WftExamenTrainer

📉 Bedrijfsschade, extra kosten, reconstructie, krediet en cyber

Waarover dit gaat

De bedrijfsschadeverzekering en haar varianten beschermen de continuïteit; de kredietverzekering dekt het wegvallen van debiteuren en de cyberverzekering de gevolgen van een digitaal incident. Toetstermen 1e.17-1e.25, 2c.7, 1i.25, 1i.26 en rubriek B5.

Bedrijfsschade: het verzekerbaar belang

De bedrijfsschadeverzekering dekt de financiële gevolgen van bedrijfsstagnatie na een gedekte gebeurtenis op de brandpolis of na machinebreuk. Het verzekerbaar belang is de brutowinst (1e.18, 1e.24). Twee methodes (1e.19): de optelmethode (vaste kosten + nettowinst) en de aftrekmethode (omzet − variabele kosten). Beide geven hetzelfde jaarbelang, naar rato verhoogd bij een uitkeringstermijn boven 52 weken. Een accres/decres-clausule vangt groei op en verrekent de premie achteraf; zonder die clausule geldt bij een te laag verzekerd bedrag de evenredigheidsregel (art. 7:958 lid 5 BW). Non-profitorganisaties zonder winst sluiten een exploitatiekostenverzekering.

Termijnen

De verzekeringstermijn (meestal een jaar) is de looptijd van het contract; de uitkeringstermijn (26, 52, 78 of 104 weken) begint op de schadedatum en bepaalt hoe lang de verzekeraar de gederfde brutowinst vergoedt, ook als die termijn de looptijd overschrijdt (1e.20). Factoren (1e.21, 1e.25): herbouw- en vergunningtijd, levertijd van machines, alternatieve locatie, seizoen, herstel van klantenkring. Bij machinebreukbedrijfsschade geldt vaak een eigen risico in dagen (carenztijd).

Extra kosten, reconstructie en bedrijfsbeëindiging

De extra-kostenverzekering vergoedt de kosten om na een calamiteit te blijven draaien: tijdelijke huisvesting, huur van machines, overwerk, uitbesteding. De reconstructiekostenverzekering (1e.23) dekt het herstellen van administratie, tekeningen, klantenbestanden en data. Wordt het bedrijf na de schade niet voortgezet (1i.25), dan vergoedt de verzekeraar alleen de doorlopende vaste kosten gedurende een beperkte, in de polis genoemde termijn. Naast de schade zelf draagt de verzekeraar (1i.26) de bereddingskosten (art. 7:957 BW), de expertisekosten (art. 7:959 BW) en, tot een percentage, de extra kosten om de stagnatie te beperken.

Kredietverzekering

De kredietverzekering dekt het debiteurenrisico: niet-betaling door insolventie of door protracted default (langdurige wanbetaling na de vervaldatum). De verzekeraar stelt per afnemer een kredietlimiet vast, hanteert een eigen risico per vordering en een maximumuitkering per jaar. De preventieve werking (1e.22) zit in de kredietbeoordeling vooraf, de voortdurende monitoring, de verplichte melding van betalingsachterstanden en het incassotraject.

Cyber- en datarisks

De cyberverzekering dekt eigen schade (bedrijfsstilstand, herstel van systemen en data, forensisch onderzoek, afpersing voor zover verzekerbaar) en aansprakelijkheid tegenover derden na een datalek, plus de kosten van de meldplicht: art. 33 AVG eist melding bij de Autoriteit Persoonsgegevens binnen 72 uur, art. 34 AVG informeert betrokkenen bij hoog risico. Bestuurlijke boetes (art. 83 AVG) zijn in Nederland in de regel onverzekerbaar. Social engineering is vaak alleen tegen sublimiet gedekt; incident response in natura is de kern. Uitsluitingen: oorlog en statelijke actoren, uitval van nutsvoorzieningen, verouderde software zonder ondersteuning, bekende ongepatchte kwetsbaarheden.

Doe de gratis oefentoets · volledige vragenbank en proefexamens met het maandabonnement

Voorbeeldvragen (35)

1. De adviseur inventariseert bij Bakkerij Ozturk vof welke verzekeringen de gevolgen van bedrijfsstagnatie kunnen dekken. Welke opsomming is juist?

  1. Aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven, beroepsaansprakelijkheid en bestuurdersaansprakelijkheid
  2. Opstalverzekering, inventaris- en goederenverzekering, glasverzekering en geldverzekering voor de winkelkas en de kluis
  3. Brandbedrijfsschade, machinebreukbedrijfsschade, de extra-kostenverzekering en de reconstructiekostenverzekering
  4. Collectieve ongevallenverzekering, verzuimverzekering en arbeidsongeschiktheidsverzekering voor de vennoten

Toetsterm 1e.17 vraagt de meest voorkomende verzekeringsvormen te noemen die schade door bedrijfsstagnatie dekken: de brandbedrijfsschadeverzekering (stagnatie na een gedekte gebeurtenis op de brandpolis), de machinebreukbedrijfsschadeverzekering, de extra-kostenverzekering (kosten om te blijven draaien) en de reconstructiekostenverzekering (herstel van administratie en data). Zaakverzekeringen dekken de beschadigde zaak zelf; aansprakelijkheids- en personenverzekeringen dekken andere risico's.

2. Wat wordt bij een brandbedrijfsschadeverzekering onder het verzekerbaar belang verstaan?

  1. De brutowinst: vaste kosten plus nettowinst, het bedrag dat na een stagnatie wegvalt
  2. De totale jaaromzet van de onderneming, omdat na een brand alle omzet wegvalt en dus moet worden vergoed
  3. De herbouwwaarde van het bedrijfspand vermeerderd met de nieuwwaarde van de inventaris en de goederen
  4. De nettowinst na belasting, omdat alleen de winst van de ondernemer zelf een verzekerbaar belang vormt

Het verzekerbaar belang bij bedrijfsschade is de brutowinst (toetsterm 1e.18 en 1e.24): de som van de doorlopende vaste kosten (huur, afschrijvingen, salarissen, rente) en de nettowinst, oftewel omzet minus variabele kosten. Variabele kosten (grondstoffen, inkoop, energie voor productie) vallen bij stilstand weg en hoeven niet te worden verzekerd. De omzet is dus te hoog als maatstaf, de nettowinst te laag; herbouwwaarde en nieuwwaarde horen bij de zaakverzekeringen.

