De bedrijfsschadeverzekering en haar varianten beschermen de continuïteit; de kredietverzekering dekt het wegvallen van debiteuren en de cyberverzekering de gevolgen van een digitaal incident. Toetstermen 1e.17-1e.25, 2c.7, 1i.25, 1i.26 en rubriek B5.
De bedrijfsschadeverzekering dekt de financiële gevolgen van bedrijfsstagnatie na een gedekte gebeurtenis op de brandpolis of na machinebreuk. Het verzekerbaar belang is de brutowinst (1e.18, 1e.24). Twee methodes (1e.19): de optelmethode (vaste kosten + nettowinst) en de aftrekmethode (omzet − variabele kosten). Beide geven hetzelfde jaarbelang, naar rato verhoogd bij een uitkeringstermijn boven 52 weken. Een accres/decres-clausule vangt groei op en verrekent de premie achteraf; zonder die clausule geldt bij een te laag verzekerd bedrag de evenredigheidsregel (art. 7:958 lid 5 BW). Non-profitorganisaties zonder winst sluiten een exploitatiekostenverzekering.
De verzekeringstermijn (meestal een jaar) is de looptijd van het contract; de uitkeringstermijn (26, 52, 78 of 104 weken) begint op de schadedatum en bepaalt hoe lang de verzekeraar de gederfde brutowinst vergoedt, ook als die termijn de looptijd overschrijdt (1e.20). Factoren (1e.21, 1e.25): herbouw- en vergunningtijd, levertijd van machines, alternatieve locatie, seizoen, herstel van klantenkring. Bij machinebreukbedrijfsschade geldt vaak een eigen risico in dagen (carenztijd).
De extra-kostenverzekering vergoedt de kosten om na een calamiteit te blijven draaien: tijdelijke huisvesting, huur van machines, overwerk, uitbesteding. De reconstructiekostenverzekering (1e.23) dekt het herstellen van administratie, tekeningen, klantenbestanden en data. Wordt het bedrijf na de schade niet voortgezet (1i.25), dan vergoedt de verzekeraar alleen de doorlopende vaste kosten gedurende een beperkte, in de polis genoemde termijn. Naast de schade zelf draagt de verzekeraar (1i.26) de bereddingskosten (art. 7:957 BW), de expertisekosten (art. 7:959 BW) en, tot een percentage, de extra kosten om de stagnatie te beperken.
De kredietverzekering dekt het debiteurenrisico: niet-betaling door insolventie of door protracted default (langdurige wanbetaling na de vervaldatum). De verzekeraar stelt per afnemer een kredietlimiet vast, hanteert een eigen risico per vordering en een maximumuitkering per jaar. De preventieve werking (1e.22) zit in de kredietbeoordeling vooraf, de voortdurende monitoring, de verplichte melding van betalingsachterstanden en het incassotraject.
De cyberverzekering dekt eigen schade (bedrijfsstilstand, herstel van systemen en data, forensisch onderzoek, afpersing voor zover verzekerbaar) en aansprakelijkheid tegenover derden na een datalek, plus de kosten van de meldplicht: art. 33 AVG eist melding bij de Autoriteit Persoonsgegevens binnen 72 uur, art. 34 AVG informeert betrokkenen bij hoog risico. Bestuurlijke boetes (art. 83 AVG) zijn in Nederland in de regel onverzekerbaar. Social engineering is vaak alleen tegen sublimiet gedekt; incident response in natura is de kern. Uitsluitingen: oorlog en statelijke actoren, uitval van nutsvoorzieningen, verouderde software zonder ondersteuning, bekende ongepatchte kwetsbaarheden.
1. De adviseur inventariseert bij Bakkerij Ozturk vof welke verzekeringen de gevolgen van bedrijfsstagnatie kunnen dekken. Welke opsomming is juist?
Toetsterm 1e.17 vraagt de meest voorkomende verzekeringsvormen te noemen die schade door bedrijfsstagnatie dekken: de brandbedrijfsschadeverzekering (stagnatie na een gedekte gebeurtenis op de brandpolis), de machinebreukbedrijfsschadeverzekering, de extra-kostenverzekering (kosten om te blijven draaien) en de reconstructiekostenverzekering (herstel van administratie en data). Zaakverzekeringen dekken de beschadigde zaak zelf; aansprakelijkheids- en personenverzekeringen dekken andere risico's.
