval alleen bij fraude mogelijk is

Een vervalbeding bij te late melding is toegestaan, maar werkt volgens art. 7:941 lid 4 BW alleen als de verzekeraar door de niet-nakoming in een redelijk belang is geschaad. Zonder foto's, nota's of restanten kan hij oorzaak, dekking en omvang niet meer beoordelen, wat een reële benadeling is. Verval is dus niet beperkt tot opzet tot misleiding (lid 5); een verbouwingsnota bewijst de schade niet en de wet kent geen vast verminderingspercentage.

17. De inwonende zoon van mevrouw Postma, die als medeverzekerde op haar inboedelpolis staat, ontdekt dat zijn laptop uit de gedeelde woning is gestolen. Zijn moeder, de verzekeringnemer, is drie weken op reis en weet van niets. Wie moet de schade melden en wanneer?

  1. De zoon, als tot uitkering gerechtigde, zodra hij van de diefstal weet; de meldingsplicht rust niet alleen op de verzekeringnemer
  2. Alleen mevrouw Postma na terugkeer, omdat de meldingsplicht van art. 7:941 BW uitsluitend rust op degene die de premie betaalt en de polis tekende
  3. De adviseur, omdat hij als bemiddelaar wettelijk verantwoordelijk is voor elke melding onder de polissen in zijn portefeuille
  4. Niemand hoeft te melden zolang de politieaangifte is gedaan; die vervangt de melding aan de verzekeraar

Art. 7:941 lid 1 BW legt de meldingsplicht op de verzekeringnemer én op de tot uitkering gerechtigde, zodra hij van de verwezenlijking van het risico op de hoogte is of behoort te zijn, zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk. De medeverzekerde zoon kan en moet dus zelf melden. Aangifte bij de politie is een aanvullende polisverplichting bij diefstal, geen vervanging van de melding; de adviseur helpt bij de melding, maar draagt de plicht niet.

18. Op het schadeformulier vraagt de inboedelverzekeraar of de schade ook onder een andere verzekering is gedekt. Waarom is dat gegeven voor de verzekeraar van belang?

  1. Bij samenloop mag hij de uitkering opschorten tot de andere polissen bekend zijn en later onderling verhaal nemen
  2. Hij mag de premie met terugwerkende kracht verhogen als blijkt dat de verzekerde hetzelfde belang twee keer heeft verzekerd
  3. Hij moet de schade dan dubbel uitkeren, omdat de verzekerde voor beide polissen premie heeft betaald en recht heeft op beide
  4. Bij samenloop vervalt zijn uitkeringsplicht automatisch, omdat de verzekering die het eerst is gesloten de schade moet dragen

Bij samenloop mag de verzekerde volgens art. 7:961 lid 1 BW elke verzekeraar aanspreken, maar die verzekeraar mag zijn uitkering opschorten totdat de verzekerde de andere verzekeringen heeft genoemd; daarna nemen de verzekeraars onderling verhaal naar evenredigheid (lid 3). Dubbele uitkering is in strijd met het indemniteitsbeginsel van art. 7:960 BW, en een oudste-polisregel of premieverhoging met terugwerkende kracht kent de wet niet.

19. Welke gegevens en bescheiden vraagt een inboedelverzekeraar gewoonlijk op bij een claim wegens diefstal na braak, en waarom?

  1. Alleen een lijst van gestolen zaken met geschatte waarde, omdat de verzekeraar bij diefstal de opgave van de verzekerde moet volgen
  2. Politieaangifte, sporen van braak, aankoopbewijzen of foto's van de gestolen zaken en een specificatie, om gebeurtenis, dekking en omvang te toetsen
  3. Een taxatierapport van een beëdigd taxateur voor elk gestolen voorwerp, omdat de wet dit als enig bewijsmiddel erkent
  4. Een verklaring van de buren en een uittreksel uit het Kadaster, om te bewijzen dat de verzekerde eigenaar van de woning is

De verzekeraar moet kunnen vaststellen dat de gedekte gebeurtenis heeft plaatsgevonden (aangifte, braaksporen), dat de zaken tot de verzekerde inboedel behoorden en wat hun waarde was (aankoopnota's, foto's, bankafschriften, garantiebewijzen). Art. 7:941 lid 2 BW verplicht de verzekerde deze inlichtingen en bescheiden te verschaffen; de bewijsregels zijn vrij, dus een taxatierapport is geen wettelijk vereiste, en de eigendom van de woning is bij een inboedelclaim niet relevant.