3. De adviseur legt de directie van Metaalbewerking Hendriks BV uit hoe het verzekerbaar belang voor de bedrijfsschadeverzekering kan worden berekend. Welke twee methodes noemt hij?

  1. De omzetmethode (jaaromzet maal een branchepercentage) en de balansmethode (eigen vermogen plus voorzieningen)
  2. De optelmethode (vaste kosten plus nettowinst) en de aftrekmethode (omzet minus variabele kosten), die dezelfde brutowinst geven
  3. De herbouwmethode (herbouwwaarde van het pand) en de inventarismethode (nieuwwaarde van de machines)
  4. De premiemethode (jaarpremie maal dertig) en de fiscale methode (belastbare winst volgens de aangifte)

Toetsterm 1e.19 vraagt de twee methodes om het verzekerbaar belang te berekenen: de optelmethode telt de vaste kosten en de nettowinst op; de aftrekmethode trekt de variabele kosten van de omzet af. Beide leiden tot dezelfde brutowinst, omdat omzet = variabele kosten + vaste kosten + nettowinst. De aftrekmethode is in de praktijk handig omdat zij aansluit op de winst-en-verliesrekening; de optelmethode dwingt tot het per post beoordelen welke kosten doorlopen.

4. Restaurant De Gouden Lepel BV heeft een jaaromzet van € 900.000. De inkoop van voedsel en drank bedraagt € 315.000 en de overige variabele kosten € 45.000. De vaste kosten zijn € 420.000 en de nettowinst € 120.000. Hoe hoog is de brutowinst volgens de aftrekmethode?

  1. € 585.000: de omzet verminderd met alleen de inkoop van voedsel en drank, omdat overige kosten vast zijn
  2. € 480.000: de omzet verminderd met de vaste kosten, die bij een stilstand wegvallen
  3. € 120.000: de nettowinst, omdat de vaste kosten doorlopen en dus niet als schade voor de verzekeraar tellen
  4. € 540.000: de omzet verminderd met alle variabele kosten (€ 315.000 + € 45.000 = € 360.000)

De aftrekmethode (toetsterm 1e.19) neemt de omzet en trekt alle variabele kosten af: € 900.000 − € 315.000 − € 45.000 = € 540.000. De optelmethode geeft ter controle hetzelfde: vaste kosten € 420.000 + nettowinst € 120.000 = € 540.000. Dat bedrag is het jaarbelang dat bij een uitkeringstermijn van 52 weken als verzekerd bedrag wordt genomen. Alleen de inkoop aftrekken of de vaste kosten aftrekken geeft een verkeerd belang.

5. Drukkerij Print BV maakte vorig jaar verlies: omzet € 1.200.000, variabele kosten € 800.000, vaste kosten € 450.000, nettoverlies € 50.000. Welk bedrag is het verzekerbaar belang voor de bedrijfsschadeverzekering?

  1. € 450.000: de vaste kosten, omdat bij verlies de nettowinst op nul wordt gesteld en het verlies niet meetelt
  2. € 500.000: de vaste kosten plus het verlies, omdat het verlies ook een kostenpost is
  3. € 0: een verlieslatend bedrijf heeft geen verzekerbaar belang bij bedrijfsschade
  4. € 400.000: omzet minus variabele kosten, gelijk aan de vaste kosten verminderd met het nettoverlies

Ook bij verlies bestaat een verzekerbaar belang: de vaste kosten lopen bij stilstand door en worden niet meer uit de omzet gedekt. Aftrekmethode: € 1.200.000 − € 800.000 = € 400.000; optelmethode: vaste kosten € 450.000 min nettoverlies € 50.000 = € 400.000. Het verlies wordt dus van de vaste kosten afgetrokken, niet erbij opgeteld (toetsterm 1e.19). De verzekeraar vergoedt na een schade dan de vaste kosten voor zover die zonder schade uit de omzet gedekt zouden zijn.

6. Welk verschil bestaat er tussen de verzekeringstermijn en de uitkeringstermijn op de bedrijfsschadeverzekering van Installatiebedrijf Jansen BV?

  1. Beide begrippen betekenen hetzelfde: de periode van twaalf maanden waarin de polis van kracht is en schade wordt vergoed
  2. De verzekeringstermijn is de periode waarover schade wordt vergoed; de uitkeringstermijn de termijn waarbinnen de verzekeraar betaalt
  3. Verzekeringstermijn = looptijd van het contract; uitkeringstermijn = periode vanaf de schadedatum waarover wordt vergoed
  4. De verzekeringstermijn geldt voor de brandpolis, de uitkeringstermijn uitsluitend voor de machinebreukverzekering

Toetsterm 1e.20 vraagt dit onderscheid: de verzekeringstermijn (contractsduur, meestal twaalf maanden, jaarlijks verlengd) bepaalt of een gebeurtenis onder de dekking valt; de uitkeringstermijn (26, 52, 78 of 104 weken) begint op de dag van de schade en bepaalt hoe lang de bedrijfsschade wordt vergoed, ook als die periode doorloopt tot na het einde van de verzekeringstermijn. De betalingstermijn van de verzekeraar is weer iets anders (art. 7:941 BW en polisvoorwaarden).

7. De bedrijfsschadeverzekering van Fietsenfabriek Velo BV loopt van 1 januari tot en met 31 december 2026 met een uitkeringstermijn van 52 weken. Op 1 oktober 2026 brandt de fabriek af; de herbouw duurt tot augustus 2027. Tot wanneer vergoedt de verzekeraar de bedrijfsschade?

  1. Tot 31 december 2026, omdat de dekking van de bedrijfsschade eindigt met de verzekeringstermijn
  2. Tot 31 december 2027, omdat de uitkeringstermijn begint op de eerste dag van het volgende verzekeringsjaar
  3. Tot augustus 2027, omdat de verzekeraar altijd vergoedt tot het bedrijf feitelijk weer draait
  4. Tot 30 september 2027: 52 weken vanaf de schadedatum, ongeacht het einde van de verzekeringstermijn op 31 december 2026

De uitkeringstermijn begint op de schadedatum en loopt 52 weken, dus tot eind september 2027, ook al is de verzekeringstermijn op 31 december 2026 geëindigd (toetsterm 1e.20). Is het bedrijf eerder hersteld en op het oude omzetniveau, dan stopt de vergoeding eerder; duurt het herstel langer dan de uitkeringstermijn, dan draagt de onderneming het restant zelf. Daarom is de keuze van de uitkeringstermijn zo belangrijk (toetsterm 1e.21).

