Dit onderdeel behandelt de verzekeringen voor de mensen in de onderneming: collectieve ziektekosten (rubriek C1), collectieve ongevallen (C2), werknemersschade (B6) en zakelijke reis en annulering (B1). Bronnen: Zvw, Wlz, Verordening (EG) 883/2004, Boek 7 titel 17 BW, art. 7:611 en 7:658 BW en de polisvoorwaarden.
Iedere Wlz-verzekerde moet een basisverzekering sluiten (art. 2 Zvw); de zorgverzekeraar heeft een acceptatieplicht (art. 3 Zvw) en mag de premie niet naar gezondheid differentiëren (art. 17 Zvw). Sinds 1 januari 2023 is de collectiviteitskorting op de basisverzekering afgeschaft; korting is alleen nog mogelijk op de aanvullende verzekering, waarvoor de verzekeraar gezondheidswaarborgen mag stellen. Het belang voor de werkgever (toetsterm 1c.21) zit daarom in verzuimbeheersing: snelle toegang tot fysiotherapie, bedrijfszorg, preventie en een zorgkostenanalyse (2e.12). De adviseur respecteert de privacy (AVG) en waarschuwt bij oversluiten voor nieuwe waarborgen en wachttijden. Een werkgeversbijdrage aan de premie is loon.
De verzekeringsplicht volgt de Wlz: wie in Nederland woont of hier in loondienst werkt, is Wlz- en dus Zvw-plichtig (art. 2.1.1 Wlz). Binnen de EU/EER geldt het werklandbeginsel (Verordening 883/2004); bij detachering tot in de regel 24 maanden blijft de werknemer met een A1-verklaring verzekerd in het uitzendland. Gezinsleden in een verdragsland krijgen zorg via het woonland (CAK). Voor expats buiten de verdragslanden biedt een expatverzekering de oplossing (1e.27). De EHIC dekt alleen medisch noodzakelijke zorg.
Een sommenverzekering (art. 7:964 BW) met de rubrieken A overlijden, B blijvende invaliditeit (via de gliedertaxe), C tijdelijke arbeidsongeschiktheid en D geneeskundige kosten. Verzekerde bedragen worden vaak als veelvoud van het jaarsalaris gesteld; verzekeraars hanteren in de regel een maximum per verzekerde en een cumulatielimiet per gebeurtenis (1e.28, indicatief). Bouw, transport, horeca en agrarische bedrijven kennen verhoogde risico's (1c.24); gevaarlijke sporten, alcohol, opzet en oorlog zijn gangbare uitsluitingen (2e.15). Een verhoogde schadelast leidt tot premieverhoging, aangepaste voorwaarden of opzegging (1h.5). Voor wie geen AOV kan sluiten is de ongevallenverzekering een gedeeltelijke oplossing (2e.13). Fiscaal: de aanspraak uit een door de werkgever betaalde polis is in de regel vrijgesteld, de uitkering wordt als loon belast (art. 11 Wet op de loonbelasting 1964, indicatief).
Na de arresten van de Hoge Raad over goed werkgeverschap (art. 7:611 BW) moet een werkgever zorgen voor een behoorlijke verzekering van werknemers die aan het verkeer deelnemen. De WEGAM en de bredere werknemersschadeverzekering vergoeden de werkelijke schade zonder dat aansprakelijkheid hoeft vast te staan; daarin verschillen zij van de rubriek werkgeversaansprakelijkheid van de AVB (art. 7:658 BW), die motorrijtuigschade meestal uitsluit.
De basisverzekering vergoedt zorg in het buitenland tot het Nederlandse tarief; de doorlopende zakenreisverzekering vergoedt het meerdere, repatriëring, bagage, zakelijke apparatuur en een vervangende collega (1g.4). Een annuleringsverzekering wordt in principe binnen circa zeven dagen na de boeking gesloten (indicatief); daarna gelden wachttijden of uitsluitingen voor al bekende omstandigheden (1e.16a). Voor beurzen is er de evenementenverzekering.
