Onderdeel A3 Transport gaat over goederen die onderweg zijn: inkomende en uitgaande zendingen, eigen vervoer, opslag tijdens de reis, een bedrijfsverhuizing en het werkmaterieel dat op de bouwplaats en op de weg rijdt (toetstermen 1c.13, 1c.15, 1c.16, 2c.6, 1e.13, 1e.14, 1e.15, 1e.16, 2e.16 en 2e.17).
Wie het transportrisico draagt, volgt uit de koopovereenkomst. De Incoterms 2020 van de Internationale Kamer van Koophandel regelen het moment waarop het risico van verkoper op koper overgaat en wie het vervoer regelt: bij EXW en FCA vroeg (af fabriek, bij overdracht aan de vervoerder), bij CPT/CIP en CFR/CIF ook al bij de afgifte aan de (eerste) vervoerder of aan boord, hoewel de verkoper de vracht betaalt, en bij DAP/DPU/DDP pas op de bestemming. Alleen CIP en CIF verplichten de verkoper tot een transportverzekering ten behoeve van de koper. Wie het risico draagt zonder verzekeringsplicht van de wederpartij, verzekert zelf.
Een aflopende (eenmalige) polis dekt één zending; een doorlopende contractpolis dekt alle zendingen binnen het contract: bij de declaratiepolis geeft de verzekeringnemer periodiek zijn zendingen op en betaalt hij per opgave; bij de omzetpolis betaalt hij een voorschotpremie over de verwachte vervoersomzet met naverrekening; bij de afsluitpolis moet hij elke zending afzonderlijk aanmelden en moet de verzekeraar die accepteren. De Nederlandse Beurs-Goederenpolis 2006 (VNAB) geeft uniforme voorwaarden; de dekking wordt bepaald door de aangehechte clausule: G 13 alle risico's (alle van buiten komende onheilen, uitgesloten eigen gebrek, aard, vertraging, opzet en molest), G 14 evenementen (beperkte dekking op genoemde gebeurtenissen zoals brand, ongeval met het vervoermiddel, averij-grosse), G 23 als aanvullende clausule en M 3 die het oorlogs- en stakersrisico tijdens zee- en luchtvervoer weer insluit. Goederentransportverzekeringen zijn vrijgesteld van assurantiebelasting.
De vervoerder is aansprakelijk voor verlies en beschadiging tussen inontvangstneming en aflevering, maar beperkt en met verweren: binnenlands wegvervoer volgens Boek 8 BW en de AVC 2002 (bedrag per kilogram, indicatief), grensoverschrijdend wegvervoer volgens het CMR-verdrag (8,33 SDR per kilogram, dwingend recht), zeevervoer volgens de Hague-Visby Rules (per collo of per kilogram), luchtvervoer volgens het Verdrag van Montreal. Alleen bij opzet of bewuste roekeloosheid vervalt de limiet. De eigenaar van de goederen is dus nooit volledig gedekt via de vervoerder: hij sluit een goederentransportverzekering, de vervoerder een vervoerdersaansprakelijkheidsverzekering. Een expediteur die alleen het vervoer regelt, is geen vervoerder.
De eigen vervoerverzekering dekt goederen, gereedschap en monsters in de eigen bestelbussen, met een maximum per vervoermiddel en vaak een nachtclausule; de casco van de bus dekt de lading nooit. Een verhuisverzekering is een aflopende transportverzekering voor een bedrijfsverhuizing: de aansprakelijkheid van de verhuizer op de AVVV-voorwaarden is beperkt en de inventarispolis dekt alleen op het risicoadres. De Nederlandse Beurs-Polis voor Landmateriaal verzekert kranen, graafmachines, heftrucks en trekkers: casco (ook eigen gebrek als uitbreiding), aansprakelijkheid met WAM-dekking op de weg en werkrisico op het terrein, en schade aan kabels en leidingen.
1. Groothandel Import Oost BV bezorgt een deel van haar goederen met eigen bestelbussen en laat de rest door Transportbedrijf Rijnmond vervoeren. Welk verschil in transportrisico is voor de verzekering het belangrijkst?
