WftExamenTrainer

🛡️ BKR, acceptatie, zorgplicht en beheer

Vakbekwaamheid als toegangseis

Artikel 4:9 Wft verlangt dat een financiële dienstverlener vakbekwaam is: medewerkers die klantcontact hebben over financiële producten beschikken over een geldig Wft-diploma voor de betreffende module, afgegeven na een examen bij een geaccrediteerd exameninstituut en geregistreerd in het centraal diplomaregister. Het CDFD stelt de toetstermen vast en adviseert de minister; de AFM houdt toezicht op de naleving. Het diploma blijft geldig zolang de adviseur binnen elke PE-periode het bijbehorende PE-examen behaalt. Wie dat nalaat, verliest niet zijn diploma maar wel de geldigheid ervan voor advisering.

Inventariseren, adviseren, vastleggen

De kern van de zorgplicht staat in artikel 4:23 Wft: voordat een adviseur adviseert, wint hij informatie in over de financiële positie, kennis, ervaring, doelstellingen en risicobereidheid van de consument, en zorgt hij dat het advies daarop is gebaseerd. Bij een hypothecair krediet betekent dit dat ook het inkomensrisico bij overlijden, arbeidsongeschiktheid, werkloosheid en pensionering wordt doorgerekend. De consument ontvangt vooraf informatie over de aard van de dienstverlening en de beloning. Voor complexe producten en hypothecair krediet geldt sinds 2013 een provisieverbod: de adviseur wordt rechtstreeks door de klant betaald, zodat de hoogte van zijn beloning niet afhangt van welk product hij verkoopt. Execution only blijft mogelijk, maar de geldverstrekker moet dan uitdrukkelijk waarschuwen dat er geen advies wordt gegeven en toetsen of de consument het product zelfstandig kan beoordelen.

Het BKR en de kredietwaardigheidstoets

Vrijwel alle Nederlandse kredietverstrekkers zijn aangesloten bij de Stichting Bureau Krediet Registratie en raadplegen vóór acceptatie het Centraal Krediet Informatiesysteem. Geregistreerd worden lopende kredieten boven een ondergrens, met bedrag, looptijd en betaalgedrag. Bij een betalingsachterstand volgt een achterstandsmelding met een codering, en bij verdere escalatie een bijzonderheidscodering die aangeeft dat een bedrag is afgeboekt, dat een regeling is getroffen of dat de vordering opeisbaar is gesteld. Een registratie werkt door in het acceptatiebeleid, maar leidt niet automatisch tot afwijzing: de geldverstrekker weegt de aard, de ouderdom en de afloop van de melding. Registraties blijven na beëindiging van de overeenkomst nog vijf jaar zichtbaar. Een consument kan bezwaar maken bij de kredietverstrekker en zich daarna wenden tot de geschilleninstantie.

Inkomen toetsen in de praktijk

Bij een werknemer in vaste dienst volstaan een recente salarisstrook en een werkgeversverklaring. Bij een tijdelijk contract kan een intentieverklaring of een perspectiefverklaring uitkomst bieden. Voor ondernemers geldt doorgaans dat het toetsinkomen wordt afgeleid uit de resultaten van meerdere jaren, waarbij een startende ondernemer aanvullende onderbouwing nodig heeft. Sociale uitkeringen, alimentatie en inkomen uit vermogen tellen alleen mee voor zover ze bestendig zijn.

Beheer, klachten en toezicht

De verplichtingen eindigen niet bij het passeren van de akte. Artikel 4:34a Wft verplicht de aanbieder bij een betalingsachterstand tijdig contact op te nemen en, waar mogelijk, tot een oplossing te komen voordat tot uitwinning wordt overgegaan; bijzonder beheer is uitdrukkelijk bedoeld om gedwongen verkoop te voorkomen. Iedere dienstverlener heeft een interne klachtenprocedure en is aangesloten bij het Kifid, waar de consument na afwijzing terechtkan. Daarnaast gelden de Wwft-verplichtingen tot cliëntenonderzoek en het melden van ongebruikelijke transacties. De AFM kan bij overtreding een aanwijzing geven, een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete opleggen en die publiceren.

Doe de gratis oefentoets · volledige vragenbank en proefexamens met het maandabonnement

Voorbeeldvragen (35)

1. Wat is de Stichting Bureau Krediet Registratie?

  1. Een zelfstandig bestuursorgaan dat namens de minister van Financiën toezicht houdt op de kredietverlening aan consumenten in Nederland en daarover jaarlijks rapporteert
  2. Het is een private stichting die verantwoordelijk is voor het beheer van het centrale kredietregister.
  3. Een onderdeel van de Autoriteit Financiële Markten dat de naleving van de zorgplicht bij kredietverstrekking door aanbieders controleert en handhaaft
  4. Een geschilleninstantie waar consumenten terechtkunnen met klachten over de kredietverstrekking door bij haar aangesloten financiële ondernemingen

Het BKR is een private stichting waarbij vrijwel alle Nederlandse kredietverstrekkers zijn aangesloten. Het houdt het Centraal Krediet Informatiesysteem bij en is geen toezichthouder.