2. Wat wordt bij een brandbedrijfsschadeverzekering onder het verzekerbaar belang verstaan?
Het verzekerbaar belang bij bedrijfsschade is de brutowinst (toetsterm 1e.18 en 1e.24): de som van de doorlopende vaste kosten (huur, afschrijvingen, salarissen, rente) en de nettowinst, oftewel omzet minus variabele kosten. Variabele kosten (grondstoffen, inkoop, energie voor productie) vallen bij stilstand weg en hoeven niet te worden verzekerd. De omzet is dus te hoog als maatstaf, de nettowinst te laag; herbouwwaarde en nieuwwaarde horen bij de zaakverzekeringen.
3. De adviseur legt de directie van Metaalbewerking Hendriks BV uit hoe het verzekerbaar belang voor de bedrijfsschadeverzekering kan worden berekend. Welke twee methodes noemt hij?
Toetsterm 1e.19 vraagt de twee methodes om het verzekerbaar belang te berekenen: de optelmethode telt de vaste kosten en de nettowinst op; de aftrekmethode trekt de variabele kosten van de omzet af. Beide leiden tot dezelfde brutowinst, omdat omzet = variabele kosten + vaste kosten + nettowinst. De aftrekmethode is in de praktijk handig omdat zij aansluit op de winst-en-verliesrekening; de optelmethode dwingt tot het per post beoordelen welke kosten doorlopen.
4. Restaurant De Gouden Lepel BV heeft een jaaromzet van € 900.000. De inkoop van voedsel en drank bedraagt € 315.000 en de overige variabele kosten € 45.000. De vaste kosten zijn € 420.000 en de nettowinst € 120.000. Hoe hoog is de brutowinst volgens de aftrekmethode?
De aftrekmethode (toetsterm 1e.19) neemt de omzet en trekt alle variabele kosten af: € 900.000 − € 315.000 − € 45.000 = € 540.000. De optelmethode geeft ter controle hetzelfde: vaste kosten € 420.000 + nettowinst € 120.000 = € 540.000. Dat bedrag is het jaarbelang dat bij een uitkeringstermijn van 52 weken als verzekerd bedrag wordt genomen. Alleen de inkoop aftrekken of de vaste kosten aftrekken geeft een verkeerd belang.
5. Drukkerij Print BV maakte vorig jaar verlies: omzet € 1.200.000, variabele kosten € 800.000, vaste kosten € 450.000, nettoverlies € 50.000. Welk bedrag is het verzekerbaar belang voor de bedrijfsschadeverzekering?
Ook bij verlies bestaat een verzekerbaar belang: de vaste kosten lopen bij stilstand door en worden niet meer uit de omzet gedekt. Aftrekmethode: € 1.200.000 − € 800.000 = € 400.000; optelmethode: vaste kosten € 450.000 min nettoverlies € 50.000 = € 400.000. Het verlies wordt dus van de vaste kosten afgetrokken, niet erbij opgeteld (toetsterm 1e.19). De verzekeraar vergoedt na een schade dan de vaste kosten voor zover die zonder schade uit de omzet gedekt zouden zijn.
6. Welk verschil bestaat er tussen de verzekeringstermijn en de uitkeringstermijn op de bedrijfsschadeverzekering van Installatiebedrijf Jansen BV?
Toetsterm 1e.20 vraagt dit onderscheid: de verzekeringstermijn (contractsduur, meestal twaalf maanden, jaarlijks verlengd) bepaalt of een gebeurtenis onder de dekking valt; de uitkeringstermijn (26, 52, 78 of 104 weken) begint op de dag van de schade en bepaalt hoe lang de bedrijfsschade wordt vergoed, ook als die periode doorloopt tot na het einde van de verzekeringstermijn. De betalingstermijn van de verzekeraar is weer iets anders (art. 7:941 BW en polisvoorwaarden).
7. De bedrijfsschadeverzekering van Fietsenfabriek Velo BV loopt van 1 januari tot en met 31 december 2026 met een uitkeringstermijn van 52 weken. Op 1 oktober 2026 brandt de fabriek af; de herbouw duurt tot augustus 2027. Tot wanneer vergoedt de verzekeraar de bedrijfsschade?