8. Welke factoren bepalen in de regel de benodigde duur van de uitkeringstermijn op de bedrijfsschadeverzekering van Metaalbewerking Hendriks BV?

  1. Uitsluitend de hoogte van de jaaromzet: hoe hoger de omzet, hoe langer de uitkeringstermijn moet zijn om de premie te rechtvaardigen
  2. De rentestand en de looptijd van de bankfinanciering, omdat de bank de uitkeringstermijn voorschrijft
  3. Alleen de opzegtermijn van het huurcontract van het bedrijfspand en de looptijd van de arbeidsovereenkomsten van het personeel
  4. Herbouwtijd inclusief vergunningen, levertijd van machines, een alternatieve locatie en de tijd om klanten terug te winnen

Toetsterm 1e.21 noemt de factoren die de duur van de uitkeringstermijn bepalen: de tijd voor sloop, vergunningen en herbouw, de levertijd en installatie van (specialistische) machines, de mogelijkheid tijdelijk elders te produceren of uit te besteden, de seizoensgebondenheid van de omzet en de periode die nodig is om de klantenkring en de marktpositie te herwinnen nadat het bedrijf weer draait. Omzet en financiering bepalen het verzekerd bedrag, niet de termijn.

9. Het jaarbelang (brutowinst) van Kunststofverwerking Polymer BV is € 1.300.000. Omdat de spuitgietmachines een levertijd van een jaar hebben, adviseert de adviseur een uitkeringstermijn van 78 weken. Welk verzekerd bedrag hoort daarbij?

  1. € 1.950.000: het jaarbelang maal 78/52, omdat de verzekeraar anderhalf jaar brutowinst moet kunnen vergoeden
  2. € 2.600.000: bij een uitkeringstermijn boven 52 weken wordt het jaarbelang verdubbeld
  3. € 1.300.000: het verzekerd bedrag is altijd het jaarbelang; de uitkeringstermijn wijzigt alleen de premie en niet het bedrag
  4. € 866.667: het jaarbelang maal 52/78, omdat de schade over een langere termijn wordt uitgesmeerd

Bij een uitkeringstermijn langer dan 52 weken moet het verzekerd bedrag het belang over die hele termijn dekken: € 1.300.000 × 78/52 = € 1.950.000. Wordt alleen het jaarbelang verzekerd, dan ontstaat bij een langdurige stilstand onderverzekering. Bij een uitkeringstermijn korter dan 52 weken blijft in de regel het volledige jaarbelang verzekerd, omdat de stagnatie zich in een korte periode kan concentreren (toetsterm 1e.20 en 1e.21).

10. Bakkerij Ozturk vof heeft een bedrijfsschadeverzekering met een verzekerd bedrag van € 240.000 (52 weken), zonder accres/decres-clausule. Het werkelijke jaarbelang blijkt € 320.000. Na een brand bedraagt de gederfde brutowinst € 80.000. Welke uitkering volgt?

  1. € 80.000: bij bedrijfsschade speelt onderverzekering geen rol, omdat het een kostenverzekering is
  2. € 20.000: alleen het verschil tussen het werkelijke belang en het verzekerd bedrag wordt vergoed
  3. € 240.000: het volledige verzekerd bedrag, omdat de brand tot een totale stilstand van de bakkerij leidde
  4. € 60.000: schade maal verzekerd bedrag gedeeld door werkelijk belang (evenredigheidsregel)

De bedrijfsschadeverzekering is een schadeverzekering waarop de evenredigheidsregel van art. 7:958 lid 5 BW geldt: € 80.000 × 240.000 / 320.000 = € 60.000. De vennoten dragen € 20.000 zelf. Een accres/decres-clausule of een verzekering op basis van het werkelijke jaarbelang met premieverrekening achteraf voorkomt dit; de adviseur controleert daarom jaarlijks de brutowinst uit de jaarrekening (toetsterm 2c.7).

11. Waarom adviseert de adviseur Webshop Nova BV, een snel groeiend bedrijf, een accres/decres-clausule op de bedrijfsschadeverzekering?

  1. Het verzekerd bedrag groeit of krimpt automatisch mee met een percentage (indicatief 30 %), met premieverrekening achteraf op het werkelijke jaarbelang
  2. Omdat de clausule de uitkeringstermijn automatisch verlengt zodra de omzet in een jaar met meer dan 10 % stijgt
  3. Omdat de clausule het eigen risico in dagen omzet in een eigen risico in geld, wat bij groei gunstiger uitpakt
  4. Omdat de clausule de verzekering omzet in een premier-risqueverzekering zonder verzekerd bedrag en zonder evenredigheidsregel

De accres/decres-clausule laat het verzekerd bedrag automatisch meebewegen met de werkelijke brutowinst, tot een percentage boven en onder het opgegeven bedrag (indicatief 30 %, per verzekeraar verschillend); na afloop van het jaar wordt de premie op basis van de werkelijke cijfers verrekend. Zo voorkomt een groeiend bedrijf onderverzekering en betaalt een krimpend bedrijf niet te veel. De uitkeringstermijn en het eigen risico verandert de clausule niet (toetsterm 1e.25).

12. Welke factoren zijn van belang bij het sluiten van een brandbedrijfsschade- en extra-kostenverzekering voor Groothandel Bloemendaal BV?