1. Waarin zit sinds 2023 het belangrijkste belang van een collectieve ziektekostenverzekering voor een werkgever met 60 werknemers?
Sinds 1 januari 2023 is de collectiviteitskorting op de basisverzekering afgeschaft (wijziging van de Zorgverzekeringswet); alleen op de aanvullende verzekering mag nog korting worden gegeven. Het belang voor de werkgever ligt daarom in verzuimbeheersing en bedrijfszorg (toetsterm 1c.21). Het eigen risico kan niet collectief worden afgekocht en de werkgeversheffing Zvw blijft altijd verschuldigd.
2. De directeur van Metaalbewerking Rotterdam BV vraagt zijn adviseur een collectief zorgcontract te regelen waarmee zijn 45 werknemers 10 % korting krijgen op de premie van de basisverzekering. Wat moet de adviseur antwoorden?
Per 1 januari 2023 is de collectiviteitskorting op de basisverzekering uit de Zorgverzekeringswet geschrapt; het verbod op premiedifferentiatie van art. 17 Zvw geldt sindsdien onverkort. De begrenzing op 5 % gold van 2020 tot en met 2022. Op de aanvullende verzekering, een gewone particuliere verzekering, blijft een collectiviteitskorting toegestaan (toetsterm 2e.11).
3. Restaurant De Gouden Lepel vof biedt zijn personeel een collectief zorgcontract aan. Op welk onderdeel van de zorgverzekering mag de zorgverzekeraar de deelnemers nog een collectiviteitskorting geven?
De aanvullende verzekering is een privaatrechtelijke verzekering (BW 7 titel 17) waarop de Zorgverzekeringswet niet van toepassing is; de verzekeraar bepaalt zelf premie en korting. Op de basisverzekering geldt art. 17 Zvw (gelijke premie voor alle verzekerden van dezelfde polisvariant) en sinds 2023 zonder uitzondering voor collectiviteiten. Het verplichte eigen risico is wettelijk voor iedereen gelijk (toetsterm 2e.11).
4. Een werknemer van Stichting Kinderopvang Zon met een chronische darmaandoening wil deelnemen aan het nieuwe collectieve zorgcontract van haar werkgever, inclusief een uitgebreid aanvullend pakket. Welke stelling over de acceptatie is juist?
Art. 3 Zvw legt de zorgverzekeraar een acceptatieplicht op voor de basisverzekering; gezondheid speelt daarbij geen rol. De aanvullende verzekering valt onder het gewone verzekeringsrecht, zodat de verzekeraar gezondheidswaarborgen mag hanteren, al bieden veel collectieve contracten in de praktijk acceptatie zonder selectie bij instroom. Een keuring als voorwaarde voor deelname past niet bij de Wet op de medische keuringen.
5. Welke regel uit de Zorgverzekeringswet verhindert dat een zorgverzekeraar de 80 werknemers van een bouwbedrijf een hogere premie voor de basisverzekering vraagt vanwege hun risicovolle beroep?
Art. 17 Zvw bepaalt dat de zorgverzekeraar voor dezelfde zorgverzekering aan alle verzekerden dezelfde premie in rekening brengt; leeftijd, gezondheid of beroep mogen geen rol spelen. De risicoverevening (art. 32 e.v. Zvw) compenseert verzekeraars juist voor die gelijke premie. Het hinderpaalcriterium betreft de vergoeding van niet-gecontracteerde zorg, niet de premie.
6. Transportbedrijf Van Leeuwen BV wil per werknemer € 20 per maand bijdragen aan de premie van het collectieve aanvullende pakket. De directeur vraagt hoe de fiscus deze bijdrage behandelt. Welk antwoord is juist?
Een vergoeding van de werkgever voor de zorgpremie van de werknemer is loon in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964; de werkgever kan de vergoeding wel als eindheffingsloon aanwijzen binnen de vrije ruimte van de werkkostenregeling (Handboek Loonheffingen van de Belastingdienst). Zorgpremies zijn voor de werknemer niet aftrekbaar; alleen de wettelijke inkomensafhankelijke bijdrage is een werkgeversheffing.