Bij eigen vervoer is er geen vervoerder om op te verhalen: de onderneming draagt het risico zelf en dekt het met een eigen vervoerverzekering. Bij beroepsvervoer is de vervoerder aansprakelijk, maar beperkt (Boek 8 BW, AVC, CMR) en met verweren, zodat de ladingbelanghebbende ook dan een goederentransportverzekering nodig heeft (toetsterm 1c.13). Casco en WAM (art. 4 WAM) dekken de lading niet.
2. Bloemenexport Flora West verliest een order omdat een zending snijbloemen door een file twee dagen te laat aankomt; de bloemen zelf zijn onbeschadigd. Hoe kwalificeert de adviseur dit transportrisico?
De goederentransportverzekering dekt materieel verlies en beschadiging van de zaken; zuivere vertragingsschade zonder fysieke schade is uitgesloten (Nederlandse Beurs-Goederenpolis, uitsluitingen). De vervoerder is voor vertraging aansprakelijk tot maximaal de vrachtprijs (art. 23 lid 5 CMR; AVC binnenlands vergelijkbaar), tenzij opzet. Het risico is dus grotendeels onverzekerbaar en vraagt contractuele afspraken met de afnemer (toetsterm 1c.13).
3. Kaasexport Zuivel Noord verscheept gekoelde kaas naar Azië. Tijdens de zeereis valt de koelinstallatie van de container uit en de partij bederft. Welke dekking is hiervoor nodig?
Bederf door temperatuurafwijking is een kenmerkend risico van geconditioneerd vervoer (toetsterm 2c.6). Standaardclausules sluiten bederf door de aard van de zaken uit; verzekeraars bieden een aanvullende dekking voor bederf als gevolg van uitval of storing van de koelinstallatie, meestal pas na een minimale uitvalduur en met eisen aan temperatuurregistratie en verpakking (toetsterm 1c.13). De reder is beperkt aansprakelijk onder de Hague-Visby Rules (Boek 8 BW).
4. Welke verzekeringsvorm dekt het belang van de eigenaar van de goederen tijdens het vervoer door een beroepsvervoerder, ongeacht of de vervoerder aansprakelijk is?
De goederentransportverzekering is een zaakschadeverzekering op de goederen zelf: zij keert uit bij verlies of beschadiging door een gedekt evenement, zonder dat aansprakelijkheid van de vervoerder hoeft vast te staan; de verzekeraar verhaalt daarna op de vervoerder (art. 7:962 BW). De vervoerdersaansprakelijkheidsverzekering dekt alleen de beperkte aansprakelijkheid van de vervoerder (toetsterm 1c.15); de AVB sluit zaken onder opzicht en vervoer doorgaans uit.
5. Machinefabriek Tessel BV verkoopt een machine aan een Duitse klant op conditie EXW Tessel (Incoterms 2020). Wanneer gaat het transportrisico over op de koper?
Bij EXW (Ex Works, af fabriek) voldoet de verkoper aan zijn leveringsplicht door de goederen op zijn eigen terrein ter beschikking te stellen; vanaf dat moment draagt de koper alle kosten en risico's, inclusief het laden en de uitvoerformaliteiten (Incoterms 2020 van de ICC; toetsterm 1c.16). De koper moet dus zelf een transportverzekering sluiten. De grens of de vrachtbrief speelt bij Incoterms geen rol voor de risico-overgang.
6. Elektronicagroothandel Techno Import koopt laptops in Taiwan op conditie DDP Rotterdam magazijn (Incoterms 2020). Wie draagt het risico tijdens de zeereis en wie moet verzekeren?
DDP (Delivered Duty Paid) is de meest verstrekkende leveringsconditie voor de verkoper: hij draagt alle kosten en risico's tot de goederen op de genoemde plaats van bestemming ter beschikking staan, inclusief invoerrechten en btw, maar niet het uitladen (Incoterms 2020; toetsterm 1c.16). De verkoper heeft daardoor zelf belang bij een transportverzekering; een verzekeringsplicht kent alleen CIP en CIF. De koper hoeft voor deze inkomende stroom niets te verzekeren.
7. Brouwerij De Gouden Ketel verkoopt bier aan een importeur in Canada op conditie CFR Montreal. Tijdens de zeereis raakt een deel van de lading beschadigd. Wie draagt deze schade?