  1. Het aantal werknemers en hun gemiddelde leeftijd, omdat de verzuimkans na een brand in belangrijke mate de hoogte van de premie bepaalt
  2. Alleen de herbouwwaarde van het pand, omdat de bedrijfsschade volgens de gebruikelijke rekenregel een vast percentage daarvan is
  3. Brutowinst en verwachte groei, uitkeringstermijn, afhankelijkheid van leveranciers en afnemers, seizoen en uitwijkmogelijkheden
  4. De kredietwaardigheid van de onderneming volgens de bank, omdat die de maximale uitkering begrenst

Toetsterm 1e.25 vraagt de factoren bij het sluiten te benoemen: het verzekerbaar belang (brutowinst, met accres/decres voor groei), de passende uitkeringstermijn, de toeleverings- en afnemersafhankelijkheid (te verzekeren via een aanvullende dekking), seizoenspieken, de mogelijkheid om uit te wijken of uit te besteden en het eigen risico. De herbouwwaarde is een grootheid van de opstalverzekering; de bedrijfsschade is er geen vast percentage van.

13. Fietsenfabriek Velo BV betrekt 70 % van haar frames van één leverancier in Portugal. Brandt die fabriek af, dan staat Velo maandenlang stil. Kan dit risico onder de bedrijfsschadeverzekering worden gebracht?

  1. Nee, de bedrijfsschadeverzekering dekt uitsluitend stagnatie door een gedekte gebeurtenis aan het eigen bedrijfspand en de eigen inventaris
  2. Ja, via een aanvullende dekking voor toeleveringsbedrijven: stagnatie door een gedekte gebeurtenis bij de genoemde leverancier
  3. Ja, maar alleen als de leverancier zelf een Nederlandse brandverzekering heeft bij dezelfde verzekeraar
  4. Nee, dit is een kredietrisico dat uitsluitend op een kredietverzekering met omzetpolis kan worden gedekt

Toetsterm 2c.7 vraagt te beoordelen welke belangen onder de bedrijfsschadeverzekering en haar aanvullende dekkingen kunnen worden gebracht. De dekking voor toeleverings- en afnemersbedrijven verzekert de stagnatie die ontstaat doordat een (met naam genoemde of gecategoriseerde) leverancier of afnemer door een gedekte gebeurtenis uitvalt, vaak tot een sublimiet. Kredietverzekering dekt het niet-betalen door een afnemer, niet het wegvallen van toelevering.

14. Restaurant De Gouden Lepel BV ligt naast een groot museum dat na een brand een half jaar sluit; de omzet van het restaurant halveert. Ook wordt de straat na een gasexplosie bij de buren zes weken afgesloten. Welke stelling over de bedrijfsschadeverzekering is juist?

  1. Beide situaties zijn standaard gedekt, omdat elke omzetdaling na een brand in de omgeving onder bedrijfsschade valt
  2. Geen van beide is verzekerbaar, omdat er geen materiële schade is aan het eigen pand of de eigen inventaris
  3. Alleen via aanvullende dekkingen: publiek trekkende objecten (museum) en belemmering van de toegang (straat)
  4. Alleen de straatafsluiting is gedekt, en dan onder de opstalverzekering van het pand als belemmering van gebruik

De standaarddekking van de bedrijfsschadeverzekering vereist een gedekte gebeurtenis die het eigen bedrijf treft. Aanvullende dekkingen breiden dit uit: 'publiek trekkende objecten' dekt omzetderving doordat een nabijgelegen trekpleister door een gedekt evenement uitvalt; 'belemmering van de toegang' (ook wel denial of access) dekt stagnatie doordat de omgeving door een gedekte gebeurtenis bij derden of op last van de overheid onbereikbaar is. Toetsterm 2c.7.

15. Kunststofverwerking Polymer BV vreest een langdurige stroomstoring bij het regionale netbedrijf, waardoor de productie stilvalt en grondstoffen in de machines uitharden. Hoe beoordeelt de adviseur dit risico?

  1. Het is nooit verzekerbaar, omdat de netbeheerder wettelijk aansprakelijk is voor alle gevolgschade van stroomuitval
  2. Meeverzekerbaar als aanvullende dekking: uitval van elektriciteit, gas of water door een gedekte gebeurtenis bij het nutsbedrijf, met een eigen risico in uren
  3. Het valt standaard onder de machinebreukverzekering, omdat de machines door de stroomstoring stilvallen en beschadigd raken
  4. Het valt onder de aansprakelijkheidsverzekering van Polymer, omdat klanten hun bestellingen te laat krijgen

De aanvullende dekking 'uitval van nutsvoorzieningen' verzekert bedrijfsschade door onderbreking van de levering van elektriciteit, gas, water of telecommunicatie als gevolg van een gedekte gebeurtenis (brand, storm, explosie) bij het nutsbedrijf, vaak met een wachttijd in uren en een sublimiet. De aansprakelijkheid van netbeheerders is contractueel sterk beperkt, zodat verhaal zelden lukt. Schade aan grondstoffen in machines hoort op de goederen- of machinebreukverzekering (toetsterm 2c.7).

16. De enige pers van Drukkerij Print BV valt uit door een gebroken as (eigen gebrek); reparatie duurt zes weken en de omzet valt weg. Print heeft een brandbedrijfsschadeverzekering. Is deze stagnatie gedekt?

  1. Ja, elke stilstand van een productiemachine valt onder de brandbedrijfsschadeverzekering, ongeacht de oorzaak van de storing
  2. Nee: brandbedrijfsschade volgt de brandpolis; stagnatie door machinebreuk vraagt een machinebreukbedrijfsschadeverzekering
  3. Ja, mits Print de storing van de pers binnen 48 uur bij de verzekeraar heeft gemeld en het reparatierapport meestuurt
  4. Nee, omdat stagnatie door een eigen gebrek van een machine volgens de wet onder geen enkele verzekeringsvorm kan worden gebracht

De brandbedrijfsschadeverzekering volgt de dekking van de brandpolis (brand, storm, inbraak, water); een mechanische storing of eigen gebrek van een machine is daar geen gedekte gebeurtenis. De machinebreukverzekering dekt de reparatie van de machine zelf, de machinebreukbedrijfsschadeverzekering de stagnatie die daaruit volgt, meestal met een eigen risico in dagen (carenztijd). Toetsterm 1e.17 noemt beide vormen naast elkaar.

17. De machinebreukbedrijfsschadeverzekering van Kunststofverwerking Polymer BV kent een eigen risico van 5 werkdagen (carenztijd). Na een breuk staat de productielijn 23 werkdagen stil; de gederfde brutowinst is € 4.000 per werkdag. Hoeveel vergoedt de verzekeraar?

