WftExamenTrainer

🏠 NHG en rentevormen

De hypotheek als zekerheidsrecht

Een hypothecair krediet is een geldlening waarvoor de geldverstrekker een recht van hypotheek krijgt op een registergoed, gevestigd bij notariële akte en ingeschreven in de openbare registers (Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek). Dat recht geeft de geldverstrekker het recht van parate executie: bij een ernstige achterstand kan hij de woning laten verkopen zonder rechterlijke titel. Voor de adviseur is dit meer dan een juridisch weetje: het verklaart waarom de geldverstrekker eisen stelt aan de waarde van het onderpand, aan de verzekering ervan en aan de rangorde van eventuele tweede hypotheken.

Nationale Hypotheek Garantie

De NHG is een borgtocht die de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen verstrekt aan de geldverstrekker. Blijft er na een gedwongen verkoop een restschuld over, dan betaalt het waarborgfonds die aan de geldverstrekker en beoordeelt het vervolgens of de consument voor kwijtschelding in aanmerking komt. Kwijtschelding is niet vanzelfsprekend: de consument moet te goeder trouw zijn geweest, moet hebben meegewerkt aan een zo hoog mogelijke verkoopopbrengst en de restschuld moet voortkomen uit een van de erkende oorzaken, zoals werkloosheid, arbeidsongeschiktheid, echtscheiding of het overlijden van een partner. Voor de borgtocht betaalt de consument eenmalig een borgtochtprovisie over het leningbedrag; die provisie is onder de eigenwoningregeling in beginsel als financieringskosten aftrekbaar. Omdat de geldverstrekker met NHG minder risico loopt, geldt doorgaans een rentekorting. De kostengrens en de provisie worden jaarlijks vastgesteld; de adviseur toetst ze altijd aan de dan geldende Voorwaarden en Normen van de NHG.

Aflossingsvormen

De annuïteitenhypotheek kent een gelijkblijvend bruto maandbedrag waarin het rentedeel daalt en het aflossingsdeel stijgt; de netto last loopt in de loop der jaren op naarmate de renteaftrek afneemt. De lineaire hypotheek kent een constant aflossingsdeel en dus een dalende bruto last, lost sneller af en kost over de hele looptijd minder rente. De aflossingsvrije hypotheek kent geen contractuele aflossing; sinds 2013 komt de rente daarover voor nieuwe leningen niet meer in aftrek, waardoor deze vorm in de praktijk vooral bestaat binnen het overgangsrecht en tot een beperkt deel van de woningwaarde. Spaar-, beleggings- en bankspaarhypotheken bestaan alleen nog als bestaande gevallen onder dat overgangsrecht.

Rentevormen en rentemiddeling

De consument kiest tussen een variabele rente en een rentevaste periode. Een lange rentevaste periode koopt zekerheid tegen een hogere rente; een korte periode is goedkoper maar legt het renterisico bij de consument. Binnen de rente zit een risico-opslag die afhangt van de verhouding tussen lening en woningwaarde: naarmate de schuld door aflossing of waardestijging daalt, kan de consument om een lagere opslag verzoeken. Bij rentemiddeling wordt de contante waarde van de vergoeding voor vervroegde aflossing verwerkt in een nieuwe, gemiddelde rente met een nieuwe rentevaste periode. Wil de consument juist volledig aflossen of oversluiten, dan mag de geldverstrekker op grond van de hypothekenrichtlijn en de daarop gebaseerde Wft-bepalingen uitsluitend het financiële nadeel in rekening brengen; de AFM heeft daarvoor een leidraad met een uniforme berekeningswijze gepubliceerd.

Van oriëntatie tot passeren

Het adviestraject loopt van oriëntatie en inventarisatie via het bindend aanbod — waarop de consument ten minste veertien dagen bedenktijd heeft — naar de taxatie of modelmatige waardebepaling, de bouwdepotafspraken bij verbouwing en ten slotte het passeren van de akte bij de notaris. De adviseur legt bij elke stap vast welke afweging is gemaakt; dat dossier is zowel de kern van de zorgplicht als het eerste waar de AFM naar kijkt.