Bij de C-condities (CFR, CIF, CPT, CIP) betaalt de verkoper het hoofdvervoer, maar gaat het risico al over bij de afgifte aan boord of aan de eerste vervoerder (Incoterms 2020; toetsterm 1c.16). De importeur draagt dus de zeeschade en moet zelf verzekeren, want CFR kent, anders dan CIF, geen verzekeringsplicht voor de verkoper. De rederij is slechts beperkt aansprakelijk onder de Hague-Visby Rules (Boek 8 BW).
8. Wat is het verschil tussen CIP en CIF in de Incoterms 2020 wat betreft de verzekering die de verkoper moet sluiten?
CIP (Carriage and Insurance Paid To) en CIF (Cost, Insurance and Freight) zijn de enige twee Incoterms met een verzekeringsplicht voor de verkoper, ten behoeve van de koper. Sinds Incoterms 2020 moet bij CIP een ruime dekking op het niveau van de Institute Cargo Clauses (A) worden gesloten; bij CIF blijft de minimumdekking op het niveau van clausules (C), passend bij bulkgoederen over zee (toetsterm 1c.16). De koper kan bij CIF dus baat hebben bij een aanvullende eigen verzekering.
9. Meubelmaker Houtwerk exporteert containers meubels en twijfelt tussen FCA en FOB. Waarom raadt de expediteur bij containervervoer FCA aan?
FOB (Free On Board) laat het risico pas overgaan als de goederen aan boord van het schip zijn; bij containervervoer levert de verkoper de container echter al dagen eerder af op de terminal en draagt hij zonder controle het risico tot het laden. FCA (Free Carrier) laat het risico overgaan bij de overdracht aan de door de koper aangewezen vervoerder en past bij alle vervoermiddelen (Incoterms 2020; toetsterm 1c.16). Geen van beide condities kent een verzekeringsplicht.
10. Wat is het verschil tussen de leveringscondities DAP en DPU in de Incoterms 2020?
DAP (Delivered At Place) en DPU (Delivered at Place Unloaded) zijn beide D-condities waarbij de verkoper het risico draagt tot de genoemde bestemming; het enige verschil is het uitladen, dat bij DPU voor rekening en risico van de verkoper komt (Incoterms 2020; toetsterm 1c.16). Invoerrechten zijn bij beide voor de koper; alleen DDP legt die bij de verkoper. Geen van beide kent een verzekeringsplicht, maar de verkoper draagt het risico en heeft dus belang bij een polis.
11. Modeketen Style BV koopt kleding in Portugal op conditie FCA Porto en verkoopt aan haar franchisenemers op conditie DAP winkel. Welke goederenstromen moet Style BV in haar transportverzekering opnemen?
Bij FCA gaat het risico over zodra de leverancier de goederen aan de vervoerder overdraagt, dus vanaf Porto reist de kleding voor risico van Style BV; bij DAP draagt Style BV als verkoper het risico tot de winkel van de franchisenemer (Incoterms 2020). Beide stromen horen in de contractpolis, zonder overlap met de polissen van leverancier en afnemer (toetsterm 2c.6). De vervoerders zijn slechts beperkt aansprakelijk (CMR, AVC).
12. Techno Import levert aan webwinkels op conditie DAP en ontvangt maandelijks afgekeurde apparaten retour, die de klanten op kosten van Techno Import terugsturen. Wat moet de adviseur met deze retourstroom doen?
Retourzendingen zijn een aparte goederenstroom: het risico ligt bij degene die het vervoer laat verzorgen en de goederen terugkrijgt, hier Techno Import. Een contractpolis dekt alleen wat is omschreven; retouren, intern transport tussen vestigingen en zendingen naar reparateurs moeten dus uitdrukkelijk worden meeverzekerd om gaten te voorkomen (toetstermen 2c.6 en 2e.16). Ook afgekeurde apparaten hebben restwaarde en zijn verzekerbaar.
13. Wat is het belangrijkste verschil tussen een aflopende (eenmalige) goederentransportverzekering en een doorlopende contractpolis?