20. Bij het controleren van een schadeformulier ziet de adviseur dat de familie Wong als schadedatum 3 maart opgeeft, terwijl de inboedelverzekering volgens het dossier pas op 10 maart is ingegaan. Hoe handelt de adviseur correct?

  1. Hij past de schadedatum zelf aan naar 11 maart, omdat hij als bemiddelaar bevoegd is kennelijke fouten in het formulier te herstellen
  2. Hij stuurt het formulier ongewijzigd door en laat de beoordeling van de ingangsdatum en de dekking volledig aan de verzekeraar over
  3. Hij wijst de claim zelf af, omdat een schade die vóór de ingangsdatum is ontstaan nooit gedekt kan zijn
  4. Hij bespreekt de tegenstrijdigheid met de klant, controleert de werkelijke datum en stuurt pas daarna een juist formulier door

De adviseur controleert of de schadeaangifte juist en volledig is ingevuld en vergelijkt de gegevens met het klantdossier (toetsterm 2g.1). Een schadedatum vóór de ingangsdatum kan een vergissing zijn, maar ook betekenen dat er geen dekking is; de adviseur verifieert dat met de klant. Zelf de datum wijzigen is het manipuleren van een verklaring en kan onder art. 7:941 lid 5 BW als opzet tot misleiding gelden; afwijzen is aan de verzekeraar, niet aan de adviseur.

21. Meneer Blom meldt 'stormschade' aan zijn schutting. De adviseur ziet dat het KNMI op die dag windkracht 6 registreerde, terwijl de polis storm omschrijft als windkracht 7 of hoger. Wat is de juiste stap van de adviseur?

  1. Hij legt de klant de polisdefinitie uit, onderzoekt of de schade een andere gedekte oorzaak heeft en meldt de feiten volledig
  2. Hij adviseert de klant in de melding 'windkracht 8' op te geven, omdat de verzekeraar de windkracht ter plaatse toch niet kan controleren
  3. Hij dient de claim in als stormschade, want de verzekeraar moet de opgave van de verzekerde volgen als die te goeder trouw is
  4. Hij houdt de melding tegen, omdat een schade onder windkracht 7 nooit onder een opstalverzekering kan vallen

De adviseur toetst de melding aan de polis en aan de beschikbare feiten (toetsterm 2g.1): stormschade is meestal gedefinieerd als schade door wind met een snelheid van ten minste 14 meter per seconde (windkracht 7). Is dat niet gehaald, dan kan de schade nog gedekt zijn door een andere oorzaak, bijvoorbeeld een omgevallen boom. Een onjuiste opgave adviseren is meewerken aan misleiding (art. 7:941 lid 5 BW); de melding tegenhouden ontneemt de klant zijn recht op een beoordeling.

22. Na een inbraak claimt mevrouw Nijhof een horloge van € 2.500, maar zij heeft geen aankoopbon meer. De verzekeraar vraagt om bewijs van bezit en waarde. Wat adviseert de adviseur?

  1. De claim intrekken, omdat een verzekeraar zonder originele aankoopbon wettelijk geen uitkering voor kostbaarheden mag doen
  2. Een nieuwe bon laten opstellen door een willekeurige juwelier voor een vergelijkbaar horloge en die als aankoopbon indienen
  3. Het bedrag verlagen tot het eigen risico, zodat de verzekeraar geen bewijs meer hoeft te vragen en de claim snel sluit
  4. Alternatief bewijs aanleveren, zoals foto's, een bankafschrift, het garantiebewijs of een verklaring van de juwelier

De verzekerde moet aannemelijk maken dat hij de zaak bezat en wat die waard was, maar de bewijsmiddelen zijn vrij: foto's waarop het horloge zichtbaar is, een bankafschrift, een garantie- of taxatiebewijs of een verklaring van de winkelier volstaan vaak (art. 7:941 lid 2 BW, toetsterm 2g.5). Een bon laten opmaken voor een aankoop die niet heeft plaatsgevonden is een valse verklaring en leidt tot verval van het recht op uitkering (lid 5).

23. In welke situatie is een verzekeraar door het gedrag van de verzekerde na een schade in een redelijk belang geschaad, zodat art. 7:941 lid 3 BW hem toestaat de uitkering te verminderen?

