WftExamenTrainer

🏠 Bezit: woonhuis, inboedel en overige bezitsverzekeringen

Waarover dit onderdeel gaat

Rubriek A1 Bezit omvat de woonhuis- of opstalverzekering, de inboedelverzekering en de aanvullende bezitsverzekeringen (glas, kostbaarheden, computer, recreatiegoederen, caravan, instrumenten, huisdieren, sportuitrusting). De kandidaat kent begrippen, gevaren en uitsluitingen, rekent met onderverzekering en premier risque en legt waardemeters, index, taxatie en salvage uit (toetstermen 1c.5–1c.9, 1d.6, 1d.7, 1f.1, 1g.2, 1h.17–1h.21, 2e.1, 2e.2, 3c.3).

Opstal en inboedel: begrippen en waardemaatstaven

Opstal is het gebouw met alles wat er duurzaam aan is verbonden (fundamenten, dak, keuken, cv-installatie, zonnepanelen); inboedel zijn de roerende zaken van de particuliere huishouding. De opstalverzekering vergoedt naar herbouwwaarde; wie niet herbouwt of al verkocht, krijgt de verkoopwaarde minus grond, en bij sloopbestemming de sloopwaarde. De inboedelverzekering hanteert de nieuwwaarde, met een dagwaarderegeling voor zaken onder een percentage van de nieuwwaarde, bromfietsen en zaken buiten gebruik. Het huurdersbelang valt onder de inboedelpolis; bij een appartementsrecht verzekert de VvE de opstal.

Gedekte gevaren en uitsluitingen

De klassieke dekking noemt de gevaren op: brand, ontploffing, blikseminslag en inductie, storm (windkracht 7 of meer), neerslag, water uit leidingen, diefstal na braak, vandalisme en aanrijding. Een positieve dekkingsomschrijving somt op wat gedekt is; een alles-tenzijdekking (allrisk) dekt elke plotselinge en onvoorziene beschadiging behalve wat is uitgesloten, de negatieve dekkingsomschrijving. Uitgesloten zijn eigen gebrek en slijtage (art. 7:951 BW), opzet en roekeloosheid (art. 7:952 BW), molest en overstroming door het bezwijken van primaire waterkeringen. Bereddingskosten (art. 7:957 BW), opruimingskosten, tuin, huurderving en noodopvang worden vaak boven het verzekerd bedrag vergoed. Een verbouwing of leegstand is een te melden risicowijziging.

Onderverzekering, premier risque, index en overdekking

Bij onderverzekering geldt de evenredigheidsregel van art. 7:958 lid 5 BW: uitkering = schade × verzekerd bedrag / werkelijke waarde. Oververzekering geeft geen hogere uitkering (art. 7:960 BW). Bij zuivere premier risque vergoedt de verzekeraar tot het verzekerd bedrag zonder evenredigheid; bij onzuivere premier risque geldt de evenredigheidsregel, maar met het volle bedrag als plafond. De inboedelwaardemeter en de herbouwwaardemeter van het Verbond van Verzekeraars geven een garantie tegen onderverzekering, mits naar waarheid ingevuld en periodiek of bij verhuizing vernieuwd. De indexclausule past het verzekerd bedrag jaarlijks aan de prijsindex aan; de overdekkingsregeling keert bij schade tot een percentage boven het verzekerd bedrag uit als de index sindsdien is gestegen. Een deskundigentaxatie (art. 7:960 BW) legt de waarde vast, in de praktijk drie jaar; daarna volgt een uitkeringscorrectie. Premie = verzekerd bedrag × promillage + 21 % assurantiebelasting.

Preventie en salvage

De VRKI koppelt de inboedelwaarde aan een beveiligingsklasse; het Politiekeurmerk Veilig Wonen verlaagt risico en premie. De Stichting Salvage, betaald door de brandverzekeraars, biedt na een brand eerste hulp: opvang, noodmaatregelen en beperking van vervolgschade, ongeacht bij wie de klant verzekerd is.

Doe de gratis oefentoets · volledige vragenbank en proefexamens met het maandabonnement

Voorbeeldvragen (35)

1. Wat wordt in de polisvoorwaarden van een inboedelverzekering doorgaans onder 'inboedel' verstaan?

  1. Alle zaken in de woning, inclusief de keuken, de cv-installatie en andere zaken die aard- en nagelvast met het gebouw zijn verbonden
  2. De zaken die de verzekerde in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf in de woning gebruikt
  3. Uitsluitend de zaken die de verzekeringnemer zelf heeft gekocht en waarvan hij de aankoopbon nog kan overleggen
  4. Alle roerende zaken die tot de particuliere huishouding van de verzekerde behoren, zoals meubels, kleding en apparatuur

Inboedel is het geheel van roerende zaken die tot de particuliere huishouding behoren (toetsterm 1c.5): meubels, kleding, apparatuur, boeken, maar ook bijvoorbeeld een fiets in de schuur. Zaken die duurzaam met het gebouw zijn verbonden (keuken, cv-installatie) zijn opstal. Een aankoopbon is een bewijsmiddel bij schade, geen definitie-element, en bedrijfsmatig gebruikte zaken vallen buiten de particuliere inboedel.

2. Wat verstaat een woonhuisverzekering onder de verzekerde 'opstal'?

  1. Het gebouw met alles wat er duurzaam aan is verbonden, zoals fundamenten, dak en cv-installatie
  2. Het gebouw en alle roerende zaken erin, omdat de opstalverzekering het hele woonhuis met inhoud dekt
  3. Het gebouw zonder de fundamenten, omdat die volgens de wet altijd tot de onverzekerbare grond worden gerekend
  4. Alleen de buitenmuren en het dak van de woning; de binnenafwerking valt onder de inboedelverzekering

Opstal is het gebouw inclusief alles wat daarmee aard- en nagelvast is verbonden: fundamenten, dak, muren, keuken, badkamer, cv-installatie, zonnepanelen en bijgebouwen (toetsterm 1c.5). Fundamenten zijn meestal meeverzekerd, tenzij de polis ze uitdrukkelijk uitsluit. Roerende zaken in de woning zijn inboedel en vallen onder de inboedelverzekering, niet onder de opstalpolis.