Een aflopende polis verzekert één zending van vertrek tot aankomst, bijvoorbeeld een incidentele machinelevering of een bedrijfsverhuizing; de premie wordt per post berekend. Een contractpolis loopt door en dekt alle zendingen binnen het omschreven kader (soort goederen, bestemmingen, maximum per gelegenheid), met premieverrekening via declaratie of omzet (toetstermen 1c.15 en 1e.13). De dekkingsomvang (alle risico's of evenementen) staat bij beide vormen los van de looptijd.
14. Hoe wordt de premie verrekend bij een goederencontractpolis in de vorm van een declaratiepolis?
Bij een declaratiepolis declareert de verzekeringnemer periodiek (per maand of kwartaal) alle vervoerde zendingen met hun verzekerde waarde; de verzekeraar rekent daarover premie tegen het overeengekomen tarief (promillage), gedifferentieerd naar bestemming en vervoermiddel (toetsterm 1e.13). Een vergeten opgave betekent in beginsel geen dekking, tenzij het contract een vergissingenclausule kent. Bij de omzetpolis werkt men juist met een voorschot en naverrekening.
15. De omzetpolis van Groothandel Import Oost kent een tarief van 1,5 promille over de vervoersomzet. De verwachte omzet was € 2.000.000, waarover een voorschotpremie is betaald. De werkelijke omzet blijkt € 2.600.000. Wat volgt bij de naverrekening?
Bij een omzetpolis betaalt de verzekeringnemer een voorschotpremie over de verwachte vervoersomzet en geeft hij na afloop van het jaar de werkelijke omzet op: € 2.600.000 × 1,5 promille = € 3.900 tegenover een voorschot van € 2.000.000 × 1,5 promille = € 3.000, dus € 900 bijbetalen (toetsterm 1e.13). Bij een lagere omzet volgt restitutie, vaak tot een afgesproken minimumpremie. De opgave is een mededelingsplicht in de zin van de polis.
16. Wat kenmerkt een afsluitpolis (afsluitcontract) als vorm van goederentransportverzekering?
Een afsluitpolis is een raamcontract met wederzijdse verplichtingen: de verzekeringnemer meldt elke zending vóór het begin van het risico aan en betaalt daarover premie, en de verzekeraar moet elke aangemelde zending binnen het kader accepteren; elke aanmelding wordt een afzonderlijke verzekering (toetsterm 1e.13). Het verschil met de declaratiepolis is dat daar de dekking automatisch loopt en de opgave achteraf alleen voor de premie dient. Anti-selectie door de klant is bij een afsluitpolis uitgesloten.
17. De contractpolis van Machinefabriek Tessel kent een maximum van € 250.000 per gelegenheid (per vervoermiddel). Een vrachtwagen vervoert twee machines van samen € 400.000 en gaat volledig verloren. Wat is de kern van het probleem?
Het maximum per gelegenheid is het hoogste bedrag dat de verzekeraar per vervoermiddel of per zending uitkeert; het moet aansluiten bij de grootste zending die de klant verstuurt (toetstermen 2c.6 en 2e.16). Overschrijding leidt niet tot verval van dekking, maar wel tot een onvergoed deel; grotere zendingen moeten vooraf worden aangemeld voor een verhoogd maximum. De wegvervoerder is beperkt aansprakelijk per kilogram (AVC, CMR), niet voor het onvergoede restant.
18. Goederen van Techno Import staan na aankomst in Rotterdam zes weken in een loods van de expediteur voordat zij naar het magazijn gaan. Wat is het aandachtspunt voor de goederentransportverzekering?
De dekking van een goederentransportverzekering loopt van magazijn tot magazijn, inclusief het gewone verblijf onderweg, maar de verblijfsdekking is in tijd beperkt (vaak enkele weken) en eindigt bij opslag die geen deel meer uitmaakt van het normale vervoer (Nederlandse Beurs-Goederenpolis; toetsterm 2e.17). Langere opslag vraagt een verlenging of een opslagverzekering. De expediteur is op de Fenex-condities slechts beperkt aansprakelijk.
19. Wat is het belang van de Nederlandse Beurs-Goederenpolis 2006 voor een onderneming die haar goederentransport verzekert?