Doe de gratis oefentoets · volledige vragenbank en proefexamens met het maandabonnement

Voorbeeldvragen (35)

1. Wat is een recht van hypotheek in juridische zin?

  1. De geldleningsovereenkomst zelf, waarin de rente en de looptijd zijn vastgelegd
  2. Een persoonlijk recht op terugbetaling, dat via beslag op het inkomen kan worden uitgewonnen
  3. Een beperkt zekerheidsrecht op een registergoed dat bij notariële akte wordt gevestigd
  4. De inschrijving van de woning in het Kadaster op naam van de eigenaar

Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek regelt het recht van hypotheek als beperkt recht op een registergoed. Het staat los van de geldlening zelf, die de onderliggende verbintenis vormt.

2. Waarvoor is inschrijving van de hypotheekakte in de openbare registers nodig?

  1. Om de woning te kunnen verzekeren
  2. Om de geldlening rechtsgeldig te maken zodat de geldverstrekker het bedrag daadwerkelijk aan de koper kan uitbetalen op de dag van de eigendomsoverdracht
  3. Om de rente te kunnen aftrekken
  4. Om het hypotheekrecht te laten ontstaan en aan derden te kunnen tegenwerpen

Vestiging vraagt zowel een notariële akte als inschrijving in de openbare registers. Boek 3 en Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek is op dit punt de bepalende bron. De rangorde van meerdere hypotheken volgt uit het moment van inschrijving.

3. Wat houdt het recht van parate executie in?

  1. De hypotheekhouder mag bij verzuim het onderpand laten verkopen zonder rechterlijke titel
  2. De hypotheekhouder mag de woning zelf in eigendom nemen zodra de schuldenaar drie maanden achterstand heeft, waarna hij die naar eigen inzicht kan verhuren of verkopen
  3. De schuldenaar mag vervroegd aflossen
  4. De notaris mag de akte inschrijven

Artikel 3:268 van het Burgerlijk Wetboek geeft de hypotheekhouder het recht tot openbare verkoop zonder executoriale titel. Toe-eigening van het onderpand is uitdrukkelijk verboden, wat het verbod van eigenmachtige toe-eigening wordt genoemd.

4. Wat betekent een tweede hypotheek voor de positie van de geldverstrekker?

  1. Hij deelt naar evenredigheid met de eerste hypotheekhouder in de executieopbrengst
  2. Hij wordt pas voldaan nadat de eerste hypotheekhouder volledig is voldaan uit de opbrengst
  3. Hij gaat voor op de eerste hypotheekhouder, omdat zijn recht het laatst is gevestigd
  4. Hij heeft in het geheel geen zekerheidsrecht op de woning van de schuldenaar

De rangorde volgt uit het moment van inschrijving in de openbare registers. Dit vloeit rechtstreeks voort uit Boek 3 en Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek. Een tweede hypotheekhouder loopt daardoor meer risico en rekent doorgaans een hogere rente.

5. Wat regelt een negatieve hypotheekverklaring?

  1. De eigenaar verplicht zich het onderpand niet zonder toestemming te bezwaren of te vervreemden
  2. De geldverstrekker verklaart afstand te doen van zijn recht van hypotheek zodra de restschuld onder een in de overeenkomst genoemd bedrag is gedaald door reguliere aflossingen
  3. Er wordt een tweede hypotheek gevestigd
  4. De akte wordt doorgehaald

Een negatieve verklaring is een verbintenis en geen zekerheidsrecht; er wordt dus geen hypotheek gevestigd. Deze regel staat in Boek 3 en Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek. Zij biedt de geldverstrekker daardoor aanmerkelijk minder bescherming dan een ingeschreven hypotheekrecht.

6. Wat gebeurt er met het hypotheekrecht nadat de lening volledig is afgelost?

  1. Het recht vervalt, maar de inschrijving blijft staan tot zij door een notariële akte wordt doorgehaald
  2. Recht en inschrijving vervallen automatisch zodra de laatste termijn is voldaan
  3. De hypotheekakte wordt door de notaris vernietigd en uit zijn protocol verwijderd
  4. De woning wordt van rechtswege vrij van lasten en beperkingen geleverd

Aflossing doet het recht tenietgaan, maar de inschrijving verdwijnt pas na royement door de notaris. Boek 3 en Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek is op dit punt de bepalende bron. Zolang de inschrijving blijft staan, kan zij bij verkoop of herfinanciering voor vertraging zorgen.