7. Welke financiële verplichting uit de Zorgverzekeringswet rust op iedere werkgever, ongeacht of hij een collectief zorgcontract heeft gesloten?
Naast de nominale premie die de verzekerde zelf betaalt, kent de Zvw een inkomensafhankelijke bijdrage; voor werknemers is dit een werkgeversheffing die de werkgever via de loonaangifte afdraagt aan de Belastingdienst (art. 41 e.v. Zvw). Een collectief contract is voor geen enkele werkgever verplicht en het eigen risico is een verplichting van de verzekerde zelf.
8. Uit de zorgkostenanalyse van Distributiecentrum Oost BV (120 magazijnmedewerkers) blijkt dat 40 % van het verzuim samenhangt met rug- en schouderklachten. Welke maatregel sluit hierop het beste aan?
Toetsterm 2e.12 vraagt om beheersingsmaatregelen die aansluiten op verzuim- en ongevalgegevens: bij klachten aan het bewegingsapparaat zijn snelle fysiotherapie en preventie op de werkplek (RI&E en art. 3 Arbowet) het meest zinvol. Een ongevallenverzekering keert alleen bij een ongeval uit, een AOV is een inkomensproduct en een eigen risico opleggen aan werknemers is wettelijk niet mogelijk en drukt het verzuim niet.
9. De directeur van Schildersbedrijf Mulder BV (14 werknemers) vraagt de adviseur om per werknemer de gedeclareerde zorgkosten uit het collectieve contract op te vragen, zodat hij weet wie er veel ziek is. Hoe handelt de adviseur correct?
Gegevens over gezondheid zijn bijzondere persoonsgegevens (art. 9 AVG); de werkgever mag die niet verwerken en de zorgverzekeraar verstrekt ze niet aan derden. Een zorgkostenanalyse voor de werkgever gebeurt uitsluitend geaggregeerd en geanonimiseerd, en toetsterm 2e.12 benadrukt dat de adviseur de privacy van werknemers respecteert. De werkgever is bovendien niet de verzekeringnemer van de individuele zorgverzekeringen.
10. IT-bedrijf Codewerk BV wil zijn collectieve zorgcontract per 1 januari overzetten naar een andere zorgverzekeraar met een goedkoper aanvullend pakket. Waarvoor moet de adviseur de werkgever en de werknemers vooral waarschuwen?
De basisverzekering volgt de verzekerde zonder selectie (art. 3 Zvw), maar het aanvullende pakket is een nieuwe particuliere verzekering waarvoor de nieuwe verzekeraar gezondheidsvragen mag stellen, wachttijden mag hanteren of bestaande aandoeningen mag uitsluiten. Toetsterm 2e.12 noemt uitdrukkelijk 'oppassen met gezondheidswaarborgen bij oversluiten aanvullend pakket'. Een no-claimtegoed bestaat in de Zvw niet meer.
11. Welke factor beschouwt een zorgverzekeraar bij het aanbieden van een collectief aanvullend pakket als risicoverzwarend?
Voor de aanvullende verzekering mag de verzekeraar het risico wel beoordelen (toetsterm 1c.22): een oudere populatie, fysiek zwaar werk, hoog verzuim en beroepen met veel fysiotherapie- of tandartsgebruik verhogen de verwachte schadelast. Het gekozen eigen risico raakt alleen de basisverzekering en een jonge, gezonde populatie is juist risicoverlagend.
12. Hoveniersbedrijf Groenwerk vof (22 medewerkers, veel fysiek werk buiten) vraagt een collectief aanvullend pakket met onbeperkte fysiotherapie en een ruime tandartsdekking. Welke beoordeling van de zorgverzekeraar is het meest waarschijnlijk?