  1. De verzekerde meldt een schade per e-mail in plaats van via het schadeformulier dat de verzekeraar op zijn website aanbiedt
  2. De verzekerde schakelt een contra-expert in, waardoor de verzekeraar hogere expertisekosten moet dragen dan hij had begroot
  3. De verzekerde laat de schade herstellen door een ander bedrijf dan het door de verzekeraar geadviseerde
  4. De verzekerde meldt een aanrijding met een aansprakelijke derde pas nadat diens gegevens onvindbaar zijn geworden, zodat verhaal onmogelijk is

Benadeling in een redelijk belang doet zich voor als de verzekeraar door de niet-nakoming iets verliest wat hij anders had gehad: de mogelijkheid de schade te onderzoeken, fraude te toetsen of regres te nemen op de aansprakelijke derde via subrogatie (art. 7:962 BW). Verlies van verhaal is een concreet nadeel dat hij op de uitkering mag verminderen (art. 7:941 lid 3 BW). De vorm van de melding, een contra-expertise of de keuze van een hersteller zijn rechten van de verzekerde, geen benadeling.

24. Waarom moet de adviseur alle stappen van een schadebehandeling, inclusief de motivering van de verzekeraar en zijn eigen adviezen, vastleggen in het schadedossier?

  1. Omdat de AFM elk schadedossier van een bemiddelaar binnen een maand na sluiting inhoudelijk controleert en anders een boete oplegt
  2. Zodat het schadeproces reproduceerbaar is en de klant kan nagaan hoe en waarom bepaalde stappen zijn gezet
  3. Omdat de verzekeraar zonder een volledig dossier van de adviseur wettelijk niet tot uitkering mag overgaan
  4. Omdat de premie voor het volgende jaar wordt berekend op basis van de omvang van het dossier

Toetsterm 2h.1 vraagt dat alle relevante informatie uit het schadeproces zo wordt opgeslagen dat het traject reproduceerbaar is: de klant kan inzage vragen en de adviseur moet kunnen uitleggen hoe tot elke stap is gekomen, ook bij een klacht of een Kifid-procedure. Het dossier bewijst bovendien dat de adviseur zijn zorgplicht (art. 4:24a Wft) is nagekomen. De AFM controleert steekproefsgewijs, niet elk dossier; een uitkering hangt niet af van het dossier van de adviseur.

25. Mevrouw Fortuin vraagt haar adviseur, na een moeizaam afgewikkelde brandschade, inzage in het volledige schadedossier dat hij over haar heeft bijgehouden. Hoe hoort de adviseur te reageren?

  1. Hij geeft haar inzage in de gegevens die over haar zijn vastgelegd en licht toe hoe en waarom het schadeproces zo is verlopen
  2. Hij weigert, omdat interne notities en correspondentie met de verzekeraar eigendom van het kantoor zijn en onder het bedrijfsgeheim vallen
  3. Hij verwijst haar naar de verzekeraar, omdat alleen de risicodrager wettelijk verplicht is een schadedossier bij te houden
  4. Hij stuurt het dossier uitsluitend na een schriftelijk verzoek van het Kifid, een advocaat of de rechter

De klant heeft een inzagerecht in de persoonsgegevens die over hem zijn verwerkt (art. 15 AVG), en toetsterm 2h.1 gaat ervan uit dat de klant het dossier kan raadplegen om na te gaan hoe het schadeproces is verlopen. De adviseur houdt zelf een dossier bij als onderdeel van zijn zorgplicht (art. 4:24a Wft); een verzoek van het Kifid of een advocaat is niet vereist, en bedrijfsgeheim rechtvaardigt geen algehele weigering.

26. Bij een inbraak worden sieraden van mevrouw Achterberg ter waarde van € 9.000 gestolen. Haar inboedelpolis vergoedt sieraden bij diefstal tot maximaal € 6.000 per gebeurtenis. Hoe kwalificeert de adviseur deze polisbepaling?