De uitkeringstermijn begint op de schadedatum en loopt 52 weken, dus tot eind september 2027, ook al is de verzekeringstermijn op 31 december 2026 geëindigd (toetsterm 1e.20). Is het bedrijf eerder hersteld en op het oude omzetniveau, dan stopt de vergoeding eerder; duurt het herstel langer dan de uitkeringstermijn, dan draagt de onderneming het restant zelf. Daarom is de keuze van de uitkeringstermijn zo belangrijk (toetsterm 1e.21).
8. Welke factoren bepalen in de regel de benodigde duur van de uitkeringstermijn op de bedrijfsschadeverzekering van Metaalbewerking Hendriks BV?
Toetsterm 1e.21 noemt de factoren die de duur van de uitkeringstermijn bepalen: de tijd voor sloop, vergunningen en herbouw, de levertijd en installatie van (specialistische) machines, de mogelijkheid tijdelijk elders te produceren of uit te besteden, de seizoensgebondenheid van de omzet en de periode die nodig is om de klantenkring en de marktpositie te herwinnen nadat het bedrijf weer draait. Omzet en financiering bepalen het verzekerd bedrag, niet de termijn.
9. Het jaarbelang (brutowinst) van Kunststofverwerking Polymer BV is € 1.300.000. Omdat de spuitgietmachines een levertijd van een jaar hebben, adviseert de adviseur een uitkeringstermijn van 78 weken. Welk verzekerd bedrag hoort daarbij?
Bij een uitkeringstermijn langer dan 52 weken moet het verzekerd bedrag het belang over die hele termijn dekken: € 1.300.000 × 78/52 = € 1.950.000. Wordt alleen het jaarbelang verzekerd, dan ontstaat bij een langdurige stilstand onderverzekering. Bij een uitkeringstermijn korter dan 52 weken blijft in de regel het volledige jaarbelang verzekerd, omdat de stagnatie zich in een korte periode kan concentreren (toetsterm 1e.20 en 1e.21).
10. Bakkerij Ozturk vof heeft een bedrijfsschadeverzekering met een verzekerd bedrag van € 240.000 (52 weken), zonder accres/decres-clausule. Het werkelijke jaarbelang blijkt € 320.000. Na een brand bedraagt de gederfde brutowinst € 80.000. Welke uitkering volgt?
De bedrijfsschadeverzekering is een schadeverzekering waarop de evenredigheidsregel van art. 7:958 lid 5 BW geldt: € 80.000 × 240.000 / 320.000 = € 60.000. De vennoten dragen € 20.000 zelf. Een accres/decres-clausule of een verzekering op basis van het werkelijke jaarbelang met premieverrekening achteraf voorkomt dit; de adviseur controleert daarom jaarlijks de brutowinst uit de jaarrekening (toetsterm 2c.7).
11. Waarom adviseert de adviseur Webshop Nova BV, een snel groeiend bedrijf, een accres/decres-clausule op de bedrijfsschadeverzekering?
De accres/decres-clausule laat het verzekerd bedrag automatisch meebewegen met de werkelijke brutowinst, tot een percentage boven en onder het opgegeven bedrag (indicatief 30 %, per verzekeraar verschillend); na afloop van het jaar wordt de premie op basis van de werkelijke cijfers verrekend. Zo voorkomt een groeiend bedrijf onderverzekering en betaalt een krimpend bedrijf niet te veel. De uitkeringstermijn en het eigen risico verandert de clausule niet (toetsterm 1e.25).
12. Welke factoren zijn van belang bij het sluiten van een brandbedrijfsschade- en extra-kostenverzekering voor Groothandel Bloemendaal BV?
Toetsterm 1e.25 vraagt de factoren bij het sluiten te benoemen: het verzekerbaar belang (brutowinst, met accres/decres voor groei), de passende uitkeringstermijn, de toeleverings- en afnemersafhankelijkheid (te verzekeren via een aanvullende dekking), seizoenspieken, de mogelijkheid om uit te wijken of uit te besteden en het eigen risico. De herbouwwaarde is een grootheid van de opstalverzekering; de bedrijfsschade is er geen vast percentage van.
13. Fietsenfabriek Velo BV betrekt 70 % van haar frames van één leverancier in Portugal. Brandt die fabriek af, dan staat Velo maandenlang stil. Kan dit risico onder de bedrijfsschadeverzekering worden gebracht?