  1. € 92.000: de volledige stilstand, omdat een eigen risico in dagen alleen de premie beïnvloedt
  2. € 20.000: alleen de eerste 5 werkdagen, omdat de verzekeraar daarna alleen nog het herstel van de machine zelf vergoedt
  3. € 72.000: 18 werkdagen maal € 4.000, omdat de eerste 5 werkdagen (carenztijd) voor rekening van Polymer blijven
  4. € 88.000: 22 werkdagen, omdat alleen de eerste dag van de stilstand als eigen risico geldt

Bij machinebreukbedrijfsschade wordt het eigen risico vaak in tijd uitgedrukt: de eerste dagen van de stilstand (carenztijd) draagt de verzekerde zelf. Hier: (23 − 5) × € 4.000 = € 72.000. Zo blijven korte storingen, die tot het normale bedrijfsrisico horen, buiten de polis en blijft de premie betaalbaar (toetsterm 1e.17). Het herstel van de machine zelf valt onder de machinebreukverzekering, niet onder de bedrijfsschadedekking.

18. Voor welk type onderneming is een extra-kostenverzekering in plaats van (of naast) een bedrijfsschadeverzekering het meest passend, en wat dekt zij?

  1. Voor een productiebedrijf met veel machines; zij dekt de nieuwwaarde van de machines na een brand of machinebreuk
  2. Voor een transportbedrijf; zij dekt de extra brandstofkosten bij omleidingen, wegafsluitingen en files
  3. Voor een winkel met bederfelijke goederen; zij dekt het bederf van de voorraad bij stroomuitval en koelstoring
  4. Voor een dienstverlener die snel elders verder kan; zij dekt de meerkosten om door te werken

De extra-kostenverzekering vergoedt de kosten die de onderneming boven haar normale kosten maakt om na een gedekte gebeurtenis te blijven functioneren: tijdelijke huisvesting, huur van computers of machines, overwerk, extra transport, uitbesteding. Zij past bij ondernemingen waarvan de omzet niet direct wegvalt maar die wel snel moeten herstarten, zoals kantoren en dienstverleners; het verzekerd belang is een geschat bedrag op premier-risquebasis (toetsterm 1e.24).

19. Wat is het verschil in verzekerd belang tussen een brandbedrijfsschadeverzekering en een extra-kostenverzekering, zoals de adviseur dat aan Accountantskantoor De Vries uitlegt?

  1. Beide verzekeringen hebben hetzelfde belang, de brutowinst; alleen de premie en de uitkeringstermijn verschillen
  2. Bij bedrijfsschade is het belang de jaaromzet; bij extra kosten de nettowinst over de uitkeringstermijn
  3. Bedrijfsschade: brutowinst over de uitkeringstermijn met evenredigheidsregel; extra kosten: een geschat bedrag aan meerkosten op premier-risquebasis
  4. Bij bedrijfsschade is het belang de herbouwwaarde; bij extra kosten de nieuwwaarde van de kantoorinventaris

Toetsterm 1e.24 vraagt een definitie van het verzekerd belang bij beide vormen. Bij brandbedrijfsschade is dat de brutowinst (vaste kosten plus nettowinst) over de gekozen uitkeringstermijn, met toepassing van de evenredigheidsregel bij onderverzekering. Bij de extra-kostenverzekering wordt een bedrag verzekerd dat de verwachte meerkosten dekt; het is een premier-risquedekking, zodat onderverzekering geen rol speelt maar het bedrag wel het maximum is.

20. Na een brand huurt Webshop Nova BV met spoed een ander magazijn (€ 30.000 extra huur) en laat orders door een extern fulfilmentbedrijf verwerken (€ 45.000). Daardoor blijft de gederfde brutowinst beperkt tot € 50.000 in plaats van € 200.000. Hoe gaat de bedrijfsschadeverzekeraar met deze kosten om?

  1. Hij vergoedt alleen de gederfde brutowinst van € 50.000; de extra kosten zijn een eigen ondernemerskeuze van Nova en blijven onvergoed
  2. Als schadebeperkende kosten vergoed, omdat zij de bedrijfsschade verminderden, meestal tot het bedrag van de voorkomen schade
  3. Hij vergoedt € 200.000, alsof Nova geen maatregelen had genomen, en laat de gemaakte extra kosten voor rekening van Nova
  4. Hij vergoedt niets, omdat het huren van een ander magazijn de verzekerde hoedanigheid wijzigt

Kosten die de verzekerde redelijkerwijs maakt om de bedrijfsschade te beperken (extra kosten, bereddingskosten in de zin van art. 7:957 BW) komen naast de gederfde brutowinst voor rekening van de verzekeraar, in de regel tot het bedrag waarmee zij de schade hebben verminderd; hier € 75.000 kosten tegen € 150.000 voorkomen schade. Toetsterm 1i.26 vraagt uit te leggen welke kosten de verzekeraar naast de schade draagt en tot welk bedrag.

21. Na een brand bij Metaalbewerking Hendriks BV benoemt de verzekeraar een expert om de bedrijfsschade vast te stellen; Hendriks wil een eigen contra-expert en een accountant inschakelen om de brutowinst te onderbouwen. Wie betaalt deze kosten?

  1. Hendriks betaalt alle expertisekosten zelf; de verzekeraar vergoedt uitsluitend de vastgestelde schade
  2. De verzekeraar draagt zijn eigen expert en de redelijke kosten van de contra-expert (art. 7:959 BW); accountantskosten vaak tot een percentage
  3. De verzekeraar vergoedt de contra-expert alleen als die tot een lagere schadevaststelling komt dan de door de verzekeraar zelf benoemde expert
  4. De kosten worden van de uitkering afgetrokken, omdat zij volgens de polis onder het eigen risico vallen

Art. 7:959 lid 1 BW legt de redelijke kosten tot het vaststellen van de schade bij de verzekeraar, ook als daardoor het verzekerd bedrag wordt overschreden; dat omvat de expert van de verzekeraar en, binnen de grenzen van redelijkheid, de contra-expert van de verzekerde. Bedrijfsschadepolissen kennen daarnaast vaak een vergoeding voor accountantskosten om de brutowinst en de stagnatie aan te tonen, tot een sublimiet of percentage. Toetsterm 1i.26.