  1. Als een dekkingsbeperking: de schade is gedekt, maar de vergoeding is begrensd tot € 6.000
  2. Als een eigen risico: de verzekeraar keert € 9.000 uit onder aftrek van € 6.000 die voor eigen rekening blijven
  3. Als onderverzekering: de uitkering wordt naar evenredigheid van € 6.000 tot € 9.000 verlaagd tot € 4.000
  4. Als een uitsluiting: sieraden vallen buiten de inboedeldekking, zodat de verzekeraar niets hoeft te vergoeden

Een dekkingsbeperking begrenst de omvang van een op zichzelf gedekte schade, zoals een maximumbedrag voor sieraden, audiovisuele apparatuur of geld; een uitsluiting neemt de gebeurtenis of de zaak geheel buiten de dekking (toetsterm 1h.2). Hier keert de verzekeraar € 6.000 uit. Het bedrag daarboven is geen eigen risico en de evenredigheidsregel geldt alleen bij onderverzekering van de hele inboedel, niet bij een rubriekmaximum.

27. Wat is het verschil tussen een dekkingsbeperking en een uitsluiting in de voorwaarden van een particuliere schadeverzekering?

  1. Een beperking geldt alleen voor de eerste twaalf maanden van de polis, terwijl een uitsluiting voor de gehele looptijd geldt
  2. Een beperking is door de verzekeraar eenzijdig opgelegd, terwijl een uitsluiting altijd op verzoek van de verzekerde wordt opgenomen
  3. Een beperking betreft uitsluitend het eigen risico, terwijl een uitsluiting de premie voor een bepaald risico verhoogt
  4. Een beperking laat de schade gedekt maar begrenst de vergoeding in bedrag of omvang; een uitsluiting haalt de oorzaak of de zaak geheel uit de dekking

Dekkingsbeperkingen zijn bijvoorbeeld maximumbedragen per rubriek, een dekking op dagwaarde in plaats van nieuwwaarde of een eigen risico; uitsluitingen zijn bijvoorbeeld opzet (art. 7:952 BW), eigen gebrek (art. 7:951 BW), molest, atoomkernreacties of overstroming door falen van een primaire waterkering. De adviseur toetst bij elke schade eerst of een uitsluiting geldt en daarna welke beperkingen de vergoeding begrenzen (toetsterm 1h.2). Looptijd en premie hebben met het onderscheid niets te maken.

28. De twaalf jaar oude toevoerslang van de wasmachine van de familie Beumer scheurt door slijtage. Het water beschadigt de laminaatvloer en een kast. De uitgebreide inboedelverzekering dekt schade door 'water dat onvoorzien uit leidingen of aangesloten apparaten stroomt'. Wat is gedekt?

  1. De waterschade aan vloer en kast wel, maar de slang zelf niet, omdat die door haar eigen gebrek is bezweken
  2. Alles, inclusief een nieuwe wasmachine, omdat een gescheurde slang een plotselinge gebeurtenis is die de hele installatie treft
  3. Niets, omdat art. 7:951 BW schade die voortvloeit uit de aard of een gebrek van een verzekerde zaak volledig van dekking uitsluit
  4. Alleen de slang, omdat gevolgschade aan de inboedel onder de opstalverzekering van de woning valt

Art. 7:951 BW sluit schade uit die aan de verzekerde zaak zelf is veroorzaakt door haar aard of eigen gebrek: de versleten slang blijft voor eigen rekening. De waterschade aan andere zaken is echter gevolgschade van een gedekte gebeurtenis (onvoorzien uitstromend water) en wordt door een uitgebreide inboedelpolis vergoed. De wasmachine is niet beschadigd, en de vloer en de kast zijn inboedel, dus niet de opstalverzekeraar maar de inboedelverzekeraar is aan zet (toetsterm 3e.2).

29. Door een dijkdoorbraak van een primaire waterkering komt de begane grond van meneer Zwart onder water te staan. Een week eerder was zijn kelder al nat geworden door hevige regen die via een verstopte dakgoot binnendrong. Welke van beide schades is onder een gangbare uitgebreide woonhuisverzekering gedekt?