Toetsterm 2c.7 vraagt te beoordelen welke belangen onder de bedrijfsschadeverzekering en haar aanvullende dekkingen kunnen worden gebracht. De dekking voor toeleverings- en afnemersbedrijven verzekert de stagnatie die ontstaat doordat een (met naam genoemde of gecategoriseerde) leverancier of afnemer door een gedekte gebeurtenis uitvalt, vaak tot een sublimiet. Kredietverzekering dekt het niet-betalen door een afnemer, niet het wegvallen van toelevering.
14. Restaurant De Gouden Lepel BV ligt naast een groot museum dat na een brand een half jaar sluit; de omzet van het restaurant halveert. Ook wordt de straat na een gasexplosie bij de buren zes weken afgesloten. Welke stelling over de bedrijfsschadeverzekering is juist?
De standaarddekking van de bedrijfsschadeverzekering vereist een gedekte gebeurtenis die het eigen bedrijf treft. Aanvullende dekkingen breiden dit uit: 'publiek trekkende objecten' dekt omzetderving doordat een nabijgelegen trekpleister door een gedekt evenement uitvalt; 'belemmering van de toegang' (ook wel denial of access) dekt stagnatie doordat de omgeving door een gedekte gebeurtenis bij derden of op last van de overheid onbereikbaar is. Toetsterm 2c.7.
15. Kunststofverwerking Polymer BV vreest een langdurige stroomstoring bij het regionale netbedrijf, waardoor de productie stilvalt en grondstoffen in de machines uitharden. Hoe beoordeelt de adviseur dit risico?
De aanvullende dekking 'uitval van nutsvoorzieningen' verzekert bedrijfsschade door onderbreking van de levering van elektriciteit, gas, water of telecommunicatie als gevolg van een gedekte gebeurtenis (brand, storm, explosie) bij het nutsbedrijf, vaak met een wachttijd in uren en een sublimiet. De aansprakelijkheid van netbeheerders is contractueel sterk beperkt, zodat verhaal zelden lukt. Schade aan grondstoffen in machines hoort op de goederen- of machinebreukverzekering (toetsterm 2c.7).
16. De enige pers van Drukkerij Print BV valt uit door een gebroken as (eigen gebrek); reparatie duurt zes weken en de omzet valt weg. Print heeft een brandbedrijfsschadeverzekering. Is deze stagnatie gedekt?
De brandbedrijfsschadeverzekering volgt de dekking van de brandpolis (brand, storm, inbraak, water); een mechanische storing of eigen gebrek van een machine is daar geen gedekte gebeurtenis. De machinebreukverzekering dekt de reparatie van de machine zelf, de machinebreukbedrijfsschadeverzekering de stagnatie die daaruit volgt, meestal met een eigen risico in dagen (carenztijd). Toetsterm 1e.17 noemt beide vormen naast elkaar.
17. De machinebreukbedrijfsschadeverzekering van Kunststofverwerking Polymer BV kent een eigen risico van 5 werkdagen (carenztijd). Na een breuk staat de productielijn 23 werkdagen stil; de gederfde brutowinst is € 4.000 per werkdag. Hoeveel vergoedt de verzekeraar?
Bij machinebreukbedrijfsschade wordt het eigen risico vaak in tijd uitgedrukt: de eerste dagen van de stilstand (carenztijd) draagt de verzekerde zelf. Hier: (23 − 5) × € 4.000 = € 72.000. Zo blijven korte storingen, die tot het normale bedrijfsrisico horen, buiten de polis en blijft de premie betaalbaar (toetsterm 1e.17). Het herstel van de machine zelf valt onder de machinebreukverzekering, niet onder de bedrijfsschadedekking.
18. Voor welk type onderneming is een extra-kostenverzekering in plaats van (of naast) een bedrijfsschadeverzekering het meest passend, en wat dekt zij?
De extra-kostenverzekering vergoedt de kosten die de onderneming boven haar normale kosten maakt om na een gedekte gebeurtenis te blijven functioneren: tijdelijke huisvesting, huur van computers of machines, overwerk, extra transport, uitbesteding. Zij past bij ondernemingen waarvan de omzet niet direct wegvalt maar die wel snel moeten herstarten, zoals kantoren en dienstverleners; het verzekerd belang is een geschat bedrag op premier-risquebasis (toetsterm 1e.24).
19. Wat is het verschil in verzekerd belang tussen een brandbedrijfsschadeverzekering en een extra-kostenverzekering, zoals de adviseur dat aan Accountantskantoor De Vries uitlegt?