7. Wat kenmerkt een bankhypotheek ten opzichte van een vaste hypotheek?

  1. Zij vervalt na dertig jaar, wanneer de wettelijke maximumduur is verstreken
  2. Zij dient uitsluitend voor de eigen woning en niet voor consumptief krediet
  3. Zij kent een lagere rente, omdat de bank een ruimere zekerheid in handen heeft
  4. Zij strekt tot zekerheid voor al wat de bank van de schuldenaar te vorderen heeft of krijgt

Een bankhypotheek dekt alle huidige en toekomstige vorderingen van dezelfde bank, wat de zekerheid ruim maakt. Hierop is Boek 3 en Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing. Voor de klant betekent het dat aflossen van de hypotheek niet vanzelf tot royement leidt.

8. Waarom stelt een geldverstrekker eisen aan de verzekering van het onderpand?

  1. Omdat een opstalverzekering voor iedere woningeigenaar wettelijk verplicht is
  2. Omdat het onderpand zijn zekerheid vormt en die zekerheid bij brand of storm verloren kan gaan
  3. Omdat de premie van de opstalverzekering aftrekbaar is in box 1
  4. Omdat de notaris de polis nodig heeft voordat hij de akte mag passeren

Een opstalverzekering beschermt de waarde van het onderpand en daarmee de positie van de geldverstrekker. Deze regel staat in de toetstermen van de module Hypothecair krediet. Er bestaat geen wettelijke verzekeringsplicht; de verplichting volgt uit de hypotheekvoorwaarden.

9. Waarvoor dient een taxatierapport bij een hypotheekaanvraag?

  1. Voor het vaststellen van de marktwaarde, die bepalend is voor de verhouding tussen lening en woningwaarde
  2. Voor het vaststellen van de bouwkundige staat en het te verwachten groot onderhoud
  3. Voor het bepalen van de rente, die de geldverstrekker per taxatie vaststelt
  4. Voor de aangifte inkomstenbelasting, waarin de waarde van de woning wordt opgegeven

De marktwaarde bepaalt de loan-to-value en daarmee de maximale lening en vaak de risico-opslag. Het antwoord berust op de Tijdelijke regeling hypothecair krediet. Een bouwkundige keuring is een afzonderlijk onderzoek met een ander doel.

10. Wanneer volstaat een modelmatige waardebepaling in plaats van een volledig taxatierapport?

  1. Bij elke aanvraag waarbij de woning in de afgelopen drie jaar aantoonbaar is verbouwd
  2. Bij een beperkt risico, bijvoorbeeld een lage verhouding tussen lening en woningwaarde bij een courante woning
  3. Bij nieuwbouw, omdat de koopsom en de waarde daar per definitie samenvallen
  4. Bij elke aanvraag met NHG, omdat het waarborgfonds de waarde dan garandeert

Geldverstrekkers accepteren een modelwaarde alleen binnen hun eigen risicokaders, doorgaans bij een lage loan-to-value en een courant object. Toetsing hiervan gebeurt aan de Tijdelijke regeling hypothecair krediet. Bij een hoger risico of een afwijkend object blijft een gevalideerd taxatierapport vereist.

11. Wat wordt verstaan onder de marktwaarde van een woning?

  1. Het geschatte bedrag waartegen de woning zou worden overgedragen tussen een bereidwillige koper en verkoper na behoorlijke marketing
  2. De vraagprijs waarmee de verkoper de woning voor het eerst op de markt aanbiedt aan het publiek
  3. De WOZ-waarde die de gemeente jaarlijks per peildatum voor de betreffende woning vaststelt
  4. De opbrengst die bij een executoriale verkoop op de openbare veiling wordt gerealiseerd

De marktwaarde veronderstelt een normale verkoopsituatie met voldoende voorbereidingstijd. Deze regel staat in de toetstermen van de module Hypothecair krediet. De executiewaarde ligt daar structureel onder, omdat bij gedwongen verkoop die voorbereiding ontbreekt.

12. Waarvoor wordt de WOZ-waarde gebruikt in de eigenwoningregeling?

  1. Voor het vaststellen van de rente
  2. Voor het bepalen van de maximale hypothecaire lening die een geldverstrekker op grond van de Tijdelijke regeling hypothecair krediet aan een consument mag verstrekken
  3. Voor de berekening van het eigenwoningforfait dat bij het inkomen in box 1 wordt opgeteld
  4. Voor de aftrek van financieringskosten

Het eigenwoningforfait is een percentage van de WOZ-waarde en wordt in box 1 bij het inkomen geteld. Dit punt is terug te voeren op de eigenwoningregeling van de Wet IB 2001. Voor de leencapaciteit is juist de marktwaarde bepalend en niet de WOZ-waarde.