Bij een aanvullende verzekering mag de verzekeraar acceptatievoorwaarden stellen: een fysiek zwaar beroep is een risicoverzwarende factor voor fysiotherapie (toetsterm 1c.22), zodat een maximering per jaar of een hogere collectieve premie gebruikelijk is. De acceptatieplicht van art. 3 Zvw geldt alleen voor de basisverzekering; een uitgesloten beroepsgroep kent de wet niet en wie de premie betaalt verandert het risico niet.
13. Een werkgever kan zijn collectief bij een naturapolis of een restitutiepolis onderbrengen. Wat is het belangrijkste verschil in de declaratiestroom voor de werknemers?
Bij een naturapolis (art. 11 lid 1 onder a Zvw) levert de verzekeraar de zorg via gecontracteerde zorgverleners die rechtstreeks declareren; bij een restitutiepolis (onder b) heeft de verzekerde recht op vergoeding van kosten en declareert hij vaker zelf, met vrije zorgkeuze. Het verplichte eigen risico geldt bij beide polisvormen en de werkgever staat buiten de declaratiestroom (toetsterm 2e.11).
14. Bij het collectieve zorgcontract van Accountantskantoor Berg & Partners wil de directie dat alle 30 medewerkers het maximale vrijwillige eigen risico kiezen, zodat de premie voor iedereen daalt. Wat is juist?
De zorgverzekering is een individuele overeenkomst tussen verzekerde en zorgverzekeraar (art. 1 en 2 Zvw); het collectief is slechts een raamafspraak over korting en service. Het vrijwillig eigen risico (art. 20 Zvw, hoogte indicatief en jaarlijks herzien) kiest iedere verzekerde zelf, en de wet kent geen uitsluiting van chronisch zieken. De adviseur legt de werkgever de grens van zijn rol uit (toetsterm 2e.11).
15. Waarom is de collectieve zorgverzekering voor een assurantiekantoor in de regel commercieel weinig aantrekkelijk?
Toetsterm 2e.11 noemt de 'marginale provisie voor het distributiekanaal': zorgverzekeraars betalen een lage vergoeding per verzekerde, zodat het collectief vooral een servicemiddel is om de zakelijke relatie te binden. Het provisieverbod van art. 86c BGfo geldt voor complexe en impactvolle producten, niet voor zorgverzekeringen, en ziektekostenverzekeringen zijn vrijgesteld van assurantiebelasting.
16. Een 34-jarige lasser van Metaalbewerking Rotterdam BV heeft na een verkeerde beweging acute rugklachten en wil twaalf behandelingen fysiotherapie. Hij heeft alleen een basisverzekering. Wat legt de adviseur de werkgever uit?
Fysiotherapie voor volwassenen zit alleen in het basispakket bij aandoeningen op de zogenoemde chronische lijst (Besluit zorgverzekering), en dan doorgaans pas na een aantal behandelingen voor eigen rekening; gewone rugklachten vallen daar niet onder. Dit is precies het belang van een collectief aanvullend pakket (toetsterm 2c.4). Een verkeerde beweging is geen ongeval in de zin van de ongevallenpolis, en de Arbowet regelt preventie, geen zorgkosten.
17. Een zorgverzekeraar biedt Bouwbedrijf Van Dam BV een bedrijfszorgpakket aan naast het collectieve contract. Welk risico dekt zo'n bedrijfszorgpakket voor de werkgever af?
Een bedrijfszorgpakket geeft de werkgever als contractant toegang tot interventies die verzuim bekorten: snelle fysiotherapie, psychologische hulp, wachtlijstbemiddeling en arbeidsgerelateerde zorg die buiten het basispakket valt. Dat verlaagt de loondoorbetalingskosten van art. 7:629 BW (toetsterm 2c.4). Aansprakelijkheid hoort bij de AVB en buitenlandse zorgkosten bij de zakenreisverzekering.
18. Alle 40 werknemers van Drukkerij Snel BV sluiten via het collectief een aanvullend pakket van € 25 per maand met 8 % collectiviteitskorting. Hoeveel besparen zij samen per jaar ten opzichte van individueel sluiten?