2. Wat is het tweeledige doel van kredietregistratie?

  1. Overkreditering van consumenten voorkomen en kredietverstrekkers inzicht geven in het risico
  2. Uitsluitend het beschermen van kredietverstrekkers tegen consumenten die hun betalingsverplichtingen in het verleden niet zijn nagekomen bij een andere instelling
  3. Uitsluitend het beschermen van consumenten tegen aanbieders die hun zorgplicht bij de verstrekking van krediet onvoldoende serieus nemen in de praktijk
  4. Het verzamelen van gegevens over het betalingsgedrag van consumenten ten behoeve van het toezicht dat de Autoriteit Financiële Markten uitoefent

Registratie dient zowel de bescherming van de consument tegen te hoge schulden als de risicobeoordeling door de kredietverstrekker. Beide doelen komen terug in de kredietwaardigheidstoets van artikel 4:34 Wft.

3. Hoe heet het register dat het BKR beheert?

  1. Het Centraal Testamentenregister waarin naast testamenten ook de lopende kredietovereenkomsten van consumenten worden bijgehouden door de betrokken notarissen
  2. Het door het BKR beheerde register heet voluit het Centraal Krediet Informatiesysteem.
  3. Het openbare register van de Autoriteit Financiële Markten waarin alle vergunninghoudende aanbieders van consumptief en hypothecair krediet zijn opgenomen
  4. Het handelsregister van de Kamer van Koophandel waarin naast ondernemingen ook de schulden van natuurlijke personen worden geregistreerd

Het Centraal Krediet Informatiesysteem bevat de kredietgegevens en het betalingsgedrag van consumenten. Het is niet openbaar; alleen aangesloten instellingen en de consument zelf kunnen het raadplegen.

4. Welke overeenkomsten worden in beginsel geregistreerd?

  1. Alle financiële verplichtingen van een consument, waaronder ook zijn maandelijkse huur, zijn energiecontract en de premies van zijn verzekeringen bij Nederlandse aanbieders
  2. Consumptieve kredieten boven een ondergrens met een looptijd langer dan een maand
  3. Uitsluitend kredieten die door een bank zijn verstrekt, omdat andere aanbieders niet bij de stichting zijn aangesloten en hun gegevens dus niet aanleveren
  4. Uitsluitend kredieten waarbij de consument een betalingsachterstand heeft laten ontstaan van meer dan drie opeenvolgende maandelijkse termijnen

Doorlopende en aflopende consumptieve kredieten boven een ondergrens worden geregistreerd, evenals private lease en telefoonabonnementen met een toestel. Dat volgt uit Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek voor de verzekeringsovereenkomst. Huur, energie en verzekeringspremies horen daar niet bij.

5. Worden hypothecaire kredieten in het register opgenomen?

  1. Nee, hypothecaire kredieten worden onder geen enkele omstandigheid in het Centraal Krediet Informatiesysteem opgenomen omdat er zekerheid tegenover staat
  2. Ja, elke hypothecaire lening wordt bij het passeren van de akte door de geldverstrekker aangemeld zodat andere instellingen die verplichting in hun toets kunnen betrekken
  3. Ja, maar uitsluitend wanneer de lening zonder Nationale Hypotheek Garantie is verstrekt en er dus geen borgtocht van het waarborgfonds op van toepassing is
  4. Hypothecaire kredieten worden in beginsel niet opgenomen, behalve wanneer er een betalingsachterstand ontstaat.

Hypotheken zonder achterstand staan niet in het register, omdat er een onderpand tegenover staat. Dit vloeit rechtstreeks voort uit de toetstermen van de module Hypothecair krediet. Ontstaat er een achterstand van enige duur, dan volgt alsnog een melding.

6. Staat een studieschuld bij de Dienst Uitvoering Onderwijs in het register?

  1. Nee, een studieschuld bij de Dienst Uitvoering Onderwijs wordt niet in dit register opgenomen.
  2. Ja, sinds enkele jaren worden studieschulden door de Dienst Uitvoering Onderwijs aangemeld zodat geldverstrekkers die verplichting bij hun toets kunnen betrekken
  3. Ja, maar uitsluitend wanneer de betrokkene zijn maandelijkse aflossingsverplichting gedurende drie of meer opeenvolgende maanden niet is nagekomen
  4. Nee, omdat een studieschuld op grond van de wet niet als een kredietovereenkomst tussen twee partijen kan worden aangemerkt in juridische zin

Studieschulden staan niet geregistreerd, maar tellen wel mee in de financieringslastnormen. De consument moet daarvan uit eigen beweging opgave doen bij zijn aanvraag.