Toetsterm 1e.24 vraagt een definitie van het verzekerd belang bij beide vormen. Bij brandbedrijfsschade is dat de brutowinst (vaste kosten plus nettowinst) over de gekozen uitkeringstermijn, met toepassing van de evenredigheidsregel bij onderverzekering. Bij de extra-kostenverzekering wordt een bedrag verzekerd dat de verwachte meerkosten dekt; het is een premier-risquedekking, zodat onderverzekering geen rol speelt maar het bedrag wel het maximum is.
20. Na een brand huurt Webshop Nova BV met spoed een ander magazijn (€ 30.000 extra huur) en laat orders door een extern fulfilmentbedrijf verwerken (€ 45.000). Daardoor blijft de gederfde brutowinst beperkt tot € 50.000 in plaats van € 200.000. Hoe gaat de bedrijfsschadeverzekeraar met deze kosten om?
Kosten die de verzekerde redelijkerwijs maakt om de bedrijfsschade te beperken (extra kosten, bereddingskosten in de zin van art. 7:957 BW) komen naast de gederfde brutowinst voor rekening van de verzekeraar, in de regel tot het bedrag waarmee zij de schade hebben verminderd; hier € 75.000 kosten tegen € 150.000 voorkomen schade. Toetsterm 1i.26 vraagt uit te leggen welke kosten de verzekeraar naast de schade draagt en tot welk bedrag.
21. Na een brand bij Metaalbewerking Hendriks BV benoemt de verzekeraar een expert om de bedrijfsschade vast te stellen; Hendriks wil een eigen contra-expert en een accountant inschakelen om de brutowinst te onderbouwen. Wie betaalt deze kosten?
Art. 7:959 lid 1 BW legt de redelijke kosten tot het vaststellen van de schade bij de verzekeraar, ook als daardoor het verzekerd bedrag wordt overschreden; dat omvat de expert van de verzekeraar en, binnen de grenzen van redelijkheid, de contra-expert van de verzekerde. Bedrijfsschadepolissen kennen daarnaast vaak een vergoeding voor accountantskosten om de brutowinst en de stagnatie aan te tonen, tot een sublimiet of percentage. Toetsterm 1i.26.
22. Bij een dreigende overstroming van het productiegebouw van Kunststofverwerking Polymer BV worden voor € 25.000 pompen en zandzakken ingezet, waardoor een stilstand van maanden wordt voorkomen. Het verzekerd bedrag van de bedrijfsschadepolis is al bijna volledig benut door een eerdere schade. Wat geldt voor deze € 25.000?
Art. 7:957 BW verplicht de verzekerde tot maatregelen ter voorkoming of vermindering van een onmiddellijk dreigende gedekte schade en legt de redelijke kosten daarvan bij de verzekeraar, ook boven het verzekerd bedrag. De pompen voorkwamen een gedekte bedrijfsschade, dus zijn zij bereddingskosten op de bedrijfsschadepolis (en deels op de zaakverzekering). Toetsterm 1i.26 vraagt deze kosten en hun grenzen te benoemen; of de schade zich uiteindelijk voordeed, is niet beslissend.
23. Na een grote brand besluit de 64-jarige eigenaar van Bakkerij Ozturk vof het bedrijf niet te herstarten. Hij had een bedrijfsschadeverzekering met een uitkeringstermijn van 52 weken. Wat zijn de gevolgen voor de uitkering?
Toetsterm 1i.25 vraagt de gevolgen van bedrijfsbeëindiging voor de uitkering uit te leggen. Wordt het bedrijf na de schade niet voortgezet, dan is er geen te herstellen omzet meer; de meeste polissen vergoeden dan alleen de vaste kosten die de verzekerde nog moet doorbetalen (huur, opzegtermijnen personeel, rente) over een beperkte periode (indicatief enkele maanden, per polis verschillend), zonder nettowinst. Een afkoopsom kent de bedrijfsschadeverzekering niet.
24. De eigenaar van Drukkerij Print BV had in januari al besloten het bedrijf per 1 juli te sluiten en het personeel ontslag aangezegd. In mei brandt de drukkerij af. Welke stelling over de bedrijfsschadeverzekering is juist?