3. Meneer Van Dijk sluit een inboedelverzekering. In de woning wonen ook zijn echtgenote, hun inwonende zoon van 22 jaar en een au pair die bij het gezin inwoont. Wie gelden volgens de gebruikelijke polisvoorwaarden als verzekerden voor de inboedel?

  1. Meneer Van Dijk en zijn echtgenote; meerderjarige kinderen en inwonend personeel moeten een eigen inboedelverzekering sluiten
  2. Meneer Van Dijk als verzekeringnemer en alle personen die duurzaam in gezinsverband met hem samenwonen, de inwonende au pair inbegrepen
  3. Meneer Van Dijk, zijn echtgenote en de zoon; de au pair valt niet onder de dekking omdat zij geen familie is
  4. Alleen meneer Van Dijk zelf, omdat de verzekeringnemer de enige partij is die een overeenkomst met de verzekeraar heeft gesloten

De inboedelpolis omschrijft als verzekerden de verzekeringnemer en de personen die duurzaam met hem in gezinsverband samenwonen, meestal met inbegrip van inwonend huispersoneel (toetsterm 1c.5). Het begrip verzekerde is dus ruimer dan verzekeringnemer: de verzekering dekt mede het belang van anderen dan de verzekeringnemer.

4. Wat kenmerkt een 'alles-tenzijdekking' (allriskdekking) op een inboedelverzekering?

  1. De verzekeraar dekt elke schade, ook door slijtage of eigen gebrek, zolang de verzekerde geen opzet kan worden verweten
  2. De dekking geldt voor alle zaken van de verzekerde, ook buiten de woning, tegen een vast bedrag
  3. De verzekeraar dekt uitsluitend de gebeurtenissen die in de polis met name worden genoemd en interpreteert die opsomming beperkend
  4. Elke plotselinge en onvoorziene beschadiging is gedekt, behalve de oorzaken die de polis uitdrukkelijk uitsluit

Een alles-tenzijdekking werkt met een negatieve dekkingsomschrijving: elke plotselinge, onvoorziene materiële beschadiging is gedekt, tenzij de oorzaak is uitgesloten (toetsterm 1c.5). Slijtage, eigen gebrek (art. 7:951 BW), opzet en roekeloosheid (art. 7:952 BW) blijven ook bij allrisk uitgesloten. De dekking zegt niets over een vast bedrag of over de plaats waar de zaken zich bevinden.

5. Wat is het verschil tussen een positieve en een negatieve dekkingsomschrijving in de polisvoorwaarden van een bezitsverzekering?

  1. Een positieve omschrijving geeft de verzekerde een uitkering, een negatieve omschrijving een eigen risico
  2. Een positieve omschrijving geldt bij een nieuwwaarderegeling, een negatieve omschrijving bij een dagwaarderegeling
  3. Een positieve omschrijving noemt de verzekerde zaken, een negatieve omschrijving noemt alleen de personen die niet als verzekerde gelden
  4. Een positieve omschrijving somt de gedekte gebeurtenissen op; een negatieve omschrijving somt op wat is uitgesloten, de rest is gedekt

Bij een positieve dekkingsomschrijving (de klassieke uitgebreide gevarendekking) is alleen gedekt wat als gevaar is opgesomd: brand, storm, inbraak enzovoort. Bij een negatieve dekkingsomschrijving (alles-tenzij) is alles gedekt wat niet is uitgesloten (toetsterm 1c.5). Het onderscheid gaat over gebeurtenissen, niet over verzekerde zaken, personen of de waardemaatstaf.

6. Mevrouw Roos heeft een vrijstaand woonhuis. Tijdens een zware storm waait een dakpan van haar dak op de geparkeerde auto van de buurman; ook haar eigen dakgoot raakt beschadigd. Welke verzekeringen zijn in beginsel aan de orde?

  1. De inboedelverzekering voor de dakgoot en de cascoverzekering van mevrouw Roos voor de auto van de buurman, via samenloop
  2. De opstalverzekering voor beide schades, omdat de dakpan een onderdeel van de verzekerde opstal is en de schade daaruit voortvloeit
  3. De opstalverzekering voor de dakgoot en de aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren voor de auto van de buurman
  4. De aansprakelijkheidsverzekering voor beide schades, omdat de storm een gebeurtenis van buitenaf is waarvoor de eigenaar aansprakelijk is

Toetsterm 1c.6 vraagt het onderscheid tussen het risico van het object zelf (schade aan de eigen opstal: de opstalverzekering) en het aansprakelijkheidsrisico dat het object meebrengt (schade aan derden door een gebrekkige opstal, art. 6:174 BW: de AVP). De opstalpolis vergoedt nooit schade aan zaken van derden; of de AVP daadwerkelijk uitkeert, hangt af van de vraag of mevrouw Roos aansprakelijk is.

7. Een laptop kan zowel onder een inboedelverzekering als onder een aparte computer- of elektronicaverzekering vallen. Wat is in hoofdlijnen het verschil in dekking?

  1. De elektronicaverzekering dekt uitsluitend zakelijk gebruik; privégebruik valt altijd en alleen onder de inboedelpolis
  2. De inboedelpolis dekt de laptop in de woning tegen de genoemde gevaren; de elektronicaverzekering biedt meestal allrisk, ook buitenshuis
  3. Er is geen verschil in dekking; de elektronicaverzekering is alleen goedkoper omdat de premie niet is belast met assurantiebelasting
  4. De inboedelpolis dekt de laptop alleen tegen brand; diefstal en waterschade zijn uitsluitend op een elektronicaverzekering gedekt

Op de inboedelverzekering is de laptop verzekerd tegen de gedekte gevaren van de polis, hoofdzakelijk in de woning en met een beperkte buitenshuisdekking. Een computer- of elektronicaverzekering werkt met een alles-tenzijdekking (vallen, stoten, vloeistofschade) en geldt meestal ook onderweg (toetsterm 1c.7). Beide verzekeringen zijn belast met 21 % assurantiebelasting.