13. Wat drukt de loan-to-value uit?

  1. De verhouding tussen de hoogte van de lening en de waarde van de woning, uitgedrukt in een percentage
  2. De verhouding tussen de maandelijkse bruto hypotheeklast van de consument en zijn bruto maandinkomen zoals dat door de geldverstrekker in de toets is vastgesteld
  3. De verhouding tussen rente en aflossing
  4. De verhouding tussen looptijd en rentevaste periode

De loan-to-value is de wettelijke bovengrens uit de Tijdelijke regeling hypothecair krediet en bepaalt daarnaast vaak de risico-opslag. De verhouding tussen last en inkomen heet de loan-to-income.

14. Wat betekent de wettelijke grens van honderd procent van de marktwaarde voor de koper?

  1. De koper mag maximaal honderd procent van de koopsom lenen en daarnaast een aanvullend krediet afsluiten voor de overdrachtsbelasting en de notariskosten bij dezelfde geldverstrekker
  2. De kosten koper moeten uit eigen middelen worden voldaan omdat de lening de woningwaarde niet mag overtreffen
  3. De koper mag niets zelf inbrengen
  4. De koper mag altijd meer lenen dan de woning waard is

De loan-to-value-norm begrenst de lening tot de marktwaarde, waardoor de bijkomende kosten uit eigen geld of uit een schenking moeten komen. De grondslag hiervoor ligt in de Tijdelijke regeling hypothecair krediet. Voor energiebesparende voorzieningen kent de regeling een uitzondering.

15. Welke kosten vallen onder de aanduiding kosten koper bij een bestaande woning?

  1. De kosten van de hypotheekakte en de daarbij horende bankgarantie
  2. De courtage van de verkoopmakelaar, die volgens de koopakte voor de verkoper is
  3. Onder meer de overdrachtsbelasting en de notariskosten voor de leveringsakte
  4. De kosten van de verhuizing en van de inrichting van de nieuwe woning

Kosten koper omvat de kosten die verband houden met de verkrijging van de woning, waaronder de overdrachtsbelasting. Dit vloeit rechtstreeks voort uit de Wet op belastingen van rechtsverkeer. De kosten van de hypotheekakte horen bij de financiering en zijn onder voorwaarden aftrekbaar.

16. Wanneer geldt de startersvrijstelling in de overdrachtsbelasting?

  1. Bij elke verkrijging door iemand die de afgelopen vijf jaar geen woning bezat
  2. Bij verkrijging door een koper binnen de wettelijke leeftijdsgrens die de woning zelf gaat bewonen en aan de waardegrens voldoet
  3. Bij elke eerste eigen woning van de koper, ongeacht zijn leeftijd of de waarde
  4. Bij verkrijging krachtens erfrecht of schenking binnen de familie in de rechte lijn

De startersvrijstelling kent een leeftijdsgrens, een eigenwoningeis en een waardegrens die jaarlijks wordt aangepast. De grondslag hiervoor ligt in de Wet op belastingen van rechtsverkeer. Verkrijging krachtens erfrecht is überhaupt niet belast met overdrachtsbelasting.

17. Welk tarief geldt bij aankoop van een woning die niet als hoofdverblijf gaat dienen?

  1. Het nultarief, omdat over een tweede woning geen overdrachtsbelasting loopt
  2. Het verlaagde woningtarief, omdat de aard van de zaak en niet het gebruik telt
  3. Het algemene tarief voor onroerende zaken, dat aanmerkelijk hoger ligt dan het verlaagde woningtarief
  4. Het tarief van de startersvrijstelling, mits de koper binnen de leeftijdsgrens valt

Het verlaagde woningtarief geldt alleen wanneer de verkrijger de woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gaat gebruiken. Hierop is de Wet op belastingen van rechtsverkeer van toepassing. Beleggers en kopers van een tweede woning betalen daarom het algemene tarief.