  1. Beide, omdat een verzekeraar sinds de invoering van de Wet tegemoetkoming schade bij rampen wettelijk alle waterschade moet vergoeden
  2. Alleen de overstromingsschade, omdat een dijkdoorbraak een van buiten komend onheil is en regen niet
  3. Alleen de regenschade: neerslag die onvoorzien binnendringt is gedekt, overstroming door een primaire waterkering is uitgesloten
  4. Geen van beide, omdat elke vorm van water dat van buiten de woning komt onder de uitsluitingen valt

Overstroming door het bezwijken of overlopen van een primaire waterkering is in vrijwel alle woonhuis- en inboedelpolissen uitgesloten; voor dat risico bestaat de Wet tegemoetkoming schade bij rampen, een overheidsregeling en geen verzekering. Neerslag die onvoorzien de woning binnendringt is wel gedekt, al sluiten polissen vaak schade door achterstallig onderhoud uit. Veel verzekeraars dekken inmiddels overstroming door secundaire waterkeringen; de primaire blijven uitgesloten (toetsterm 3e.2).

30. De verzekeraar wijst de waterschadeclaim van mevrouw Idema af met de enkele mededeling dat 'de schade niet onder de polis valt'. Waarop heeft zij als verzekerde in het schadeproces recht?

  1. Op onmiddellijke uitbetaling van het geclaimde bedrag, omdat een ongemotiveerde afwijzing de verzekeraar zijn verweer ontneemt
  2. Op een bindend oordeel van het NIVRE over de dekking, omdat de expert het laatste woord heeft over de polisvoorwaarden
  3. Op een gemotiveerd standpunt met de polisgrond en op inzage in het expertiserapport waarop dat rust
  4. Op een vergoeding van de door haar gemaakte adviseurskosten, omdat elke afwijzing als wanprestatie van de verzekeraar geldt

Een verzekeraar die afwijst moet zijn standpunt onderbouwen met de feiten en de polisbepaling waarop hij zich beroept; de Gedragscode Verzekeraars en de eisen aan een zorgvuldige klachtbehandeling (art. 4:17 Wft) vragen om een begrijpelijke motivering, en het expertiserapport dat aan de beslissing ten grondslag ligt moet aan de verzekerde ter beschikking worden gesteld. Een gebrekkige motivering maakt de afwijzing niet automatisch ongegrond; het NIVRE oordeelt niet over dekking.

31. Welke stelling geeft de rechten en plichten van verzekeraar en verzekerde bij een schade onder een schadeverzekering juist weer?

  1. De verzekerde moet de schade zelf bewijzen met een expertiserapport; de verzekeraar mag pas beoordelen nadat dat rapport is ingediend
  2. De verzekeraar moet elke gemelde schade binnen dertig dagen uitkeren; de verzekerde hoeft daarna geen inlichtingen meer te geven
  3. De verzekerde moet melden, inlichtingen geven en beredden; de verzekeraar moet de schade zorgvuldig en binnen redelijke termijn beoordelen en uitkeren
  4. De verzekerde mag pas melden nadat de premie voor het lopende jaar volledig is betaald; de verzekeraar toetst dat eerst

Titel 17 van Boek 7 BW legt de verzekerde de meldings- en inlichtingenplicht (art. 7:941 BW) en de bereddingsplicht (art. 7:957 BW) op; de verzekeraar moet de gedekte schade vergoeden, de kosten van beredding en schadevaststelling dragen (art. 7:959 BW) en de claim zorgvuldig, snel en gemotiveerd behandelen, waarbij bij te laat betalen wettelijke rente verschuldigd is (art. 6:119 BW). Een vaste uitkeringstermijn van dertig dagen kent de wet niet, en een expertiserapport is geen voorwaarde voor melding.

32. Drie maanden na een volledige melding van een gedekte inbraakschade heeft de verzekeraar van meneer Kraaij nog steeds geen standpunt ingenomen, ondanks twee herinneringen van de adviseur. Wat kan de adviseur nu het beste doen?

  1. Schriftelijk in gebreke stellen met een redelijke termijn, een klacht indienen via de interne klachtprocedure en wettelijke rente aanzeggen
  2. De klant adviseren de premie niet meer te betalen totdat de verzekeraar uitkeert, omdat opschorting van de premie in dat geval wettelijk is toegestaan
  3. Direct een procedure bij de burgerlijke rechter starten, omdat het Kifid pas bevoegd is nadat de verzekeraar een inhoudelijk standpunt heeft ingenomen
  4. Wachten, omdat een verzekeraar volgens de Gedragscode Verzekeraars zes maanden de tijd heeft voor een standpunt

Toetsterm 2g.3 vraagt te beoordelen of de verzekeraar voldoende meewerkt. Blijft een standpunt uit, dan stelt de adviseur namens de klant de verzekeraar in gebreke (art. 6:82 BW), waarna bij verzuim wettelijke rente loopt (art. 6:119 BW), en dient hij een klacht in via de interne klachtprocedure die art. 4:17 Wft voorschrijft; blijft ook daarop een reactie uit binnen de termijn van het reglement, dan kan de klacht naar het Kifid. Premie inhouden schorst de eigen dekking (art. 7:934 BW) en is dus onverstandig.