De Nederlandse Beurs-Goederenpolis 2006 is een modelpolis van de VNAB (Vereniging Nederlandse Assurantie Beurs): zij bevat uniforme algemene voorwaarden voor goederentransport, waarop meerdere verzekeraars een aandeel in het risico kunnen tekenen (co-assurantie); de eigenlijke dekkingsomvang wordt bepaald door de aangehechte clausules zoals G 13 of G 14 (toetsterm 1e.15). Uniforme voorwaarden geven rechtszekerheid en een uitgekristalliseerde uitleg.
20. Wat dekt de goederenclausule G 13 (alle risico's) op de Nederlandse Beurs-Goederenpolis in de kern?
G 13 geeft de ruimste dekking: verlies van en materiële schade aan de verzekerde zaken, onverschillig door welke van buiten komende oorzaak, tijdens de verzekerde reis. Uitgesloten blijven onder meer eigen gebrek en aard van de zaken, ondeugdelijke verpakking, vertraging, opzet van de verzekerde en molest, dat via clausule M 3 weer kan worden ingesloten (toetsterm 1e.14). Handelsverlies door prijsdaling is geen materiële schade en valt nooit onder een goederenpolis.
21. Waarin verschilt de evenementenclausule G 14 van de alle-risicoclausule G 13 op de Nederlandse Beurs-Goederenpolis?
G 14 is de beperkte dekking (named perils): alleen schade door de opgesomde evenementen is gedekt, zoals brand, ontploffing, blikseminslag, een ongeval met het vervoermiddel (aanrijding, stranding, zinken, neerstorten), het lossen in een noodhaven en de bijdrage in averij-grosse; diefstal, vermissing en breuk zonder zo'n evenement blijven onverzekerd (toetsterm 1e.14). G 13 dekt daarentegen elk van buiten komend onheil. De premie van G 14 is daardoor lager.
22. Kaasexport Zuivel Noord verscheept kaas door een zeegebied met oorlogsdreiging en vraagt of schade door een mijn of een aanval is verzekerd. Wat is juist?
Molest (oorlogsrisico en stakersrisico) is standaard uitgesloten op de goederenpolis. Clausule M 3 sluit het oorlogs- en stakersrisico weer in, maar alleen zolang de goederen aan boord van het zeeschip of vliegtuig zijn; op het land is oorlogsmolest in Nederland niet verzekerbaar volgens de afspraken van het Verbond van Verzekeraars (toetsterm 1e.14). Voor risicogebieden geldt vaak een toeslagpremie of een opzegtermijn van enkele dagen. Een schip valt niet onder de WAM.
23. Welke gebeurtenissen vallen onder het begrip groot molest, zoals dat in Nederlandse schadepolissen wordt gebruikt?
Groot molest omvat de zes door het Verbond van Verzekeraars omschreven vormen: gewapend conflict, burgeroorlog, opstand, binnenlandse onlusten, oproer en muiterij; deze zijn op Nederlandse schadepolissen uitgesloten en op het land niet verzekerbaar. Klein molest (staking, sabotage, rellen) kan wel worden meeverzekerd, en terrorisme loopt via de NHT (toetsterm 1e.14). Natuurrampen en criminaliteit zijn geen molest maar gewone, al dan niet gedekte, evenementen.
24. Een containerschip met een onbeschadigde container van Techno Import loopt aan de grond; de kapitein laat een deel van de lading overboord zetten om het schip te redden. Techno Import ontvangt een rekening voor een bijdrage in de kosten. Wat is dit?
Averij-grosse (general average) is een zeerechtelijk beginsel (Boek 8 BW, York-Antwerp Rules): opzettelijk en redelijk gemaakte offers en kosten om schip en lading uit een gemeenschappelijk gevaar te redden, worden omgeslagen over alle belanghebbenden naar de waarde van hun belang, ook als hun eigen lading onbeschadigd is. De bijdrage in averij-grosse is onder G 13 én G 14 gedekt; zonder verzekering moet de ontvanger een garantie stellen om zijn container vrij te krijgen (toetsterm 1c.13).
25. Transportbedrijf Rijnmond BV vervoert goederen binnen Nederland op de Algemene Vervoercondities (AVC 2002). Wat is de kern van zijn aansprakelijkheid voor verlies of beschadiging?