8. De familie Smit laat haar woning renoveren en slaat de complete inboedel drie maanden op in een gehuurde opslagbox. Tijdens die periode wordt in de box ingebroken en worden meubels gestolen. Wat is juist over de dekking op de inboedelverzekering?

  1. De inboedel is in de opslagbox niet verzekerd, omdat elke verplaatsing buiten het risicoadres de dekking automatisch doet eindigen
  2. De inboedel is in de opslagbox onbeperkt verzekerd, omdat de inboedelpolis de zaken volgt waar zij zich ook in Nederland of Europa bevinden
  3. Alleen de brandverzekeraar van de verhuurder van de box is aansprakelijk voor gestolen zaken van huurders
  4. De dekking voor tijdelijk elders aanwezige inboedel is doorgaans beperkt in tijd en bedrag; diefstal na braak valt er meestal onder

Inboedelpolissen kennen een dekking voor inboedel die tijdelijk elders is (toetsterm 1c.8): in een ander gebouw in Nederland meestal enkele maanden, tegen de polisgevaren, waarbij diefstal alleen na braak is gedekt en vaak een maximumbedrag geldt. De verhuurder van de box is niet aansprakelijk voor inbraak zonder eigen fout; een langdurige opslag moet de klant melden.

9. Meneer Kuipers laat een dakkapel plaatsen en de zolder verbouwen. Welk gevolg heeft een dergelijke verbouwing voor zijn opstalverzekering?

  1. De verbouwing is een risicowijziging die hij moet melden; tijdens de bouw is de dekking voor storm en diefstal vaak beperkt
  2. De verbouwing valt volledig onder de bestaande dekking, omdat de aannemer via zijn CAR-verzekering elk risico aan de opstal draagt
  3. De opstalverzekering wordt door de verbouwing van rechtswege geschorst tot de oplevering van het werk
  4. Hij hoeft niets te melden zolang de herbouwwaarde na de verbouwing niet meer dan 10 % stijgt

Een verbouwing verhoogt het risico (open dak, bouwmaterialen, aannemers over de vloer) en verandert de herbouwwaarde; de polis verplicht de verzekeringnemer daarom tot melding (toetsterm 1c.9). Tijdens de verbouwing beperken veel voorwaarden de dekking tot brand, ontploffing en blikseminslag, tenzij de verzekeraar anders bevestigt.

10. Het woonhuis van de familie Jansen brandt volledig af. De herbouwwaarde bedraagt € 350.000, de verkoopwaarde inclusief grond € 500.000 en de WOZ-waarde € 480.000. De familie laat de woning herbouwen. Welke waardemaatstaf hanteert de opstalverzekeraar?

  1. De herbouwwaarde van € 350.000, de kosten om de woning op dezelfde plaats en met dezelfde bestemming te herbouwen
  2. De WOZ-waarde van € 480.000, omdat dit de officieel door de gemeente vastgestelde waarde van de onroerende zaak is
  3. Het gemiddelde van herbouw- en verkoopwaarde, omdat de verzekeraar bij totaal verlies beide belangen moet afwegen
  4. De verkoopwaarde van € 500.000, omdat de eigenaar door de brand zijn volledige vermogen in de woning is kwijtgeraakt

De opstalverzekering vergoedt bij herbouw naar herbouwwaarde: het bedrag dat nodig is om het gebouw op dezelfde plaats, met dezelfde bestemming en van dezelfde kwaliteit te herbouwen (toetsterm 1h.20). De grond gaat niet verloren, dus verkoop- en WOZ-waarde (die de grond omvatten) zijn geen maatstaf. Alleen als niet wordt herbouwd, kan de verzekeraar de lagere verkoopwaarde van het gebouw hanteren.

11. De vrijstaande woning van meneer Bosman brandt af. De herbouwwaarde is € 400.000, de verkoopwaarde van het gebouw exclusief grond € 280.000. Meneer Bosman besluit niet te herbouwen en verkoopt de kavel. Welke uitkering volgt uit de gebruikelijke voorwaarden van de opstalverzekering?

  1. De verzekeraar vergoedt het gemiddelde van € 340.000, omdat de polis bij twijfel over de bestemming de middelweg voorschrijft
  2. De verzekeraar keert de herbouwwaarde van € 400.000 uit, want het verzekerd bedrag is daarop gebaseerd en de premie is daarover betaald
  3. De verzekeraar keert niets uit, omdat de dekking van een opstalverzekering alleen geldt wanneer de klant daadwerkelijk laat herbouwen
  4. De verzekeraar vergoedt de verkoopwaarde van € 280.000, omdat bij het afzien van herbouw de lagere waarde wordt gehanteerd

Opstalpolissen vergoeden de herbouwwaarde alleen als de verzekerde binnen een termijn (vaak drie jaar) daadwerkelijk herbouwt; wie niet herbouwt, ontvangt de verkoopwaarde van het gebouw (zonder grond) als die lager is (toetsterm 1h.20). Dat volgt uit het indemniteitsbeginsel van art. 7:960 BW: de verzekerde mag door de uitkering niet in een duidelijk voordeliger positie komen.

12. In welke situatie hanteert de opstalverzekeraar bij een schade de sloopwaarde als waardemaatstaf?

  1. Als het gebouw vóór de schade al bestemd was om te worden gesloopt of het al langdurig leegstond
  2. Als de verzekerde het gebouw niet als eigenaar maar als huurder bewoont en de verhuurder geen belang meer heeft
  3. Als de verzekerde na een totaalverlies besluit om de woning niet op dezelfde plaats maar elders te herbouwen
  4. Als de schade minder bedraagt dan 10 % van de herbouwwaarde en herstel economisch niet verantwoord is

De sloopwaarde is de waarde van de vrijkomende materialen minus de sloopkosten; zij geldt als het gebouw op het moment van de schade al bestemd was voor sloop of door langdurige leegstand feitelijk geen gebruikswaarde meer had (toetsterm 1h.20). Herbouw elders leidt hooguit tot vergoeding naar verkoopwaarde, niet naar sloopwaarde. Bij een huurder speelt de vraag naar het huurdersbelang, niet de sloopwaarde.