22. Bij een dreigende overstroming van het productiegebouw van Kunststofverwerking Polymer BV worden voor € 25.000 pompen en zandzakken ingezet, waardoor een stilstand van maanden wordt voorkomen. Het verzekerd bedrag van de bedrijfsschadepolis is al bijna volledig benut door een eerdere schade. Wat geldt voor deze € 25.000?

  1. Bereddingskosten voor de verzekeraar, zo nodig boven het verzekerd bedrag (art. 7:957 BW)
  2. De kosten zijn niet gedekt, omdat het verzekerd bedrag door de eerdere schade is uitgeput en niets meer resteert
  3. De kosten worden alleen vergoed als de overstroming zich daadwerkelijk had voorgedaan en schade had veroorzaakt
  4. De kosten vallen onder de opstalverzekering van de verhuurder, omdat het gebouw en niet de omzet werd beschermd

Art. 7:957 BW verplicht de verzekerde tot maatregelen ter voorkoming of vermindering van een onmiddellijk dreigende gedekte schade en legt de redelijke kosten daarvan bij de verzekeraar, ook boven het verzekerd bedrag. De pompen voorkwamen een gedekte bedrijfsschade, dus zijn zij bereddingskosten op de bedrijfsschadepolis (en deels op de zaakverzekering). Toetsterm 1i.26 vraagt deze kosten en hun grenzen te benoemen; of de schade zich uiteindelijk voordeed, is niet beslissend.

23. Na een grote brand besluit de 64-jarige eigenaar van Bakkerij Ozturk vof het bedrijf niet te herstarten. Hij had een bedrijfsschadeverzekering met een uitkeringstermijn van 52 weken. Wat zijn de gevolgen voor de uitkering?

  1. Hij ontvangt de volledige brutowinst over 52 weken, omdat de brand een gedekte gebeurtenis op de brandpolis was
  2. Hij ontvangt niets, omdat bedrijfsschade alleen wordt vergoed als het bedrijf daadwerkelijk wordt voortgezet
  3. In de regel alleen de doorlopende vaste kosten die hij nog moet dragen, gedurende een beperkte in de polis genoemde termijn; geen nettowinst
  4. Hij ontvangt het verzekerd bedrag als afkoopsom, omdat de verzekering door de beëindiging wordt beëindigd

Toetsterm 1i.25 vraagt de gevolgen van bedrijfsbeëindiging voor de uitkering uit te leggen. Wordt het bedrijf na de schade niet voortgezet, dan is er geen te herstellen omzet meer; de meeste polissen vergoeden dan alleen de vaste kosten die de verzekerde nog moet doorbetalen (huur, opzegtermijnen personeel, rente) over een beperkte periode (indicatief enkele maanden, per polis verschillend), zonder nettowinst. Een afkoopsom kent de bedrijfsschadeverzekering niet.

24. De eigenaar van Drukkerij Print BV had in januari al besloten het bedrijf per 1 juli te sluiten en het personeel ontslag aangezegd. In mei brandt de drukkerij af. Welke stelling over de bedrijfsschadeverzekering is juist?

  1. De verzekeraar vergoedt de brutowinst over de volledige uitkeringstermijn, omdat de brand een gedekte gebeurtenis is en het voornemen niet telt
  2. Hoogstens de stagnatie tot 1 juli en de tot dan doorlopende vaste kosten: na de geplande sluiting was er toch geen brutowinst
  3. De verzekeraar vergoedt de brutowinst over 52 weken, verminderd met 50 % wegens het al bestaande voornemen tot sluiting van het bedrijf
  4. De verzekeraar weigert elke uitkering, omdat een voornemen tot sluiting de polis van rechtswege doet vervallen

De bedrijfsschadeverzekering vergoedt de brutowinst die de onderneming zonder de gedekte gebeurtenis zou hebben behaald. Was de sluiting al vóór de schade gepland, dan zou na 1 juli geen omzet meer zijn gemaakt; de schade beperkt zich dus tot de periode tot de sluitingsdatum en de vaste kosten die tot dan doorlopen (toetsterm 1i.25). Een voornemen tot beëindiging is bovendien een risicowijziging die aan de verzekeraar gemeld moet worden.

25. Welke kosten zijn verzekerd op de reconstructiekostenverzekering van Architectenbureau Lindgren BV na een brand in het kantoor?

  1. De kosten om administratie, tekeningen, bestekken, dossiers en bestanden opnieuw op te stellen: overtypen, inmeten, data herstellen
  2. De nieuwwaarde van de computers, printers en plotters die bij de brand verloren zijn gegaan, inclusief de softwarelicenties en installatie
  3. De gederfde winst doordat het bureau tijdens de herbouw geen nieuwe ontwerpopdrachten kan aannemen
  4. De waarde van de verloren gegane ontwerpen als intellectueel eigendom en de goodwill van het bureau

Toetsterm 1e.23 vraagt voorbeelden van kosten op de reconstructiekostenverzekering: de kosten om verloren gegane administratie, tekeningen, modellen, dossiers en data opnieuw samen te stellen (arbeid, overtypen, opnieuw inmeten, herstel van bestanden uit back-ups of bronnen). Niet gedekt is de waarde van de informatie zelf of goodwill; de hardware valt onder de inventarisverzekering en de gederfde winst onder de bedrijfsschadeverzekering.

26. Notariskantoor Vos BV vraagt welke reconstructiekosten voor zijn situatie verzekerd zouden zijn na waterschade in het archief. Welk voorbeeld past bij de reconstructiekostenverzekering?

  1. Het salaris van medewerkers dat tijdens de sluiting van het kantoor doorloopt terwijl zij niet kunnen werken
  2. De vervanging van de door het water beschadigde archiefkasten, de kluis en de kantoorinventaris in het archief
  3. Het honorarium dat het kantoor misloopt doordat cliënten tijdens de sluiting naar een ander kantoor gaan
  4. Afschriften opvragen bij Kadaster en Kamer van Koophandel en dossiers en repertoria opnieuw samenstellen

Reconstructiekosten zijn de kosten om verloren gegane informatie opnieuw beschikbaar te maken: het opvragen van afschriften bij het Kadaster of andere registers, het opnieuw samenstellen van dossiers en repertoria, herstel van digitale bestanden (toetsterm 1e.23). Doorlopende salarissen en gemist honorarium horen bij de bedrijfsschadeverzekering (vaste kosten en nettowinst); de archiefkasten en de kluis zijn inventaris.