Art. 8:1095 BW verplicht de wegvervoerder de goederen af te leveren in de staat waarin hij ze ontving; art. 8:1098 BW ontheft hem voor zover de schade is veroorzaakt door omstandigheden die een zorgvuldig vervoerder niet kon vermijden. De aansprakelijkheid is beperkt tot een bedrag per kilogram (art. 8:1105 BW met het uitvoeringsbesluit; AVC 2002 volgen dat, indicatief circa € 3,40 per kilogram). Bij opzet of bewuste roekeloosheid vervalt de limiet (toetsterm 1c.15).
26. Rijnmond BV verliest bij binnenlands wegvervoer een pallet elektronica van 300 kg met een waarde van € 24.000. De aansprakelijkheid is volgens de AVC 2002 beperkt tot € 3,40 per kilogram (stel). Hoeveel kan de eigenaar maximaal op de vervoerder verhalen?
De vervoerdersaansprakelijkheid bij binnenlands wegvervoer is beperkt tot een bedrag per kilogram brutogewicht van de verloren goederen (art. 8:1105 BW, AVC 2002): 300 × € 3,40 = € 1.020, tegenover een waarde van € 24.000. Het verschil illustreert waarom de ladingbelanghebbende een eigen goederentransportverzekering nodig heeft; de goederenverzekeraar verhaalt na uitkering de € 1.020 op de vervoerder (art. 7:962 BW) (toetsterm 2c.6).
27. Rijnmond BV vervoert een zending van Rotterdam naar Milaan over de weg. Welk aansprakelijkheidsregime is van toepassing op de vervoerovereenkomst?
Het CMR-verdrag (Genève 1956) geldt van rechtswege voor elke overeenkomst van goederenvervoer over de weg tegen betaling als de plaats van inontvangstneming en die van aflevering in twee verschillende landen liggen, waarvan er ten minste één verdragsstaat is (art. 1 CMR); partijen kunnen er niet van afwijken (art. 41 CMR). De AVC gelden voor binnenlands vervoer; Incoterms regelen de koop, niet het vervoer (toetsterm 2c.6).
28. Bij CMR-vervoer naar Spanje gaat een zending van 1.200 kg met een waarde van € 30.000 verloren. De limiet is 8,33 SDR per kilogram; stel dat 1 SDR € 1,20 waard is. Hoeveel is de vervoerder maximaal verschuldigd?
Art. 23 lid 3 CMR beperkt de vergoeding tot 8,33 rekeneenheden (SDR van het IMF) per kilogram ontbrekend brutogewicht: 1.200 × 8,33 = 9.996 SDR × € 1,20 = € 11.995,20 (koers indicatief, dagelijks wisselend). Daarnaast worden vracht en douanerechten terugbetaald (art. 23 lid 4). De limiet vervalt bij opzet of daarmee gelijkgestelde schuld (art. 29 CMR) of bij een aangegeven hogere waarde tegen toeslag (art. 24 CMR) (toetsterm 2c.6).
29. Een zending machines van Machinefabriek Tessel raakt tijdens CMR-vervoer beschadigd omdat Tessel zelf de kisten ondeugdelijk had verpakt. De vervoerder weigert te betalen. Wat is juist?
Art. 17 lid 4 CMR noemt bijzondere risico's waarbij de vervoerder is ontheven, onder meer ontbreken of gebrekkigheid van de verpakking bij goederen die daardoor aan verlies of beschadiging zijn blootgesteld; art. 18 CMR vermoedt dan het causaal verband. Ook de goederenpolis sluit schade door ondeugdelijke verpakking door de verzekerde zelf uit (Nederlandse Beurs-Goederenpolis), zodat Tessel de schade draagt. Een voorbehoud op de vrachtbrief (art. 8 CMR) versterkt de positie van de vervoerder (toetsterm 2c.6).
30. Bij aflevering van een CMR-zending ziet de magazijnmedewerker van Techno Import geen schade; drie dagen later blijkt de inhoud van enkele dozen gebroken. Wat moet Techno Import doen om zijn rechten tegen de vervoerder te behouden?
Art. 30 CMR bepaalt dat zichtbare schade uiterlijk bij aflevering en niet-zichtbare schade binnen zeven dagen na aflevering (zon- en feestdagen niet meegerekend) schriftelijk aan de vervoerder moet worden voorbehouden; anders wordt vermoed dat de goederen in goede staat zijn afgeleverd en wordt bewijs zeer moeilijk. Melding aan de eigen verzekeraar (art. 7:941 BW) is daarnaast nodig, maar vervangt het voorbehoud niet; de verzekeraar heeft het voor zijn verhaal nodig (toetsterm 2c.6).