7. Welke gegevens bevat een registratie?

  1. Uitsluitend het openstaande saldo van elke lopende kredietovereenkomst zonder verdere gegevens over de looptijd of het betalingsgedrag van de betrokken consument
  2. Naast de kredietgegevens ook het inkomen van de consument, zijn burgerlijke staat en het aantal personen dat deel uitmaakt van zijn huishouden op dat moment
  3. Uitsluitend de naam en het burgerservicenummer van de consument met een aanduiding of hij ooit een betalingsachterstand heeft gehad bij een aangesloten instelling
  4. Bedrag, soort krediet, ingangsdatum, looptijd en eventuele achterstandsmeldingen

Het register bevat kredietgegevens en betalingsgedrag, niet het inkomen of het vermogen van de consument. de toetstermen van de module Hypothecair krediet is op dit punt de bepalende bron. De geldverstrekker moet die andere gegevens dus zelf uitvragen en verifiëren.

8. Wanneer volgt er een achterstandsmelding?

  1. Zodra de kredietverstrekker een verzoek tot herfinanciering van de consument heeft afgewezen wegens onvoldoende draagkracht bij de beoordeling van zijn aanvraag
  2. Zodra de kredietverstrekker de vordering uit handen geeft aan een incassobureau dat de openstaande termijnen namens hem bij de consument gaat invorderen
  3. Zodra de consument zijn kredietovereenkomst voortijdig beëindigt zonder de openstaande hoofdsom volledig aan de kredietverstrekker te hebben terugbetaald
  4. Een achterstandsmelding volgt wanneer de consument met de betaling van een aantal maandtermijnen achterloopt.

De melding volgt nadat de achterstand een bepaalde duur heeft bereikt en de consument daarvoor is gewaarschuwd. De grondslag hiervoor ligt in het reglement van de Stichting Bureau Krediet Registratie. Herstelt hij de achterstand, dan wordt dat eveneens vastgelegd.

9. Wat gebeurt er wanneer een achterstand wordt ingelopen?

  1. Naast de oorspronkelijke achterstandsmelding wordt dan een herstelmelding in het register geplaatst.
  2. De oorspronkelijke achterstandsmelding wordt uit het register verwijderd zodat de registratie van de consument weer volledig schoon is bij een volgende aanvraag
  3. De registratie blijft ongewijzigd staan omdat het inlopen van een achterstand geen invloed heeft op de gegevens die eerder in het systeem zijn opgenomen
  4. De kredietverstrekker moet de consument een schriftelijke verklaring verstrekken waarmee hij bij andere instellingen kan aantonen dat hij weer bij is

De herstelmelding blijft naast de achterstandsmelding zichtbaar en toont dat de betaling weer op orde is. De grondslag hiervoor ligt in het reglement van de Stichting Bureau Krediet Registratie. Een geldverstrekker weegt die afloop mee bij zijn beoordeling.

10. Wat geven bijzonderheidscoderingen aan?

  1. Dat de consument gebruik heeft gemaakt van zijn recht op vervroegde aflossing zonder daarvoor een vergoeding aan de kredietverstrekker verschuldigd te zijn
  2. Dat de consument zijn kredietovereenkomst binnen de wettelijke bedenktijd heeft ontbonden en de kredietverstrekker het bedrag inmiddels heeft terugontvangen
  3. Dat de kredietverstrekker de overeenkomst met de consument heeft verlengd tegen andere voorwaarden dan die bij het aangaan van de lening waren afgesproken
  4. Dat er een regeling is getroffen, een bedrag is afgeboekt of de vordering opeisbaar is gesteld

De coderingen maken zichtbaar hoe ernstig de betalingsproblemen zijn geweest en hoe zij zijn afgelopen. De grondslag hiervoor ligt in het reglement van de Stichting Bureau Krediet Registratie. De precieze indeling is de afgelopen jaren gewijzigd, zodat de actuele codelijst altijd moet worden geraadpleegd.

11. Hoe lang blijven gegevens na beëindiging van de overeenkomst zichtbaar?

  1. Twee jaar na de beëindiging van de overeenkomst, tenzij er een bijzonderheidscodering op de betreffende registratie van toepassing is geweest gedurende de looptijd
  2. Tien jaar na de beëindiging van de overeenkomst, waarna de gegevens uitsluitend nog voor statistische doeleinden door de stichting worden bewaard en geanonimiseerd
  3. Onbeperkt, omdat het betalingsgedrag van een consument voor kredietverstrekkers ook op langere termijn relevant blijft bij de beoordeling van een nieuwe aanvraag
  4. De gegevens blijven gedurende vijf jaar na de beëindiging van de overeenkomst zichtbaar.