18. Welke twee akten passeert de notaris bij een woningaankoop met financiering?

  1. De koopovereenkomst en de hypotheekakte
  2. Uitsluitend de hypotheekakte, omdat de eigendom van de woning al overgaat op het moment waarop koper en verkoper de koopovereenkomst ondertekenen bij de makelaar
  3. De koopovereenkomst en de leveringsakte
  4. De leveringsakte voor de eigendomsoverdracht en de hypotheekakte voor het zekerheidsrecht

De koopovereenkomst wordt buiten de notaris om gesloten; eigendom gaat pas over bij de notariële levering en inschrijving. De basis daarvoor is Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. De hypotheekakte vestigt daarnaast het zekerheidsrecht van de geldverstrekker.

19. Welke bedenktijd heeft een particuliere koper na ondertekening van de koopovereenkomst?

  1. Drie dagen wettelijke bedenktijd waarbinnen hij zonder opgaaf van reden kan ontbinden
  2. Veertien dagen, gelijk aan de bedenktijd bij het bindend aanbod van de bank
  3. Een maand, te rekenen vanaf de dag waarop de akte is ondertekend
  4. Geen bedenktijd, omdat de koopovereenkomst direct bindend is

Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek geeft de particuliere koper drie dagen bedenktijd na ontvangst van de getekende akte. Die termijn staat los van de veertien dagen bedenktijd bij het bindend aanbod voor de lening.

20. Waarvoor dient een financieringsvoorbehoud in de koopovereenkomst?

  1. Om de wettelijke bedenktijd van de koper met drie dagen te verlengen
  2. Om de verkoper te laten ontbinden zodra hij een koper vindt die meer biedt
  3. Om de koop te kunnen ontbinden wanneer de koper de financiering niet rond krijgt
  4. Om de overdracht bij de notaris uit te stellen tot na de verbouwing

Het financieringsvoorbehoud beschermt de koper tegen de boete bij niet afnemen wanneer de lening niet rondkomt. Deze regel staat in Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. Beroep erop vereist doorgaans afwijzingen van meerdere geldverstrekkers binnen de gestelde termijn.

21. Wat is een bindend aanbod bij een hypothecair krediet?

  1. Een goedkeuring van het taxatierapport door de geldverstrekker en de notaris
  2. Een voorlopige indicatie van het leenbedrag waaraan de bank zich nog niet bindt
  3. Een offerte zonder ontbindende voorwaarden, die de consument direct moet tekenen
  4. Een onherroepelijk aanbod van de geldverstrekker waarop de consument ten minste veertien dagen bedenktijd heeft

De hypothekenrichtlijn en de daarop gebaseerde Wft-bepalingen verlangen een bindend aanbod met een bedenktijd van ten minste veertien dagen. Binnen die termijn kan de consument het aanbod aanvaarden of laten verlopen.

22. Waarvoor dient het Europees gestandaardiseerd informatieblad bij een hypothecair krediet?

  1. Om het hypotheekrecht bij de notaris te kunnen vestigen en inschrijven
  2. Om de geldverstrekker de kredietwaardigheid van de aanvrager te laten beoordelen
  3. Om de consument gestandaardiseerde en vergelijkbare informatie over het aanbod te verschaffen
  4. Om de uitkomst van de taxatie tegenover de consument te onderbouwen

Het informatieblad maakt aanbiedingen van verschillende geldverstrekkers onderling vergelijkbaar. De basis daarvoor is de hypothekenrichtlijn en de daarop gebaseerde Wft-bepalingen. Het wordt tijdig vóór het bindend aanbod verstrekt, zodat de consument het bij zijn keuze kan betrekken.

23. Wat gebeurt er op de dag van het passeren bij de notaris?

  1. De koper krijgt de sleutels en kan direct met de verbouwing beginnen
  2. De leveringsakte en de hypotheekakte worden getekend en de koopsom wordt uit de leningsopbrengst voldaan
  3. De koopovereenkomst wordt gesloten en de bedenktijd van de koper begint
  4. De wettelijke bedenktijd van drie dagen gaat op dat moment voor de koper in

Op de passeerdatum worden beide akten getekend en verrekent de notaris de geldstromen via zijn derdengeldenrekening. Boek 3 en Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek is op dit punt de bepalende bron. Inschrijving in de openbare registers volgt onmiddellijk daarna.