De bedrijfsschadeverzekering vergoedt de brutowinst die de onderneming zonder de gedekte gebeurtenis zou hebben behaald. Was de sluiting al vóór de schade gepland, dan zou na 1 juli geen omzet meer zijn gemaakt; de schade beperkt zich dus tot de periode tot de sluitingsdatum en de vaste kosten die tot dan doorlopen (toetsterm 1i.25). Een voornemen tot beëindiging is bovendien een risicowijziging die aan de verzekeraar gemeld moet worden.
25. Welke kosten zijn verzekerd op de reconstructiekostenverzekering van Architectenbureau Lindgren BV na een brand in het kantoor?
Toetsterm 1e.23 vraagt voorbeelden van kosten op de reconstructiekostenverzekering: de kosten om verloren gegane administratie, tekeningen, modellen, dossiers en data opnieuw samen te stellen (arbeid, overtypen, opnieuw inmeten, herstel van bestanden uit back-ups of bronnen). Niet gedekt is de waarde van de informatie zelf of goodwill; de hardware valt onder de inventarisverzekering en de gederfde winst onder de bedrijfsschadeverzekering.
26. Notariskantoor Vos BV vraagt welke reconstructiekosten voor zijn situatie verzekerd zouden zijn na waterschade in het archief. Welk voorbeeld past bij de reconstructiekostenverzekering?
Reconstructiekosten zijn de kosten om verloren gegane informatie opnieuw beschikbaar te maken: het opvragen van afschriften bij het Kadaster of andere registers, het opnieuw samenstellen van dossiers en repertoria, herstel van digitale bestanden (toetsterm 1e.23). Doorlopende salarissen en gemist honorarium horen bij de bedrijfsschadeverzekering (vaste kosten en nettowinst); de archiefkasten en de kluis zijn inventaris.
27. Stichting Buurthuis Noord maakt geen winst en wordt gefinancierd uit gemeentelijke subsidie en zaalverhuur. Het bestuur vraagt of een bedrijfsschadeverzekering zinvol is. Welk product past en wat is het verzekerd belang?
Voor stichtingen, verenigingen, scholen en zorginstellingen zonder winstoogmerk bestaat de exploitatiekostenverzekering: zij vergoedt de doorlopende exploitatiekosten die na een gedekte gebeurtenis niet meer uit de weggevallen inkomsten (zaalverhuur, bijdragen, omzetgerelateerde subsidies) kunnen worden betaald. Blijft een subsidie doorlopen, dan verlaagt dat het belang. Toetsterm 1e.17 noemt de (exploitatie)kostenverzekering als vorm; het belang volgt de systematiek van toetsterm 1e.18.
28. De adviseur beoordeelt bij Groothandel Bloemendaal BV vier situaties. Welke valt onder de standaarddekking van de brandbedrijfsschadeverzekering?
Toetsterm 2c.7 vraagt te beoordelen welke belangen onder de bedrijfsschadeverzekering vallen. Vereist is een gedekte gebeurtenis op de brandpolis die het eigen bedrijf treft, gevolgd door omzetderving binnen de uitkeringstermijn, inclusief de nawerking bij het terugwinnen van klanten. Concurrentie en staking zijn ondernemersrisico's; het faillissement van een afnemer is een kredietrisico voor de kredietverzekering.
29. Strandpaviljoen De Branding BV maakt 80 % van zijn brutowinst tussen mei en september. Op 1 april brandt het paviljoen af; herbouw duurt vijf maanden. De adviseur had een uitkeringstermijn van 26 weken geadviseerd. Wat is het gevolg en wat had beter gepast?
Bij een seizoensbedrijf loopt de stagnatie door tot het volgende seizoen: na herbouw in september is er nauwelijks omzet tot mei, en in de eerste weken van het nieuwe seizoen moeten gasten worden teruggewonnen. De uitkeringstermijn moet die hele periode omvatten; 26 weken dekt alleen tot 1 oktober. Seizoensinvloed en herstel van de klantenkring zijn expliciete factoren van toetsterm 1e.21; de verzekeraar vergoedt alleen de binnen de termijn gederfde brutowinst.
30. Welke kostenpost hoort bij de optelmethode tot de vaste kosten die in de brutowinst van Transportbedrijf Van Dam BV worden opgenomen?
Vaste kosten zijn de kosten die bij een stilstand niet of niet direct wegvallen: afschrijvingen, lease, huur, rente, verzekeringspremies, salarissen van vast personeel (art. 7:628 BW verplicht tot loondoorbetaling) en abonnementen. Brandstof, tol en ingehuurd vervoer zijn variabel: zij vervallen als er niet wordt gereden en worden bij de aftrekmethode van de omzet afgetrokken. Toetsterm 1e.19 vraagt deze indeling voor de berekening van het belang.