33. De woning van de familie Oude Vrielink is door brand onbewoonbaar. De familie belt in paniek de adviseur. Welke begeleiding hoort de adviseur direct te bieden?

  1. Uitleggen welke stappen volgen, zorgen dat de schade is gemeld, wijzen op noodopvang en een voorschot en de expertise voorbereiden
  2. De familie verzoeken eerst zelf een volledige inventarislijst met aankoopbewijzen op te stellen voordat hij de schade bij de verzekeraar meldt
  3. De schade zelf taxeren en het bedrag namens de verzekeraar toezeggen, zodat de familie meteen weet waar zij aan toe is
  4. De familie doorverwijzen naar de verzekeraar, omdat de rol van de adviseur bij schade ophoudt na de melding

Toetsterm 3e.1 verwacht dat de adviseur de klant bij schade begeleidt: hij legt de procedure en de dekking uit, zorgt voor een snelle en volledige melding (art. 7:941 BW), wijst op de vergoeding van hotel- of huurkosten en op een voorschot, ziet toe dat Stichting Salvage en de expert tijdig worden ingeschakeld en helpt daarna bij de inventarisatie. Zelf bedragen toezeggen kan de adviseur niet; de inventarislijst komt later, de melding eerst.

34. Door de te late melding van een inbraak kon de verzekeraar van meneer Faber de sporen niet meer laten onderzoeken; hij toont aan dat hij daardoor € 350 extra onderzoekskosten heeft gemaakt. De gedekte schade bedraagt € 4.800 en het eigen risico € 150. Er is geen vervalbeding. Hoeveel keert de verzekeraar uit?

  1. € 4.650: alleen het eigen risico wordt afgetrokken, omdat onderzoekskosten volgens art. 7:959 BW altijd voor de verzekeraar zijn
  2. € 0: door de te late melding is het recht op uitkering volgens de wet vervallen, ongeacht de omvang van de benadeling
  3. € 2.325: bij een te late melding mag de verzekeraar de uitkering na aftrek van het eigen risico halveren
  4. € 4.300: de schade minus het eigen risico en minus de door de late melding geleden schade van € 350

Zonder vervalbeding mag de verzekeraar bij een te late melding alleen de uitkering verminderen met de schade die hij daardoor zelf lijdt (art. 7:941 lid 3 BW): € 4.800 − € 150 eigen risico − € 350 = € 4.300. De kosten van schadevaststelling die art. 7:959 BW voor rekening van de verzekeraar brengt, zijn de normale expertisekosten, niet de extra kosten die door de niet-nakoming zijn ontstaan; verval of halvering is zonder beding en zonder opzet niet mogelijk.

35. Meneer Talsma meldt een schade van ongeveer € 600 aan een keukenkastje door een omgevallen lamp. Hoe stelt de verzekeraar bij zo'n kleine schade de omvang gewoonlijk vast?

  1. Door altijd een NIVRE-expert te sturen, omdat de wet expertise voorschrijft bij elke schade boven het eigen risico
  2. Door een arbiter te benoemen die het bedrag bindend vaststelt, omdat kleine schades vaak tot geschillen leiden
  3. Door het bedrag te laten vaststellen door de adviseur, die daarvoor een wettelijke taxatiebevoegdheid heeft
  4. Op basis van foto's en een herstelofferte of nota van de verzekerde, zonder expert, omdat de expertisekosten anders niet in verhouding staan tot de schade

De wijze van schadevaststelling hangt af van de omvang en de aard van de schade (toetsterm 1h.6): kleine schades worden op basis van foto's, een offerte of een herstelnota afgewikkeld, vaak telefonisch of via een app; grotere of onduidelijke schades vergen een expert, en pas bij een verschil van mening tussen experts komt een arbiter in beeld. De adviseur begeleidt en controleert, maar heeft geen taxatiebevoegdheid; de wet schrijft geen expertise voor.

Gratis beginnen