24. Waarvoor dient een waarborgsom of bankgarantie bij een woningaankoop?

  1. Als dekking van de kosten koper, die de notaris uit dit bedrag voldoet
  2. Als zekerheid voor de bank dat de eerste maandtermijnen worden voldaan
  3. Als vooruitbetaling op de koopsom, die bij levering aan de verkoper toekomt
  4. Als zekerheid voor de verkoper dat de koper zijn verplichtingen nakomt, meestal tien procent van de koopsom

De waarborgsom of bankgarantie beschermt de verkoper tegen het niet nakomen door de koper. Dit punt is terug te voeren op Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. Zij wordt bij levering verrekend met de koopsom of vervalt zodra de akte is gepasseerd.

25. Waarom is eigen geld bij een woningaankoop van belang?

  1. De inbreng van eigen geld is in box 1 aftrekbaar als financieringskosten
  2. Het is nodig omdat geldverstrekkers tien procent eigen inbreng moeten eisen
  3. Het verhoogt de leencapaciteit, omdat eigen geld als inkomen wordt meegeteld
  4. Het is nodig voor de kosten koper en verlaagt de loan-to-value en daarmee vaak de risico-opslag

Eigen middelen dekken de kosten koper en verlagen de verhouding tussen lening en woningwaarde. De grondslag hiervoor ligt in de Tijdelijke regeling hypothecair krediet. Een wettelijke minimuminbreng bestaat niet; de grens ligt bij de maximale loan-to-value.

26. Hoe werkt een schenking van de ouders door in de hypotheekaanvraag?

  1. Zij verhoogt het toetsinkomen van de aanvrager in het jaar van de schenking
  2. Zij telt als eenmalig inkomen mee, waardoor dat jaar meer geleend mag worden
  3. Zij verlaagt de benodigde lening maar verhoogt de leencapaciteit niet, omdat zij geen bestendig inkomen is
  4. Zij telt in het geheel niet mee bij de beoordeling van de aanvraag

De financieringslastnormen zijn gebaseerd op bestendig inkomen; een schenking is vermogen en verlaagt de lening. Dat onderscheid tussen inkomen en vermogen is een klassiek examenonderwerp.

27. Wat betekent erfpacht voor de financiering van een woning?

  1. Erfpacht verlaagt de rente, omdat de erfverpachter mede zekerheid biedt
  2. De koper verkrijgt de volle eigendom van grond en opstal en betaalt de gemeente een jaarlijkse vergoeding
  3. De grond blijft eigendom van de erfverpachter en de erfpachtcanon drukt op de financieringslast
  4. Erfpacht verhoogt de marktwaarde, omdat de grond niet hoeft te worden gekocht

Bij erfpacht wordt de canon meegewogen in de toets op de financieringslast, wat de leencapaciteit verlaagt. De basis daarvoor is Boek 3 en Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek. Geldverstrekkers stellen daarnaast eisen aan de resterende looptijd en aan de herzieningsvoorwaarden.

28. Waarom zijn geldverstrekkers terughoudend bij particuliere erfpacht met korte resterende looptijd?

  1. Omdat de rente op een erfpachtwoning wettelijk hoger wordt vastgesteld
  2. Omdat de erfverpachter het hypotheekrecht bij korte looptijd eenzijdig kan beëindigen
  3. Omdat de erfpachtcanon aftrekbaar is en de klant daardoor te weinig marge overhoudt
  4. Omdat de waarde van het onderpand sterk kan dalen bij herziening of afloop van het recht

Bij herziening kan de canon sterk stijgen en bij afloop vervalt het recht, wat de zekerheid van de geldverstrekker aantast. NHG stelt daarom eigen eisen aan de resterende looptijd van het erfpachtrecht.

29. Waarop let een geldverstrekker bij de financiering van een appartement?

  1. Op de financiële positie van de vereniging van eigenaars en op de hoogte van het reservefonds
  2. Op de vraag of de vereniging haar servicekosten wil achterstellen bij de lening
  3. Op de bouwkundige staat van het privégedeelte, los van het complex
  4. Op de energieprestatie van het complex, die de maximale lening bepaalt

Een vereniging zonder toereikend reservefonds kan tot onverwachte bijdragen leiden die de last van de eigenaar verhogen. De basis daarvoor is Boek 3 en Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek. Wettelijk moet er jaarlijks worden gereserveerd of een meerjarenonderhoudsplan zijn vastgesteld.