Na beëindiging blijven de gegevens nog vijf jaar zichtbaar, waarna zij worden verwijderd. De grondslag hiervoor ligt in de Algemene verordening gegevensbescherming. Die termijn geldt ook voor achterstands- en herstelmeldingen op die overeenkomst.

12. Kan een consument zijn eigen registratie inzien?

  1. Ja, maar uitsluitend via de kredietverstrekker die de registratie destijds heeft aangemeld en die daarvoor administratiekosten in rekening mag brengen
  2. Nee, uitsluitend aangesloten kredietverstrekkers hebben toegang tot het Centraal Krediet Informatiesysteem en mogen de daarin opgenomen gegevens raadplegen
  3. Ja, de consument heeft het recht om zijn eigen registratiegegevens in te zien.
  4. Ja, maar uitsluitend wanneer hij kan aantonen dat een aanvraag voor een krediet op grond van die registratie door een aanbieder is afgewezen

Het inzagerecht volgt uit de privacyregelgeving en kan rechtstreeks bij het BKR worden uitgeoefend. Op basis daarvan kan de consument onjuistheden aankaarten.

13. Bij wie maakt een consument bezwaar tegen een registratie?

  1. Bij het Kifid, dat als geschilleninstantie bevoegd is registraties van consumenten bij aangesloten kredietverstrekkers te laten doorhalen na een klacht
  2. Rechtstreeks bij de Stichting Bureau Krediet Registratie, die als beheerder van het register bevoegd is de gegevens van consumenten aan te passen of te verwijderen
  3. Bij de Autoriteit Financiële Markten, die als gedragstoezichthouder toeziet op de juistheid van de gegevens die aanbieders in het register laten opnemen
  4. De consument maakt bezwaar bij de kredietverstrekker die de registratie heeft aangemeld.

De aanmeldende kredietverstrekker is verantwoordelijk voor de juistheid en kan de registratie aanpassen. Hierop is de toetstermen van de module Hypothecair krediet van toepassing. Komen partijen er niet uit, dan staat de weg naar de geschilleninstantie of de rechter open.

14. Wanneer kan een terechte registratie toch worden verwijderd?

  1. Wanneer het belang van de consument bij verwijdering zwaarder weegt dan het doel van de registratie
  2. Wanneer de consument de achterstand die tot de registratie heeft geleid volledig heeft ingelopen en de betreffende kredietovereenkomst inmiddels is beëindigd
  3. Wanneer de kredietverstrekker die de registratie heeft aangemeld inmiddels is gefuseerd met een andere instelling of zijn activiteiten heeft gestaakt in Nederland
  4. Nooit, omdat een terechte registratie op grond van de reglementen van de stichting altijd de volledige bewaartermijn van vijf jaren blijft staan

De rechtspraak verlangt een belangenafweging waarbij het proportionaliteitsbeginsel uit de privacyregelgeving centraal staat. De basis daarvoor is de Algemene verordening gegevensbescherming. Enkel het inlopen van de achterstand is daarvoor onvoldoende.

15. Wat betekent een negatieve registratie voor een hypotheekaanvraag?

  1. De aanvraag wordt van rechtswege afgewezen omdat een geldverstrekker op grond van artikel 4:34 Wft geen krediet mag verstrekken aan een consument met een negatieve codering
  2. De geldverstrekker betrekt de aard, de ouderdom en de afloop van de melding bij zijn beoordeling.
  3. De aanvraag kan uitsluitend nog worden gehonoreerd wanneer de consument bereid is een aanzienlijk hogere risico-opslag te betalen gedurende de gehele looptijd
  4. De aanvraag wordt aangehouden totdat de bewaartermijn van vijf jaren na beëindiging van de betreffende overeenkomst volledig is verstreken bij de stichting

Een codering leidt niet automatisch tot afwijzing; de geldverstrekker beoordeelt de omstandigheden. De basis daarvoor is de toetstermen van de module Hypothecair krediet. Een oude, ingelopen achterstand weegt lichter dan een recente afboeking.

16. Waarom is de ouderdom van een melding relevant?

  1. Omdat een oude en ingelopen achterstand minder zegt over het huidige betalingsgedrag
  2. Omdat de bewaartermijn van vijf jaren pas begint te lopen op het moment waarop de betreffende achterstand door de consument volledig is ingelopen bij de kredietverstrekker
  3. Omdat een melding ouder dan twee jaar op grond van de reglementen van de stichting niet meer door aangesloten instellingen mag worden geraadpleegd bij een aanvraag
  4. Omdat de kredietverstrekker verplicht is meldingen ouder dan drie jaren buiten beschouwing te laten bij zijn beoordeling van een nieuwe kredietaanvraag

Het doel van registratie is inzicht in het actuele betalingsrisico, waardoor recentheid zwaarder weegt. De basis daarvoor is de toetstermen van de module Hypothecair krediet. Geldverstrekkers hanteren daarvoor eigen beleidsregels binnen de wettelijke kaders.