13. Mevrouw Aydin huurt een appartement en heeft op eigen kosten een nieuwe keuken (€ 12.000) en een laminaatvloer (€ 3.000) laten plaatsen. De verhuurder heeft een opstalverzekering. Na een brand zijn keuken en vloer verloren. Op welke verzekering kan mevrouw Aydin haar eigen investering claimen?

  1. Op haar eigen inboedelverzekering, als daarop het huurdersbelang is meeverzekerd: de verbeteringen die zij als huurder heeft aangebracht
  2. Op de aansprakelijkheidsverzekering van de verhuurder, omdat die als eigenaar van de opstal aansprakelijk is voor de brandschade
  3. Op de opstalverzekering van de verhuurder, omdat een keuken en een vloer aard- en nagelvast zijn en dus tot de verzekerde opstal behoren
  4. Nergens: verbeteringen aan een huurwoning zijn eigendom van de verhuurder en de huurder heeft geen verzekerbaar belang meer

Verbeteringen die een huurder zelf aanbrengt en die bij vertrek niet worden vergoed, vormen het huurdersbelang; dat wordt op de inboedelverzekering meeverzekerd, meestal tot een percentage van het verzekerd bedrag of tot een apart bedrag (toetsterm 1c.7). De opstalverzekering van de verhuurder dekt diens belang, niet dat van de huurder. Zonder eigen schuld is de verhuurder ook niet aansprakelijk (art.

14. Meneer Vos koopt een appartement in een complex met een Vereniging van Eigenaars (VvE). Hoe wordt de opstal van een appartementencomplex normaal gesproken verzekerd?

  1. Iedere eigenaar verzekert zijn eigen appartement op een individuele opstalpolis en de VvE verzekert alleen de gemeenschappelijke ruimten
  2. De VvE sluit één opstalverzekering voor het hele gebouw; de individuele eigenaar verzekert zijn inboedel en eventueel eigen verbeteringen
  3. De VvE is wettelijk vrijgesteld van verzekeren; alleen een collectieve inboedelverzekering van de bewoners is verplicht
  4. De hypotheekverstrekker van iedere eigenaar sluit de opstalverzekering, omdat het pand als onderpand voor de lening dient

Bij een appartementsrecht is het gebouw gemeenschappelijk eigendom van alle appartementseigenaren; de VvE sluit daarom één opstalverzekering voor het hele gebouw en de premie loopt via de servicekosten (titel 9 van Boek 5 BW en het modelreglement van de VvE). De eigenaar verzekert zelf zijn inboedel en kan eigen verbeteringen via een clausule eigenaarsbelang meeverzekeren.

15. De vijf jaar oude bank van mevrouw Hoekstra (aanschafprijs € 2.000, nieuwprijs van een gelijkwaardige bank nu € 2.400, dagwaarde € 1.100) gaat verloren door brand. Haar inboedelverzekering kent een nieuwwaarderegeling. Welke uitkering volgt, zonder eigen risico?

  1. € 2.400, het bedrag dat nodig is om een nieuwe gelijkwaardige bank aan te schaffen op het moment van de schade
  2. € 1.100, omdat een gebruiksvoorwerp van vijf jaar oud altijd tegen dagwaarde wordt vergoed, ongeacht de polisregeling
  3. € 1.750, het gemiddelde van nieuwwaarde en dagwaarde, omdat de bank halverwege haar economische levensduur is
  4. € 2.000, de oorspronkelijke aanschafprijs, omdat de nieuwwaarderegeling uitgaat van het bedrag dat de klant destijds heeft betaald

Nieuwwaarde is het bedrag om een nieuwe zaak van dezelfde soort en kwaliteit te kopen op de schadedatum, dus € 2.400 en niet de historische aanschafprijs. De nieuwwaarderegeling is een uitzondering op het indemniteitsbeginsel (art. 7:960 BW). De dagwaarde geldt alleen in de door de polis genoemde gevallen, bijvoorbeeld als de dagwaarde onder een percentage van de nieuwwaarde ligt; een middeling bestaat niet.

16. In welke gevallen wijkt een inboedelverzekering met nieuwwaarderegeling gewoonlijk uit naar de dagwaarde?

  1. Bij zaken waarvan de dagwaarde onder een polispercentage van de nieuwwaarde ligt, bij bromfietsen en bij zaken buiten gebruik
  2. Bij zaken die de verzekerde tweedehands heeft gekocht, omdat daarvoor nooit een nieuwwaarde kan worden vastgesteld
  3. Bij alle elektronische apparatuur, omdat de technische veroudering daarvan volgens de voorwaarden te snel gaat
  4. Bij alle zaken die ouder zijn dan vijf jaar, omdat de wet dan een dwingende lineaire afschrijving van de nieuwwaarde voorschrijft

De polis noemt de uitzonderingen op de nieuwwaarde limitatief (toetsterm 1c.7): zaken waarvan de dagwaarde minder bedraagt dan een percentage (vaak 40 %) van de nieuwwaarde, zaken die aan het gebruik zijn onttrokken, bromfietsen en soms antiek of kunst (naar marktwaarde). De wet kent geen dwingende afschrijving; tweedehands zaken en elektronica vallen onder de nieuwwaarde zolang de drempel niet is bereikt.

17. De inboedelpolis van meneer Nijhof vergoedt naar nieuwwaarde, tenzij de dagwaarde van een zaak minder bedraagt dan 40 % van de nieuwwaarde. Zijn wasmachine wordt door blikseminslag vernield. Nieuwwaarde € 900, dagwaarde € 315. Welke uitkering volgt, zonder eigen risico?