30. Wat is bijzonder aan de financiering van een nieuwbouwwoning?

  1. De koper betaalt de volledige koopsom pas bij oplevering en is tot dan niets verschuldigd
  2. De koop- en aannemingssom wordt in termijnen betaald uit een bouwdepot en er wordt rente vergoed over het nog niet opgenomen deel
  3. Er is geen taxatierapport nodig, omdat de aanneemsom de waarde van de woning bepaalt
  4. Er geldt geen wettelijke bedenktijd, omdat er met een aannemer wordt gecontracteerd

Bij nieuwbouw loopt de betaling via bouwtermijnen uit het depot, waarover de geldverstrekker rente vergoedt. Dat volgt uit de toetstermen van de module Hypothecair krediet. De koper betaalt intussen wel al rente over het opgenomen deel, wat tot dubbele lasten kan leiden.

31. Waarvoor dient een bouwdepot?

  1. Voor het gereserveerd houden van het geleende bedrag dat bestemd is voor verbouwing of nieuwbouw
  2. Voor een buffer waaruit de bank de maandtermijnen betaalt als de klant dat niet kan
  3. Voor het betalen van de kosten koper en de notariskosten bij levering
  4. Voor de aflossing van de lening in de eerste jaren na oplevering

Uit het depot worden facturen van aannemer en leveranciers betaald na goedkeuring door de geldverstrekker. Dit punt is terug te voeren op de toetstermen van de module Hypothecair krediet. Over het nog niet opgenomen saldo wordt doorgaans een rentevergoeding gegeven.

32. Wat gebeurt er met een restant in het bouwdepot na afloop van de depotperiode?

  1. Het vervalt aan de geldverstrekker
  2. Het wordt aan de consument uitgekeerd zodat hij het naar eigen inzicht kan besteden aan bijvoorbeeld de inrichting van de woning of aan de kosten van de verhuizing
  3. Het blijft onbeperkt staan
  4. Het wordt in beginsel als extra aflossing op de lening in mindering gebracht

Een restant wordt afgelost omdat het geleende bedrag anders niet aan de woning is besteed en de renteaftrek in gevaar zou komen. Toetsing hiervan gebeurt aan de eigenwoningregeling van de Wet IB 2001. Sommige geldverstrekkers laten een beperkte vrije besteding toe binnen hun voorwaarden.

33. Waarvoor dient een overbruggingskrediet?

  1. Voor het financieren van de verbouwing van de nieuwe woning
  2. Voor het overbruggen van de periode tussen twee rentevaste perioden
  3. Voor het voorschieten van de kosten koper bij de aankoop van de woning
  4. Voor het tijdelijk financieren van de overwaarde van de nog niet verkochte woning

Een overbruggingskrediet maakt de overwaarde van de oude woning vervroegd beschikbaar voor de aankoop van de nieuwe. Dat volgt uit de toetstermen van de module Hypothecair krediet. Geldverstrekkers hanteren daarbij een korting op de verwachte opbrengst en een maximale looptijd.

34. Welk risico brengt een overbruggingskrediet mee?

  1. De rente over het krediet is niet aftrekbaar in box 1
  2. De geldverstrekker mag de oude woning zelf laten veilen om af te lossen
  3. Bij tegenvallende verkoop blijven twee woonlasten naast elkaar bestaan
  4. De looptijd van het krediet is contractueel onbeperkt

Blijft de oude woning onverkocht, dan lopen de lasten van beide woningen door. de toetstermen van de module Hypothecair krediet is op dit punt de bepalende bron. De adviseur toetst daarom of de klant die dubbele last gedurende de overbruggingsperiode kan dragen.

35. Wat houdt de verhuisregeling in de eigenwoningregeling in?

  1. De overdrachtsbelasting vervalt voor wie binnen drie jaar opnieuw verhuist
  2. De consument mag zijn rentevaste periode meenemen en houdt zijn oude rentepercentage
  3. De renteaftrek wordt in het jaar van de verhuizing voor beide woningen verdubbeld
  4. De oude en de nieuwe woning kunnen gedurende een wettelijke termijn beide als eigen woning worden aangemerkt

De Wet IB 2001 laat toe dat een te koop staande voormalige eigen woning en de nieuwe woning tijdelijk beide in box 1 vallen. De rente op beide schulden is dan gedurende die termijn aftrekbaar.

Gratis beginnen