17. Waarom staat een private leasecontract geregistreerd?

  1. Omdat de leasemaatschappij het voertuig gedurende de looptijd in eigendom houdt en daarmee een zekerheidsrecht heeft dat vergelijkbaar is met een recht van hypotheek
  2. Omdat het een langlopende financiële verplichting is waarin een kredietelement is opgenomen.
  3. Omdat de consument bij aanvang van het contract een aanbetaling moet doen die als eenmalige kredietverstrekking door de leasemaatschappij wordt aangemerkt
  4. Omdat de Autoriteit Financiële Markten leasemaatschappijen sinds enkele jaren als kredietverstrekker aanmerkt en hun een vergunningplicht heeft opgelegd

Private lease bevat een financieringscomponent en is een langlopende verplichting, wat registratie rechtvaardigt. Hierop is de toetstermen van de module Hypothecair krediet van toepassing. Die registratie werkt rechtstreeks door in de maximale hypotheek.

18. Waarom kan een telefoonabonnement met toestel geregistreerd worden?

  1. Omdat de aanbieder van het abonnement de consument gedurende de looptijd van het contract maandelijks factureert en daarmee een doorlopende vordering op hem heeft
  2. Omdat het toestel in termijnen wordt betaald en dat als krediet wordt aangemerkt
  3. Omdat de consument bij het aangaan van het abonnement een borgsom moet betalen die de aanbieder als zekerheid voor de nakoming van zijn verplichtingen aanhoudt
  4. Omdat telecomaanbieders sinds enkele jaren onder het gedragstoezicht van de Autoriteit Financiële Markten vallen en daarom bij de stichting zijn aangesloten

Wordt het toestel in termijnen betaald, dan is er sprake van een kredietelement dat boven de ondergrens registratieplichtig kan zijn. de toetstermen van de module Hypothecair krediet is op dit punt de bepalende bron. Een abonnement zonder toestel valt daar buiten.

19. Wat wordt geregistreerd bij een minnelijke schuldregeling?

  1. Uitsluitend de naam van de schuldhulpverlener die de regeling namens de consument met zijn gezamenlijke schuldeisers heeft getroffen en de datum daarvan
  2. Een codering die aangeeft dat er een regeling met de schuldeisers is getroffen
  3. Het volledige overzicht van alle schulden van de consument met vermelding van de naam en het adres van elk van de betrokken schuldeisers in de regeling
  4. Niets, omdat een minnelijke schuldregeling buiten het bereik van de kredietregistratie valt zolang er geen sprake is van een wettelijke schuldsanering

Een getroffen regeling wordt met een eigen codering vastgelegd zodat andere kredietverstrekkers daarvan op de hoogte zijn. Hierop is de toetstermen van de module Hypothecair krediet van toepassing. Ook een preventieve regeling kan aanleiding zijn voor registratie.

20. Waarom raadpleegt een geldverstrekker het register vóór acceptatie?

  1. Omdat de Autoriteit Financiële Markten voorschrijft dat elke aanvraag met een raadpleging van het register wordt afgesloten voordat er een bindend aanbod mag worden gedaan
  2. Omdat de Stichting Bureau Krediet Registratie haar aangesloten instellingen verplicht bij elke aanvraag een raadpleging te verrichten en daarvoor een vergoeding in rekening brengt
  3. Omdat artikel 4:34 Wft verlangt dat hij informatie inwint over de financiële positie
  4. Omdat de consument zonder raadpleging geen recht heeft op de wettelijke bedenktijd van veertien dagen die bij een bindend aanbod voor hypothecair krediet hoort

Artikel 4:34 Wft verlangt dat de aanbieder zich informeert over de financiële positie van de consument om overkreditering te voorkomen. Het BGfo wijst de raadpleging van het stelsel van kredietregistratie daarvoor aan.

21. Wat doet een adviseur die een registratie ontdekt die de klant niet had genoemd?

  1. Hij meldt het verzwijgen rechtstreeks bij de Autoriteit Financiële Markten omdat het achterhouden van gegevens bij een kredietaanvraag een overtreding van de Wft oplevert
  2. Hij dient de aanvraag zonder verdere toelichting in bij een geldverstrekker die minder streng is in zijn acceptatiebeleid ten aanzien van negatieve coderingen bij consumenten
  3. Hij bespreekt de gevonden registratie met de klant en legt de uitkomst van dat gesprek vast.
  4. Hij beëindigt de relatie met de klant onmiddellijk omdat het verzwijgen van een registratie het vertrouwen tussen adviseur en klant onherstelbaar heeft geschaad

De adviseur moet het volledige beeld hebben en de klant confronteren met wat hij aantreft. De basis daarvoor is de toetstermen van de module Hypothecair krediet. De uitkomst van dat gesprek hoort in het dossier, omdat het de basis van het advies raakt.