  1. € 315, omdat de dagwaarde met 35 % van de nieuwwaarde onder de drempel van 40 % ligt en de dagwaarderegeling dan van toepassing is
  2. € 360, omdat de verzekeraar bij het bereiken van de drempel het minimum van 40 % van de nieuwwaarde uitkeert
  3. € 585, het verschil tussen nieuwwaarde en dagwaarde, omdat de verzekerde de dagwaarde zelf draagt
  4. € 900, omdat een zaak die door een gedekt gevaar volledig verloren gaat volgens de nieuwwaarderegeling altijd naar nieuwwaarde wordt vergoed

De dagwaarde is € 315 / € 900 = 35 % van de nieuwwaarde, dus lager dan de drempel van 40 %: de polis vergoedt dan de dagwaarde van € 315. Boven de drempel zou de nieuwwaarde van € 900 gelden. De dagwaarderegeling is een contractuele afwijking van de nieuwwaarderegeling die de verzekeraar terugbrengt naar het indemniteitsbeginsel van art. 7:960 BW voor sterk afgeschreven zaken.

18. Wanneer is er volgens de gebruikelijke voorwaarden van een woonhuis- en inboedelverzekering sprake van 'storm'?

  1. Bij een windsnelheid van ten minste 14 meter per seconde, dus windkracht 7 of hoger, ongeacht een officieel KNMI-stormalarm
  2. Bij een windsnelheid van ten minste 24 meter per seconde, dus windkracht 9 of hoger, zoals het KNMI dit als storm definieert
  3. Bij elke wind die schade veroorzaakt, omdat het begrip storm in de polis niet nader wordt omschreven
  4. Uitsluitend als het KNMI voor de regio code oranje of rood heeft afgegeven op het moment van de schade

Polisvoorwaarden definiëren storm doorgaans als wind met een snelheid van ten minste 14 meter per seconde (windkracht 7 of meer), lager dan de meteorologische definitie van het KNMI (windkracht 9). Een stormalarm of weercode is geen voorwaarde; de verzekeraar kan de windsnelheid bij het dichtstbijzijnde meetstation opvragen. Bij storm geldt vaak een apart eigen risico (toetsterm 1c.7).

19. Tijdens een onweer slaat de bliksem in op een boom bij de woning van de familie Meijer. Door overspanning op het elektriciteitsnet raken de televisie en de router defect; het huis zelf is niet getroffen. Wat is juist over de dekking van deze schade op een uitgebreide inboedelverzekering?

  1. De schade valt uitsluitend onder een elektronicaverzekering, omdat inboedelpolissen elektrische apparatuur uitsluiten
  2. De schade is niet gedekt, omdat het gevaar blikseminslag alleen geldt als de bliksem het verzekerde gebouw zelf rechtstreeks heeft getroffen
  3. De schade is alleen gedekt als de netbeheerder de overspanning schriftelijk bevestigt en de aansprakelijkheid daarvoor erkent
  4. De schade is gedekt onder het gevaar inductie of overspanning na blikseminslag, dat in de meeste uitgebreide voorwaarden is opgenomen

Blikseminslag als gedekt gevaar vereist dat de bliksem het gebouw zelf treft; schade door overspanning of inductie via het net na een inslag in de omgeving is daarom apart genoemd in uitgebreide en allriskvoorwaarden (toetsterm 1c.7). Een beperkte brandpolis dekt inductie niet. Een verklaring van de netbeheerder is nuttig als bewijs, maar geen dekkingsvoorwaarde; elektronica valt gewoon onder de inboedel.

20. Na extreme regenval stroomt water via de straat de woning van meneer Dekker binnen; in dezelfde week breekt elders in de provincie een rivierdijk door. Welke schade is op een gebruikelijke inboedel- en opstalverzekering gedekt?

  1. Alleen de schade door de dijkdoorbraak, omdat die een calamiteit is waarvoor de overheid de verzekeraars compenseert
  2. Geen van beide, omdat water dat van buitenaf de woning binnenkomt altijd als overstroming wordt aangemerkt en dus is uitgesloten
  3. Beide schades, omdat elk binnendringend water sinds de invoering van de uitgebreide voorwaarden als neerslagschade geldt
  4. De schade door de hevige neerslag wel; schade door het bezwijken van een primaire waterkering is uitgesloten

Schade door neerslag die onvoorzien de woning binnendringt (ook via de straat of het riool) is op uitgebreide voorwaarden gedekt; overstroming door het bezwijken of overlopen van primaire waterkeringen (dijken langs zee en grote rivieren) is standaard uitgesloten. Sinds de brancheafspraken van het Verbond van Verzekeraars dekken veel polissen wel lokale overstroming van secundaire keringen.

21. In de woning van mevrouw Pronk springt door vorst een waterleiding in de badkamer. Het water beschadigt de vloer van de woonkamer en de kast eronder. Het herstel van de leiding kost € 400, het hak- en breekwerk om de leiding te bereiken € 900. Wat vergoedt een uitgebreide opstalverzekering doorgaans?

  1. Niets, omdat vorstschade aan leidingen in alle opstalpolissen is uitgesloten als een gevolg van onvoldoende onderhoud
  2. Uitsluitend de waterschade aan de vloer; opsporingskosten en herstel van de leiding blijven altijd voor rekening van de eigenaar
  3. De waterschade aan de vloer en de kosten van hak- en breekwerk om het lek op te sporen; de reparatie van de leiding zelf meestal niet
  4. Alle kosten inclusief de leiding zelf, omdat een springende leiding een gedekte gebeurtenis is en alle gevolgen daarvan zijn verzekerd

Water dat onvoorzien uit leidingen of aangesloten toestellen stroomt, is op uitgebreide voorwaarden gedekt, inclusief de kosten van het opsporen van het lek en het nodige hak- en breekwerk (toetsterm 1c.7). Het herstel van de leiding zelf is meestal alleen gedekt als de breuk door vorst is ontstaan, zoals hier, en vaak alleen binnen het gebouw. De kast is inboedel en valt onder de inboedelpolis.