31. Bij zeevervoer onder de Hague-Visby Rules gaan 5 colli van elk 400 kg verloren. De limiet is 666,67 SDR per collo of 2 SDR per kilogram, welke van beide het hoogst is. Hoeveel SDR is de reder maximaal verschuldigd?
De Hague-Visby Rules (in Nederland via art. 8:371 e.v. BW) beperken de aansprakelijkheid van de zeevervoerder tot 666,67 SDR per collo of eenheid of 2 SDR per kilogram brutogewicht, waarbij het hoogste bedrag geldt: 5 × 666,67 = 3.333,35 SDR tegenover 2.000 × 2 = 4.000 SDR, dus 4.000 SDR. Zware, laagwaardige colli halen de kilogramlimiet; lichte, kostbare colli de collolimiet (toetsterm 2c.6). De reder kent bovendien verweren zoals nautische fout en brand.
32. Bloemenexport Flora West verstuurt kostbare orchideeën per luchtvracht. Welk regime beheerst de aansprakelijkheid van de luchtvervoerder voor verlies van de zending?
Het Verdrag van Montreal (1999) regelt de aansprakelijkheid van de luchtvervoerder voor internationale luchtvracht: een limiet per kilogram in SDR (indicatief, periodiek herzien), die niet vervalt bij opzet maar wel kan worden verhoogd door bij afgifte een bijzondere waarde aan te geven tegen toeslag. De CMR geldt alleen voor wegvervoer; het wegtraject naar de luchthaven kan onder de AVC of CMR vallen. Voor kostbare bloemen is een eigen goederenpolis onmisbaar (toetsterm 2c.6).
33. Rijnmond BV sluit een vervoerdersaansprakelijkheidsverzekering. Wat dekt deze polis?
De vervoerdersaansprakelijkheidsverzekering dekt de wettelijke en contractuele aansprakelijkheid van de vervoerder voor de lading (Boek 8 BW, AVC 2002, CMR), binnen de geldende limieten, inclusief de kosten van verweer en expertise; vaak is een uitbreiding mogelijk voor aansprakelijkheid boven de limiet bij opzet of bewuste roekeloosheid van ondergeschikten (toetsterm 1c.15). De waarde van de goederen zelf is het belang van de ladingeigenaar; casco en AVB zijn aparte polissen.
34. Techno Import wil geen goederentransportverzekering sluiten, omdat de vervoerder toch aansprakelijk is en een vervoerdersaansprakelijkheidsverzekering heeft. Wat moet de adviseur duidelijk maken?
De vervoerder is niet aansprakelijk bij overmacht en bijzondere risico's (art. 17 CMR, art. 8:1098 BW) en anders slechts tot een bedrag per kilogram; de vervoerdersaansprakelijkheidsverzekering volgt die grenzen. Alleen een eigen goederentransportverzekering dekt de volledige waarde ongeacht aansprakelijkheid, waarna de verzekeraar verhaal neemt (art. 7:962 BW). Een hogere waarde aangeven (art. 24 CMR) kost een toeslag. Een inventarispolis dekt alleen op het risicoadres (toetsterm 2e.16).
35. Expeditiebedrijf Cargo Link regelt voor Machinefabriek Tessel het vervoer naar Polen en schakelt daarvoor een wegvervoerder in. Wat is het verschil in positie tussen Cargo Link en die wegvervoerder?
De expediteur sluit een expeditieovereenkomst (art. 8:60 e.v. BW): hij verbindt zich vervoerovereenkomsten voor zijn opdrachtgever te sluiten en is aansprakelijk voor zijn eigen tekortkomingen, beperkt volgens de Nederlandse Expeditievoorwaarden (Fenex, bedragen indicatief). De vervoerder verbindt zich tot het vervoer en is aansprakelijk voor de lading volgens CMR of AVC. Treedt de expediteur zelf als vervoerder op (eigen vrachtbrief), dan geldt het vervoerdersregime (toetsterm 2c.6).