27. Stichting Buurthuis Noord maakt geen winst en wordt gefinancierd uit gemeentelijke subsidie en zaalverhuur. Het bestuur vraagt of een bedrijfsschadeverzekering zinvol is. Welk product past en wat is het verzekerd belang?

  1. Een gewone bedrijfsschadeverzekering op basis van de brutowinst, omdat elke rechtspersoon uiteindelijk winst maakt
  2. Geen enkel product, omdat organisaties zonder winstoogmerk volgens verzekeraars geen verzekerbaar belang bij stagnatie hebben
  3. Een exploitatiekostenverzekering: verzekerd zijn de doorlopende exploitatiekosten die na een schade niet meer uit de verhuurinkomsten worden gedekt, zonder winst
  4. Een kredietverzekering, omdat de subsidie van de gemeente een vordering op een debiteur is die kan wegvallen

Voor stichtingen, verenigingen, scholen en zorginstellingen zonder winstoogmerk bestaat de exploitatiekostenverzekering: zij vergoedt de doorlopende exploitatiekosten die na een gedekte gebeurtenis niet meer uit de weggevallen inkomsten (zaalverhuur, bijdragen, omzetgerelateerde subsidies) kunnen worden betaald. Blijft een subsidie doorlopen, dan verlaagt dat het belang. Toetsterm 1e.17 noemt de (exploitatie)kostenverzekering als vorm; het belang volgt de systematiek van toetsterm 1e.18.

28. De adviseur beoordeelt bij Groothandel Bloemendaal BV vier situaties. Welke valt onder de standaarddekking van de brandbedrijfsschadeverzekering?

  1. Omzetdaling omdat een grote concurrent een filiaal opent in dezelfde straat en klanten met scherpe aanbiedingen en reclame weglokt
  2. Omzetderving tijdens de herbouw na een brand in het eigen magazijn, inclusief het herwinnen van klanten binnen de termijn
  3. Omzetdaling omdat een belangrijke afnemer failliet gaat, zijn openstaande facturen niet betaalt en geen nieuwe orders plaatst
  4. Stilstand doordat het personeel staakt voor een nieuwe cao en de magazijnen wekenlang gesloten blijven

Toetsterm 2c.7 vraagt te beoordelen welke belangen onder de bedrijfsschadeverzekering vallen. Vereist is een gedekte gebeurtenis op de brandpolis die het eigen bedrijf treft, gevolgd door omzetderving binnen de uitkeringstermijn, inclusief de nawerking bij het terugwinnen van klanten. Concurrentie en staking zijn ondernemersrisico's; het faillissement van een afnemer is een kredietrisico voor de kredietverzekering.

29. Strandpaviljoen De Branding BV maakt 80 % van zijn brutowinst tussen mei en september. Op 1 april brandt het paviljoen af; herbouw duurt vijf maanden. De adviseur had een uitkeringstermijn van 26 weken geadviseerd. Wat is het gevolg en wat had beter gepast?

  1. 26 weken volstaat: de herbouw duurt vijf maanden, dus is de stagnatie ruim binnen de termijn voorbij en draait het paviljoen weer
  2. Een termijn van 13 weken had volstaan, omdat alleen de herbouwperiode telt en het seizoen buiten beschouwing blijft
  3. De uitkeringstermijn is niet relevant, omdat bij een seizoensbedrijf altijd de volledige jaarbrutowinst wordt uitgekeerd, ongeacht de duur van de stilstand
  4. Het seizoen gaat verloren tot het volgende voorjaar; een uitkeringstermijn van minstens 52 weken had seizoen en herwinnen van gasten moeten dekken

Bij een seizoensbedrijf loopt de stagnatie door tot het volgende seizoen: na herbouw in september is er nauwelijks omzet tot mei, en in de eerste weken van het nieuwe seizoen moeten gasten worden teruggewonnen. De uitkeringstermijn moet die hele periode omvatten; 26 weken dekt alleen tot 1 oktober. Seizoensinvloed en herstel van de klantenkring zijn expliciete factoren van toetsterm 1e.21; de verzekeraar vergoedt alleen de binnen de termijn gederfde brutowinst.

30. Welke kostenpost hoort bij de optelmethode tot de vaste kosten die in de brutowinst van Transportbedrijf Van Dam BV worden opgenomen?

  1. De brandstofkosten van de vrachtwagens, die evenredig met het aantal gereden kilometers stijgen en bij stilstand wegvallen
  2. De afschrijvingen en leasetermijnen van het wagenpark, de huur van de loods en de kantoorsalarissen
  3. De tolgelden en veerkosten die per rit worden gemaakt en aan de opdrachtgevers worden doorbelast op de factuur
  4. De inkoopkosten van uitbesteed vervoer door charters bij piekdrukte, die alleen bij extra orders ontstaan

Vaste kosten zijn de kosten die bij een stilstand niet of niet direct wegvallen: afschrijvingen, lease, huur, rente, verzekeringspremies, salarissen van vast personeel (art. 7:628 BW verplicht tot loondoorbetaling) en abonnementen. Brandstof, tol en ingehuurd vervoer zijn variabel: zij vervallen als er niet wordt gereden en worden bij de aftrekmethode van de omzet afgetrokken. Toetsterm 1e.19 vraagt deze indeling voor de berekening van het belang.

31. Na een brand bij Metaalbewerking Hendriks BV kunnen twintig productiemedewerkers drie maanden niet werken. De directeur vraagt of hij hun loon mag stopzetten om de bedrijfsschade te beperken. Wat is juist?