22. Meneer Lubbers vergeet bij vertrek de achterdeur af te sluiten. Als hij thuiskomt, blijken zijn laptop en horloge gestolen; er zijn geen braaksporen. Zijn inboedelverzekering dekt 'diefstal na braak aan het gebouw'. Wat is juist?

  1. De diefstal is gedekt, omdat het niet afsluiten van een deur een vergeeflijke onachtzaamheid is die de dekking niet aantast
  2. De diefstal is niet gedekt, omdat de polis sporen van braak aan de buitenzijde van de woning vereist
  3. De diefstal is gedekt zodra meneer Lubbers aangifte doet bij de politie, omdat de aangifte het bewijs van de diefstal vormt
  4. De diefstal is gedekt voor de helft, omdat de verzekeraar bij eigen schuld van de verzekerde de uitkering standaard halveert

Bij een positieve dekkingsomschrijving is diefstal alleen gedekt als aan de omschrijving is voldaan: braak aan het gebouw, dus zichtbare sporen van het met geweld verbreken van een afsluiting (toetsterm 1c.7). Zonder braaksporen is er geen dekking, ongeacht de aangifte. Allriskvoorwaarden dekken diefstal soms ook zonder braak; een halvering bij eigen schuld kennen de voorwaarden niet.

23. Onbekenden dringen 's nachts via een opengebroken raam de woning van de familie Bakker binnen en bekladden muren en meubels zonder iets te stelen. Onder welk gevaar valt deze schade op een uitgebreide woonhuis- en inboedelverzekering?

  1. Onder de aansprakelijkheidsverzekering van de daders, zodat de eigen polissen van de familie buiten beschouwing blijven
  2. Onder de opzetuitsluiting, omdat de schade opzettelijk is toegebracht en opzet altijd van dekking is uitgesloten
  3. Onder het gevaar vandalisme, dat is gedekt als de daders het gebouw wederrechtelijk zijn binnengedrongen
  4. Onder het gevaar diefstal, omdat de daders bij het binnendringen een raam hebben opengebroken

Vandalisme is op uitgebreide voorwaarden een gedekt gevaar, meestal onder de voorwaarde dat de daders het gebouw wederrechtelijk zijn binnengedrongen (toetsterm 1c.7). De opzetuitsluiting van art. 7:952 BW ziet alleen op opzet van de verzekerde zelf, niet op die van derden. De verzekeraar keert uit en kan daarna via subrogatie (art. 7:962 BW) verhaal nemen op de daders als die worden gevonden.

24. Een auto van een bezoeker rijdt achteruit tegen de gevel van een woning en beschadigt de voordeur en het metselwerk. Hoe beoordeelt een uitgebreide opstalverzekering deze gebeurtenis?

  1. Aanrijding valt niet onder de opstalverzekering, omdat schade door motorrijtuigen uitsluitend via de WAM-verzekeraar wordt afgewikkeld
  2. Aanrijding is uitsluitend gedekt als de bestuurder onbekend is gebleven en de politie een proces-verbaal heeft opgemaakt
  3. Aanrijding is een gedekt gevaar; de opstalverzekeraar vergoedt en verhaalt vervolgens op de WAM-verzekeraar van de bestuurder
  4. Aanrijding is alleen gedekt als de auto tot de eigen huishouding van de verzekerde behoort en op het risicoadres staat

Aanrijding en aanvaring staan in de opsomming van gedekte gevaren van de uitgebreide opstal- en inboedelverzekering (toetsterm 1c.7). De verzekerde kan dus zijn eigen verzekeraar aanspreken en hoeft niet zelf de bestuurder aan te spreken; de verzekeraar treedt na uitkering in zijn rechten (subrogatie, art. 7:962 BW) en verhaalt op de WAM-verzekeraar. Een proces-verbaal of de eigen auto is geen dekkingsvoorwaarde.

25. Het platte dak van de aanbouw van meneer Groen is door veroudering van het dakleer poreus geworden. Bij een gewone regenbui lekt water naar binnen en beschadigt het plafond en de vloer. Wat is juist over de dekking op een uitgebreide opstalverzekering?

  1. Het vervangen van het versleten dakleer is niet gedekt; of de gevolgschade aan plafond en vloer is gedekt, hangt af van de polis
  2. Niets is gedekt, omdat schade die uiteindelijk voortvloeit uit slijtage volgens art. 7:951 BW in alle gevallen buiten de dekking valt
  3. Alleen het dakleer is gedekt, omdat de opstalverzekering het gebouw zelf beschermt en niet de afwerking van de binnenruimten
  4. Zowel het dakleer als de gevolgschade is gedekt, omdat neerslag een gedekt gevaar is en de oorzaak van het lek daarbij niet ter zake doet

Slijtage en eigen gebrek van de zaak zijn uitgesloten (art. 7:951 BW, regelend recht): het versleten dakleer blijft voor rekening van de eigenaar. Voor de gevolgschade verschilt het per polis: veel voorwaarden dekken neerslagschade alleen als die niet via een achterstallig onderhouden dak is binnengedrongen, andere dekken de gevolgschade wel.

26. Een strijkijzer dat te lang op een tafelkleed blijft staan, veroorzaakt een schroeiplek in het kleed en het tafelblad, zonder dat er vlammen ontstaan. Is dit een brandschade in de zin van de gebruikelijke polisvoorwaarden?