22. Welke drie elementen beoordeelt een geldverstrekker bij acceptatie?

  1. De leeftijd van de aanvrager, zijn burgerlijke staat en het aantal personen dat op het moment van de aanvraag deel uitmaakt van zijn huishouden volgens de registratie
  2. De hoogte van de gevraagde lening, de gekozen rentevaste periode en de aflossingsvorm waarvoor de consument in overleg met zijn adviseur uiteindelijk heeft gekozen
  3. De geldverstrekker beoordeelt het inkomen, het onderpand en het betalingsgedrag van de aanvrager.
  4. Het energielabel van de woning, de aanwezigheid van een borgtocht van het waarborgfonds en de vraag of de woning binnen de kostengrens van dat jaar valt

Inkomen bepaalt de draagkracht, het onderpand de zekerheid en het betalingsgedrag de betrouwbaarheid. Dat volgt uit artikel 4:34 Wft. Die drie samen vormen de kern van elke acceptatiebeslissing.

23. Wat verlangt artikel 4:34 Wft van een aanbieder?

  1. Dat hij de consument voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst schriftelijk informeert over de gevolgen die het niet nakomen van zijn verplichtingen voor hem kan hebben
  2. Artikel 4:34 Wft verlangt dat de aanbieder vooraf toetst of de kredietverstrekking verantwoord is.
  3. Dat hij de consument een bedenktijd van veertien dagen gunt waarbinnen deze het uitgebrachte bindend aanbod zonder opgaaf van reden kan laten verlopen
  4. Dat hij uitsluitend krediet verstrekt aan consumenten die over een vast dienstverband beschikken bij een werkgever die in Nederland is gevestigd en ingeschreven

De aanbieder moet informatie inwinnen over de financiële positie en beoordelen of de verstrekking verantwoord is. De Tijdelijke regeling hypothecair krediet werkt die open norm uit in concrete grenzen.

24. Wat betekent het dat een kredietverstrekking verantwoord moet zijn?

  1. Dat de geldverstrekker over voldoende zekerheid beschikt om zijn vordering bij een gedwongen verkoop van het onderpand volledig te kunnen verhalen op de opbrengst
  2. Dat de consument de lasten kan dragen zonder daardoor in problematische schulden te raken.
  3. Dat de consument schriftelijk heeft verklaard dat hij de gevolgen van de aangegane verplichting begrijpt en de daaraan verbonden risico's voor zijn rekening neemt
  4. Dat de aanvraag voldoet aan het interne acceptatiebeleid van de aanbieder zoals dat door zijn directie voor het betreffende kalenderjaar is vastgesteld en gepubliceerd

De norm richt zich op de belangen van de consument en niet op de zekerheidspositie van de aanbieder. Dat volgt uit de toetstermen van de module Hypothecair krediet. Voldoen aan de rekenregels is daarbij noodzakelijk maar niet altijd voldoende.

25. Waarom verifieert een geldverstrekker de aangeleverde inkomensgegevens?

  1. Omdat de notaris bij het passeren van de akte moet kunnen vaststellen dat de consument over voldoende inkomen beschikt om de aangegane verplichting na te komen
  2. Omdat de Autoriteit Financiële Markten van elke aanbieder verlangt dat hij van iedere aanvraag een volledig dossier aanlegt met kopieën van alle onderliggende bewijsstukken
  3. Omdat de Stichting Bureau Krediet Registratie verlangt dat het inkomen van de aanvrager bij de registratie van de kredietovereenkomst in het systeem wordt vermeld
  4. Omdat hij niet uitsluitend mag afgaan op de inkomensopgaven die de aanvrager zelf heeft verstrekt.

De toets moet op geverifieerde gegevens berusten, wat verificatie via loonstrook en bankafschrift noodzakelijk maakt. de toetstermen van de module Hypothecair krediet is op dit punt de bepalende bron. Fraude met werkgeversverklaringen is een bekend risico.