  1. Ja, bij een brand vervalt de loondoorbetalingsplicht, zodat de lonen niet tot de bedrijfsschade behoren
  2. Nee: het loon moet worden doorbetaald (art. 7:628 BW); daarom zijn lonen vaste kosten in de brutowinst die de bedrijfsschadeverzekering vergoedt
  3. Ja, mits het UWV een vergunning voor werktijdverkorting afgeeft; de verzekeraar vergoedt dan geen loonkosten meer
  4. Nee, maar de lonen worden door de brandverzekeraar van het pand vergoed, niet door de bedrijfsschadeverzekeraar

Een brand is een omstandigheid die in de risicosfeer van de werkgever ligt: het loon moet worden doorbetaald (art. 7:628 BW). Daarom zijn lonen en salarissen bij de bedrijfsschadeverzekering vaste kosten die in de brutowinst zitten en na een gedekte gebeurtenis worden vergoed. Ontslaat de werkgever personeel omdat hij niet herstart, dan gelden de regels van toetsterm 1i.25 over bedrijfsbeëindiging. De brandpolis dekt alleen de zaakschade.

32. Het magazijn van Webshop Nova BV overstroomt door een dijkdoorbraak van een primaire waterkering; de brandpolis sluit deze overstroming uit. Nova staat drie maanden stil. Vergoedt de brandbedrijfsschadeverzekering deze stagnatie?

  1. Ja, omdat de bedrijfsschadeverzekering een zelfstandige polis is met een eigen dekkingsomschrijving voor elke stilstand
  2. Nee: de bedrijfsschadeverzekering volgt de brandpolis; een daar uitgesloten oorzaak geeft ook geen bedrijfsschadedekking
  3. Ja, maar alleen de vaste kosten, omdat overstroming als natuurramp een bijzondere positie inneemt
  4. Nee, omdat overstromingsschade in Nederland altijd door de overheid wordt vergoed via de Wet tegemoetkoming schade bij rampen

De brandbedrijfsschadeverzekering dekt de stagnatie die het gevolg is van een op de brandpolis gedekte gebeurtenis; een oorzaak die daar is uitgesloten (overstroming door het bezwijken van een primaire waterkering, molest, opzet) leidt ook niet tot bedrijfsschadedekking (toetsterm 2c.7). De Wet tegemoetkoming schade bij rampen biedt alleen een gedeeltelijke tegemoetkoming na een rampverklaring en is geen verzekering.

33. Webshop Nova BV had vorig jaar een brutowinst van € 400.000 en verwacht dit jaar 40 % groei. De adviseur moet het verzekerd bedrag voor 52 weken vaststellen zonder accres/decres-clausule. Welk bedrag adviseert hij?

  1. € 400.000, omdat de verzekeraar alleen het belang uit de laatst vastgestelde jaarrekening als verzekerd bedrag accepteert
  2. € 560.000: de verwachte brutowinst over de komende periode, omdat de schade in de toekomst valt en de trend meetelt
  3. € 200.000, omdat een webshop na een brand direct elders kan doorgaan en hooguit de helft verliest
  4. € 800.000: het dubbele van vorig jaar, als veiligheidsmarge tegen onderverzekering bij snelle groei

Het verzekerd bedrag moet de brutowinst weerspiegelen die het bedrijf in de periode na een eventuele schade zou hebben behaald; bij een groeiende onderneming betekent dat de verwachte brutowinst, hier € 400.000 × 1,4 = € 560.000, met zo mogelijk een accres/decres-clausule om afwijkingen op te vangen. Toetsterm 1e.25 noemt de ontwikkeling van het belang als factor bij het sluiten; het laatste jaarcijfer alleen leidt bij groei tot onderverzekering (art. 7:958 lid 5 BW).

34. Vastgoed Bos BV verhuurt een bedrijfshal aan Metaalbewerking Hendriks BV. Na een brand vervalt de huurbetaling zes maanden. Welke dekking beschermt Vastgoed Bos tegen dit inkomensverlies?

  1. De bedrijfsschadeverzekering van de huurder Hendriks, die de huur van de verhuurder moet doorbetalen
  2. De huurdervingsdekking op de opstalverzekering van Vastgoed Bos, over de herbouwperiode
  3. De kredietverzekering van Vastgoed Bos, omdat de huurder een debiteur is die zijn verplichtingen niet nakomt
  4. Geen enkele: huurderving na brand is een ondernemersrisico dat elke verhuurder zelf moet dragen

Voor de eigenaar-verhuurder is het wegvallen van huur na een gedekte gebeurtenis de 'bedrijfsschade'; die wordt gedekt via de huurdervingsdekking op de opstalverzekering, meestal tot een percentage van de herbouwwaarde of over een bepaalde periode. De huurder is bij vernietiging van het gehuurde niet tot huurbetaling verplicht (art. 7:210 BW), zodat zijn bedrijfsschadeverzekering deze huur ook niet vergoedt. Kredietverzekering dekt wanbetaling, geen wettelijk vervallen huur (toetsterm 2c.7).

35. Restaurant De Gouden Lepel BV draait na een brand in de keuken tijdelijk op halve capaciteit. De normale brutowinst is € 12.000 per week; gedurende 10 weken wordt € 5.000 per week gerealiseerd. Daarnaast is € 8.000 aan extra kosten gemaakt voor een tijdelijke keukenunit, wat de stagnatie aantoonbaar verminderde. Welk bedrag vergoedt de bedrijfsschadeverzekeraar (geen eigen risico)?

  1. € 78.000: de gederfde brutowinst van € 70.000 (10 × € 7.000) plus de € 8.000 extra kosten die de stagnatie beperkten
  2. € 120.000: de volledige brutowinst over 10 weken, omdat het restaurant niet normaal kon draaien
  3. € 70.000: alleen de gederfde brutowinst; extra kosten zijn een eigen keuze van de ondernemer
  4. € 50.000: de gerealiseerde brutowinst, omdat de verzekeraar vergoedt wat het bedrijf zelf verdiende

De verzekeraar vergoedt het verschil tussen de normale en de gerealiseerde brutowinst gedurende de stagnatie: 10 × (€ 12.000 − € 5.000) = € 70.000. Daarnaast vergoedt hij de redelijke extra kosten die de stagnatie hebben beperkt (toetsterm 1i.26), hier € 8.000, omdat zij minder bedragen dan de voorkomen schade. Samen € 78.000. De gerealiseerde omzet komt in mindering; het volledige jaarbelang uitkeren zou overcompensatie zijn (indemniteitsbeginsel, art. 7:960 BW).

Gratis beginnen