  1. Nee, omdat een schade veroorzaakt door een huishoudelijk apparaat altijd onder de uitsluiting eigen gebrek valt
  2. Nee: brand vereist een vuur buiten een haard met vlammen dat zich zelfstandig kan uitbreiden; schroeien en smelten zijn geen brand
  3. Ja, omdat de polis onder brand ook elke vorm van hitte-inwerking verstaat, mits die plotseling en van buiten komend is
  4. Ja, elke schade door hitte van een elektrisch apparaat geldt als brandschade zodra de verzekerde de oorzaak en het moment kan aantonen

De polisdefinitie van brand luidt: een door verbranding veroorzaakt en met vlammen gepaard gaand vuur buiten een haard, dat in staat is zich uit eigen kracht voort te planten. Schroeien, zengen, smelten en broeien zonder vlammen zijn dus geen brand (toetsterm 1c.7). Op een uitgebreide of allriskpolis kan schroeischade wel apart zijn gedekt; eigen gebrek is het niet, want de oorzaak ligt buiten de zaak.

27. Wat verstaan de polisvoorwaarden van een opstal- en inboedelverzekering onder het gedekte gevaar 'ontploffing'?

  1. Het openbarsten van een vat of ruimte door de druk van gassen of dampen, of een chemische reactie met een plotselinge drukgolf
  2. Een explosie die zich buiten het verzekerde gebouw voordoet; ontploffingen in de woning zelf vallen onder het gevaar brand
  3. Uitsluitend een explosie die wordt veroorzaakt door een gaslek in de eigen woning en die door de netbeheerder is vastgesteld
  4. Elke knal met schade als gevolg, inclusief het knappen van een autoband of het klappen van een luchtdrukcilinder zonder drukgolf

Ontploffing is polistechnisch een plotselinge, hevige krachtsuiting van gassen of dampen: het openbarsten van een vat door overdruk of een chemische reactie met een gasexplosie (toetsterm 1c.7). Oorzaak en plaats (binnen of buiten de woning) doen er niet toe. Implosie en het klappen van een band zonder drukgolf vallen niet onder de definitie; brand en ontploffing zijn twee afzonderlijk genoemde gevaren.

28. Mevrouw Verstraten verhuist naar een verzorgingshuis; haar woning staat te koop en blijft naar verwachting maanden leeg. Waarom moet dit bij de opstalverzekeraar worden gemeld?

  1. Omdat een leegstaand woonhuis wettelijk niet meer als opstal geldt en de verzekering daarom van rechtswege eindigt
  2. Omdat de verzekeraar bij verkoop van de woning de polis automatisch aan de nieuwe eigenaar moet overdragen
  3. Omdat leegstand een risicowijziging is die de polis meldingsplichtig maakt; de verzekeraar kan de dekking beperken of eisen stellen
  4. Omdat de premie bij leegstand wettelijk moet worden verlaagd en de verzekeraar daarvoor de precieze datum van de verhuizing nodig heeft

Leegstand verhoogt het risico op inbraak, vandalisme, kraak en niet-ontdekte lekkages; polisvoorwaarden verplichten daarom tot melding van leegstand, meestal binnen een termijn van enkele weken (toetsterm 1c.9). De verzekeraar kan de dekking beperken tot brand en storm, extra eisen stellen of de premie verhogen. Bij verkoop gaat de verzekering volgens art.

29. Meneer Kamphuis zit met vrienden op een terras in Nederland; zijn jas met portemonnee en telefoon wordt van de stoel gestolen. Zijn inboedelverzekering heeft een buitenshuisdekking. Wat is juist?

  1. De diefstal is volledig gedekt tot het verzekerd bedrag van de inboedel, omdat buitenshuisdekking dezelfde dekking geeft als in de woning
  2. De diefstal is alleen gedekt als er sprake is van braak aan het terrasmeubilair, omdat diefstal altijd braak vereist
  3. De diefstal is niet gedekt, omdat de inboedelverzekering uitsluitend zaken dekt die zich op het in de polis genoemde risicoadres bevinden
  4. De diefstal kan onder de buitenshuisdekking vallen, meestal tot een beperkt bedrag en soms met een eis van zorgvuldigheid

Een buitenshuisdekking breidt de inboedelverzekering uit tot zaken die tijdelijk buiten de woning zijn, vaak wereldwijd of binnen Europa, met een maximumbedrag per gebeurtenis en soms een eigen risico (toetsterm 1c.8). Diefstal zonder braak kan daaronder vallen, maar geld en kostbaarheden hebben vaak een lager maximum en de verzekeraar eist normale voorzichtigheid.

30. Wat dekt een glasverzekering (of de glasdekking op een woonhuisverzekering) gewoonlijk?

  1. Breuk van glas dat dient tot lichtdoorlating in het gebouw, inclusief het noodzakelijk inzetten van nieuw glas
  2. Alle schade aan glas in en om het gebouw, inclusief spiegels, glaswerk in de kast en beschadigingen van ruiten door krassen
  3. Glasbreuk in huurwoningen, omdat de eigenaar van een koopwoning het glas onder de opstalverzekering verzekerd heeft
  4. Uitsluitend glasbreuk door de in de polis genoemde gevaren zoals brand, storm en inbraak; andere oorzaken zijn uitgesloten

De glasdekking vergoedt breuk van ruiten die dienen tot lichtdoorlating (ramen, deuren, dakramen, vaak ook glazen serres), ongeacht de oorzaak, plus de kosten van het inzetten van nieuw glas en een noodvoorziening; krassen, spiegels en glaswerk vallen erbuiten (toetsterm 1c.7). Op de opstalpolis is glas meestal alleen tegen de polisgevaren gedekt; daarom sluiten ook eigenaars vaak een aparte glasdekking af.

31. Bij een inbraak met braaksporen verliest de familie Oosterhuis € 2.500 aan contant geld, sieraden ter waarde van € 14.000 en een laptop van € 1.200. De inboedelpolis kent een maximum voor geld en een apart maximum voor sieraden. Wat is juist over de uitkering?