31. Na een brand bij Metaalbewerking Hendriks BV kunnen twintig productiemedewerkers drie maanden niet werken. De directeur vraagt of hij hun loon mag stopzetten om de bedrijfsschade te beperken. Wat is juist?
Een brand is een omstandigheid die in de risicosfeer van de werkgever ligt: het loon moet worden doorbetaald (art. 7:628 BW). Daarom zijn lonen en salarissen bij de bedrijfsschadeverzekering vaste kosten die in de brutowinst zitten en na een gedekte gebeurtenis worden vergoed. Ontslaat de werkgever personeel omdat hij niet herstart, dan gelden de regels van toetsterm 1i.25 over bedrijfsbeëindiging. De brandpolis dekt alleen de zaakschade.
32. Het magazijn van Webshop Nova BV overstroomt door een dijkdoorbraak van een primaire waterkering; de brandpolis sluit deze overstroming uit. Nova staat drie maanden stil. Vergoedt de brandbedrijfsschadeverzekering deze stagnatie?
De brandbedrijfsschadeverzekering dekt de stagnatie die het gevolg is van een op de brandpolis gedekte gebeurtenis; een oorzaak die daar is uitgesloten (overstroming door het bezwijken van een primaire waterkering, molest, opzet) leidt ook niet tot bedrijfsschadedekking (toetsterm 2c.7). De Wet tegemoetkoming schade bij rampen biedt alleen een gedeeltelijke tegemoetkoming na een rampverklaring en is geen verzekering.
33. Webshop Nova BV had vorig jaar een brutowinst van € 400.000 en verwacht dit jaar 40 % groei. De adviseur moet het verzekerd bedrag voor 52 weken vaststellen zonder accres/decres-clausule. Welk bedrag adviseert hij?
Het verzekerd bedrag moet de brutowinst weerspiegelen die het bedrijf in de periode na een eventuele schade zou hebben behaald; bij een groeiende onderneming betekent dat de verwachte brutowinst, hier € 400.000 × 1,4 = € 560.000, met zo mogelijk een accres/decres-clausule om afwijkingen op te vangen. Toetsterm 1e.25 noemt de ontwikkeling van het belang als factor bij het sluiten; het laatste jaarcijfer alleen leidt bij groei tot onderverzekering (art. 7:958 lid 5 BW).
34. Vastgoed Bos BV verhuurt een bedrijfshal aan Metaalbewerking Hendriks BV. Na een brand vervalt de huurbetaling zes maanden. Welke dekking beschermt Vastgoed Bos tegen dit inkomensverlies?
Voor de eigenaar-verhuurder is het wegvallen van huur na een gedekte gebeurtenis de 'bedrijfsschade'; die wordt gedekt via de huurdervingsdekking op de opstalverzekering, meestal tot een percentage van de herbouwwaarde of over een bepaalde periode. De huurder is bij vernietiging van het gehuurde niet tot huurbetaling verplicht (art. 7:210 BW), zodat zijn bedrijfsschadeverzekering deze huur ook niet vergoedt. Kredietverzekering dekt wanbetaling, geen wettelijk vervallen huur (toetsterm 2c.7).
35. Restaurant De Gouden Lepel BV draait na een brand in de keuken tijdelijk op halve capaciteit. De normale brutowinst is € 12.000 per week; gedurende 10 weken wordt € 5.000 per week gerealiseerd. Daarnaast is € 8.000 aan extra kosten gemaakt voor een tijdelijke keukenunit, wat de stagnatie aantoonbaar verminderde. Welk bedrag vergoedt de bedrijfsschadeverzekeraar (geen eigen risico)?
De verzekeraar vergoedt het verschil tussen de normale en de gerealiseerde brutowinst gedurende de stagnatie: 10 × (€ 12.000 − € 5.000) = € 70.000. Daarnaast vergoedt hij de redelijke extra kosten die de stagnatie hebben beperkt (toetsterm 1i.26), hier € 8.000, omdat zij minder bedragen dan de voorkomen schade. Samen € 78.000. De gerealiseerde omzet komt in mindering; het volledige jaarbelang uitkeren zou overcompensatie zijn (indemniteitsbeginsel, art. 7:960 BW).