26. Waarom beoordeelt de geldverstrekker ook de aard van het onderpand?

  1. Omdat de courantheid en de waarde van het onderpand bepalen wat hij bij uitwinning kan verhalen.
  2. Omdat de Tijdelijke regeling hypothecair krediet voorschrijft dat uitsluitend woningen met een geldig energielabel als onderpand voor een hypothecaire lening mogen dienen
  3. Omdat de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen bij elke aanvraag een eigen beoordeling van het onderpand uitvoert voordat zij bereid is een borgtocht af te geven
  4. Omdat de consument uitsluitend renteaftrek geniet wanneer het onderpand voldoet aan de eisen die de Wet inkomstenbelasting 2001 aan een eigen woning stelt

Een moeilijk verkoopbaar object levert bij gedwongen verkoop minder op, wat het risico vergroot. Het antwoord berust op de toetstermen van de module Hypothecair krediet. Woonboten, monumenten en recreatiewoningen scoren daarop doorgaans minder gunstig.

27. Waarom verschilt het acceptatiebeleid per aanbieder?

  1. Omdat elke instelling binnen de wettelijke norm een eigen risicobereidheid hanteert
  2. Omdat de financieringslastnormen per aanbieder worden vastgesteld op basis van de samenstelling van zijn eigen kredietportefeuille en zijn ervaringen met wanbetaling
  3. Omdat de Autoriteit Financiële Markten per instelling een eigen maximale loan-to-value vaststelt afhankelijk van haar solvabiliteit en haar risicoprofiel
  4. Omdat de Tijdelijke regeling hypothecair krediet uitsluitend van toepassing is op aanbieders met een vergunning voor het aanbieden van hypothecair krediet

De wettelijke normen vormen een bovengrens waarbinnen elke instelling strenger mag zijn. Hierop is de toetstermen van de module Hypothecair krediet van toepassing. Kennis van dat beleid is een wezenlijk onderdeel van de meerwaarde van een onafhankelijke adviseur.

28. Wat is een gebruikelijke reactie op een afwijzing bij één aanbieder?

  1. De aanvraag indienen bij een aanbieder zonder vergunning omdat die niet aan de wettelijke financieringslastnormen gebonden is bij zijn beoordeling
  2. De consument adviseren zijn financieringsvoorbehoud in te roepen en definitief af te zien van de aankoop van de woning waarvoor hij de aanvraag had ingediend
  3. Dezelfde aanvraag ongewijzigd opnieuw indienen bij dezelfde aanbieder in de verwachting dat een andere behandelaar tot een gunstiger oordeel zal komen
  4. Eerst achterhalen waarop de afwijzing berust en vervolgens een andere aanbieder benaderen.

Een afwijzing kan berusten op beleid van die specifieke instelling en niet op de wettelijke normen. Dat volgt uit de toetstermen van de module Hypothecair krediet. Het financieringsvoorbehoud biedt de tijd om alternatieven te onderzoeken.

29. Welke gevolgen heeft fraude bij een kredietaanvraag?

  1. Afwijzing, mogelijke vernietiging van de overeenkomst en registratie in een incidentenregister
  2. Uitsluitend een afwijzing van de betreffende aanvraag, waarna de consument zich zonder verdere gevolgen tot een andere aanbieder kan wenden voor dezelfde financiering
  3. Een verhoging van de risico-opslag gedurende de eerste vijf jaren van de looptijd ter compensatie van het extra risico dat de aanbieder daardoor blijkt te lopen
  4. Een melding bij de Autoriteit Financiële Markten die vervolgens beoordeelt of er aanleiding is de consument een bestuurlijke boete op te leggen wegens misleiding

Bewust onjuiste opgave levert bedrog op, waardoor de overeenkomst vernietigbaar wordt. Toetsing hiervan gebeurt aan de toetstermen van de module Hypothecair krediet. Registratie in een incidentenregister bemoeilijkt bovendien aanvragen bij andere instellingen.

30. Waarvoor dient een incidentenregister bij financiële ondernemingen?

  1. Voor het vastleggen van de beloningen van medewerkers die klantcontact hebben over financiële producten en daarvoor over een geldig Wft-diploma beschikken
  2. Voor het registreren van alle klachten die consumenten bij een financiële onderneming hebben ingediend en de wijze waarop die klachten zijn afgehandeld door de instelling
  3. Voor het bijhouden van betalingsachterstanden van consumenten naast de registratie die de Stichting Bureau Krediet Registratie in haar eigen systeem verzorgt
  4. Voor het vastleggen van gedragingen die de integriteit van de sector bedreigen

Het incidentenregister legt gedragingen vast die een risico vormen voor de integriteit van de financiële sector, zoals fraude. Dat volgt uit de toetstermen van de module Hypothecair krediet. Opname kent strikte waarborgen omdat de gevolgen voor de betrokkene ingrijpend zijn.