  1. Sieraden worden volledig vergoed maar contant geld nooit, omdat geld volgens de wet geen verzekerbaar belang vormt
  2. Geld en sieraden worden vergoed tot de polismaxima; het meerdere blijft onverzekerd, tenzij een kostbaarhedenverzekering is gesloten
  3. Alle zaken worden volledig vergoed, omdat de inbraak met braak een gedekte gebeurtenis is en de maxima alleen gelden zonder braak
  4. Alleen de laptop wordt vergoed; geld en sieraden vallen buiten elke inboedelpolis en zijn uitsluitend apart verzekerbaar

Inboedelpolissen beperken de dekking voor diefstal van geld en geldswaardig papier en voor sieraden, verzamelingen en kunst tot maximumbedragen per gebeurtenis (toetsterm 1c.7). Wie meer waarde heeft, sluit een kostbaarhedenverzekering met een taxatie of een verhoogde rubriek. Contant geld is wel een verzekerbaar belang, alleen beperkt gedekt; de laptop is gewone inboedel.

32. De tablet van mevrouw Kool valt van de tafel en het scherm breekt. Zij heeft een inboedelverzekering met een uitgebreide gevarendekking (geen allrisk). Hoe beoordeelt de verzekeraar deze schade?

  1. De schade is gedekt met een verhoogd eigen risico, omdat elektronica op de uitgebreide dekking altijd met een franchise wordt vergoed
  2. De schade is gedekt tot de dagwaarde, omdat de uitgebreide dekking bij eigen onhandigheid van de verzekerde nooit nieuwwaarde vergoedt
  3. De schade is niet gedekt: vallen en stoten staan niet in de opsomming van gedekte gevaren van de polis
  4. De schade is gedekt onder het gevaar 'plotselinge en onvoorziene gebeurtenis', dat in elke uitgebreide gevarendekking is opgenomen

Een uitgebreide gevarendekking werkt met een positieve dekkingsomschrijving: alleen de genoemde gevaren zijn gedekt, en vallen, stoten of eigen onhandigheid horen daar niet bij (toetsterm 1c.7). Alleen een allrisk- of alles-tenzijdekking, of een aparte computer- en elektronicaverzekering, dekt dergelijke schade. Een franchise of dagwaarde bij onhandigheid zijn geen polismechanismen op de uitgebreide dekking.

33. Meneer Baars rijdt met zijn auto en aangekoppelde caravan een parkeerplaats op; de caravan raakt daarbij een geparkeerde auto. Later die dag rolt de losgekoppelde caravan op de camping tegen een tent. Welke verzekering dekt de aansprakelijkheid in beide situaties?

  1. In beide situaties de WAM-verzekering van de auto, omdat een caravan die ooit gekoppeld is geweest tot het motorrijtuig blijft behoren
  2. Aangekoppeld de AVP van meneer Baars, losgekoppeld de WAM-verzekering, omdat een losse caravan als een zelfstandig motorrijtuig geldt
  3. Aangekoppeld valt de caravan onder de WAM-verzekering van de trekkende auto; losgekoppeld en tot stilstand gekomen geldt de AVP
  4. In beide situaties de cascoverzekering van de caravan, omdat een caravanverzekering altijd aansprakelijkheid tegenover derden insluit

Volgens art. 1 WAM behoort een aanhangwagen die aan het motorrijtuig is gekoppeld, of die na losraken nog niet buiten het verkeer tot stilstand is gekomen, tot het motorrijtuig; de WAM-verzekeraar van de auto dekt dan de aansprakelijkheid. Een losgekoppelde, stilstaande caravan is geen motorrijtuig meer, zodat de AVP de aansprakelijkheid dekt (toetsterm 1c.6).

34. Wat dekt een caravancascoverzekering met uitgebreide dekking gewoonlijk, naast schade aan de caravan zelf?

  1. Ook de aansprakelijkheid van de eigenaar tijdens het rijden, omdat een caravanverzekering de WAM-dekking van de auto vervangt
  2. De voortent en de inventaris tot een polismaximum, vaak met een hagelschadedekking en een regeling voor de nieuwwaarde van jonge caravans
  3. Uitsluitend de caravan zelf; voortent, inventaris en hagelschade moeten op een aparte recreatieverzekering worden ondergebracht
  4. Ook de stallingskosten en de campingplaats, omdat die kosten onvermijdelijk zijn voor het gebruik van de caravan

De caravanverzekering (rubriek recreatiegoederen, toetsterm 1d.7) dekt de caravan tegen brand, storm, diefstal en aanrijding of allrisk, met meestal voortent, luifel en inventaris tot een maximum, een hageldekking en een nieuwwaarderegeling in de eerste jaren. Aansprakelijkheid tijdens het rijden valt onder de WAM-verzekering van de trekkende auto; stallingskosten zijn geen schade.

35. Mevrouw Van der Linden is amateurcelliste en neemt haar cello (waarde € 9.000) wekelijks mee naar repetities en concerten. Waarom is een aparte instrumentenverzekering voor haar zinvol naast de inboedelverzekering?

  1. Omdat de instrumentenverzekering allriskdekking biedt, ook buitenshuis en tijdens vervoer, en niet is gebonden aan de inboedelmaxima
  2. Omdat de premie van een instrumentenverzekering is vrijgesteld van assurantiebelasting, wat bij dure instrumenten veel scheelt
  3. Omdat een muziekinstrument volgens de polisvoorwaarden nooit tot de inboedel behoort en dus in de woning onverzekerd is
  4. Omdat de inboedelverzekering instrumenten uitsluitend vergoedt naar dagwaarde en de instrumentenverzekering altijd de aanschafprijs uitkeert

Toetsterm 1d.7 noemt de instrumentenverzekering als aanvullende bezitsverzekering: zij dekt muziekinstrumenten allrisk (vallen, stoten, diefstal zonder braak, transport), wereldwijd of in Europa, vaak op basis van een taxatie of een vast verzekerd bedrag. Op de inboedelpolis is het instrument thuis wel verzekerd, maar buitenshuis beperkt. Ook deze verzekering is belast met 21 % assurantiebelasting.

Gratis beginnen