31. Waarom verlangt een geldverstrekker hoofdelijke aansprakelijkheid van beide partners?

  1. Omdat de Tijdelijke regeling hypothecair krediet voorschrijft dat beide partners voor gelijke delen aansprakelijk zijn voor de nakoming van de aangegane verplichting
  2. Omdat de geldverstrekker het volledige bedrag dan bij elk van beide partners kan opeisen.
  3. Omdat de notaris de hypotheekakte anders niet kan passeren en het recht van hypotheek daardoor niet in de openbare registers kan worden ingeschreven
  4. Omdat het waarborgfonds bij een lening met Nationale Hypotheek Garantie verlangt dat beide partners zich hoofdelijk verbinden jegens de geldverstrekker

Hoofdelijkheid geeft de geldverstrekker het recht het geheel bij één van beiden te vorderen, wat zijn positie versterkt. Dat volgt uit de toetstermen van de module Hypothecair krediet. De onderlinge draagplicht is een kwestie tussen de partners zelf.

32. Wat houdt een borgstelling door een derde in?

  1. De borg neemt de kredietovereenkomst over van de schuldenaar zodra deze niet langer aan zijn maandelijkse verplichtingen jegens de geldverstrekker kan voldoen
  2. De borg wordt medeschuldenaar en is vanaf het aangaan van de overeenkomst naast de hoofdschuldenaar rechtstreeks aansprakelijk voor de volledige verplichting
  3. De borg verkrijgt een recht van hypotheek op de woning van de schuldenaar dat hij kan uitwinnen zodra deze zijn verplichtingen jegens de geldverstrekker niet nakomt
  4. De borg verbindt zich ertoe de schuld te voldoen wanneer de schuldenaar dat zelf niet doet.

Borgtocht is subsidiair: de borg wordt pas aangesproken wanneer de hoofdschuldenaar in gebreke blijft. Voor een particuliere borg gelden bovendien beschermende bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek.

33. Wat is het verschil tussen een borg en een medeschuldenaar?

  1. De borg is vanaf het begin rechtstreeks aansprakelijk terwijl de medeschuldenaar pas kan worden aangesproken nadat de geldverstrekker de hoofdschuldenaar heeft aangemaand
  2. De medeschuldenaar is vanaf het begin rechtstreeks aansprakelijk, de borg pas subsidiair
  3. Er bestaat geen verschil omdat beide figuren in het Burgerlijk Wetboek op dezelfde wijze zijn geregeld en dezelfde rechten en verplichtingen met zich meebrengen
  4. De medeschuldenaar verkrijgt mede-eigendom van de woning terwijl de borg uitsluitend een persoonlijke verplichting op zich neemt jegens de betrokken geldverstrekker

Een medeschuldenaar staat gelijk aan de hoofdschuldenaar en kan direct worden aangesproken. Dit vloeit rechtstreeks voort uit de toetstermen van de module Hypothecair krediet. De borg is een achtervang en geniet aanvullende bescherming wanneer hij particulier is.

34. Waarom is de leeftijd van de aanvrager relevant bij acceptatie?

  1. Omdat de Tijdelijke regeling hypothecair krediet een maximumleeftijd kent waarboven een geldverstrekker geen nieuwe hypothecaire lening meer aan een consument mag verstrekken
  2. Omdat de lening kan doorlopen tot na de pensionering, terwijl het inkomen dan daalt.
  3. Omdat de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen geen borgtocht verstrekt aan consumenten die de pensioengerechtigde leeftijd binnen tien jaren zullen bereiken
  4. Omdat de risico-opslag oploopt naarmate de aanvrager ouder is en zijn resterende levensverwachting korter wordt volgens de sterftetafels van de verzekeraars

Reikt de lening tot voorbij de AOW-datum, dan wordt op het verwachte pensioeninkomen getoetst. Hierop is de toetstermen van de module Hypothecair krediet van toepassing. Een wettelijke maximumleeftijd voor kredietverstrekking bestaat niet.

35. Wanneer speelt de gezondheid van de aanvrager een rol?

  1. Bij de acceptatie van een overlijdensrisicoverzekering, niet bij de lening zelf
  2. Bij de beoordeling van de kredietaanvraag zelf, omdat de geldverstrekker moet inschatten of de aanvrager gedurende de looptijd in staat blijft inkomen te verwerven
  3. Bij de vaststelling van de risico-opslag, omdat een verhoogd gezondheidsrisico de kans op betalingsproblemen gedurende de looptijd van de lening aanzienlijk vergroot
  4. Bij de bepaling van de maximale looptijd van de lening die de geldverstrekker bereid is met de betrokken consument overeen te komen bij het aangaan daarvan

Gezondheidsgegevens spelen bij de verzekeringsacceptatie en niet bij de kredietbeoordeling. Deze regel staat in Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek voor de verzekeringsovereenkomst. Een verzwaarde acceptatie of een uitsluiting kan de haalbaarheid van het geheel wel beïnvloeden.

Gratis beginnen