De jaarpremie van het collectief is 40 × € 25 × 12 = € 12.000; 8 % daarvan is € 960. De korting geldt alleen voor de aanvullende verzekering; over de basisverzekering is sinds 2023 geen collectiviteitskorting meer toegestaan (Zorgverzekeringswet, toetsterm 2e.2). Het kortingspercentage is een gegeven van de aanbieder en verandert jaarlijks.
19. Kwekerij Westland BV neemt een Poolse werknemer in dienst die in Nederland gaat wonen en werken. De werkgever vraagt of deze werknemer een Nederlandse zorgverzekering moet sluiten. Wat is juist?
Wie in Nederland woont of hier in loondienst werkt en aan de loonbelasting is onderworpen, is verzekerd voor de Wlz (art. 2.1.1 Wlz) en daarmee verzekeringsplichtig voor de Zvw (art. 2 Zvw); dat geldt vanaf de eerste dag, zonder wachttijd. Verordening (EG) 883/2004 kent het werklandbeginsel, niet het nationaliteitsbeginsel. Een expatverzekering is alleen nodig als de Nederlandse verzekeringsplicht ontbreekt (toetsterm 1e.27).
20. Een Duitse machinefabrikant detacheert een monteur voor 14 maanden bij Productiebedrijf Twente BV. De monteur blijft in Duitsland wonen en heeft een A1-verklaring. Hoe is hij verzekerd voor ziektekosten?
Bij detachering binnen de EU blijft de werknemer onder de socialezekerheidswetgeving van het uitzendland vallen zolang de detachering in de regel niet langer duurt dan 24 maanden (art. 12 Verordening (EG) 883/2004); de A1-verklaring bewijst dat. Hij is dan niet Wlz-verzekerd en dus niet Zvw-plichtig. Het collectief van de Nederlandse inlener staat hier los van (toetsterm 1e.27).
21. Ingenieursbureau Delta BV zendt een projectleider voor 18 maanden uit naar Spanje; hij blijft in dienst van Delta en zijn gezin verhuist mee. Wat adviseert de adviseur over de zorgverzekering van de projectleider?
Bij uitzending door een Nederlandse werkgever binnen de EU blijft de werknemer met een A1-verklaring van de SVB onder de Nederlandse sociale zekerheid vallen, in de regel tot 24 maanden (art. 12 Verordening (EG) 883/2004). Hij houdt zijn basisverzekering en registreert zich met een S1-formulier in het woonland voor zorg aldaar. Spanje is een EU-land, dus een expatverzekering is niet nodig (toetsterm 1e.27).
22. Softwarebedrijf Nexus BV plaatst een medewerker voor drie jaar bij een dochteronderneming in de Verenigde Staten; hij komt daar in dienst en verhuist met zijn gezin. Welke verzekeringsoplossing past?
Wie buiten Nederland gaat wonen en daar in dienst treedt, is geen ingezetene meer en ook niet meer in Nederland loonbelastingplichtig: de Wlz-verzekering eindigt en daarmee de Zvw-plicht (art. 2 Zvw). De Verenigde Staten kennen geen socialezekerheidsverdrag met zorgdekking, zodat een internationale expatverzekering de passende oplossing is (toetsterm 1e.27). Een reisverzekering is bedoeld voor tijdelijke reizen, niet voor emigratie.
23. Een Roemeense chauffeur werkt en woont in Nederland voor Transportbedrijf Van Leeuwen BV; zijn vrouw en kinderen blijven in Roemenië wonen en werken niet. Hoe krijgen de gezinsleden zorg?
Gezinsleden die in een ander EU-land wonen dan het werkland van de verzekerde, hebben op grond van Verordening (EG) 883/2004 recht op zorg in hun woonland volgens het pakket van dat land; Nederland betaalt als bevoegd land en het CAK registreert hen als verdragsgerechtigden en int een bijdrage. Een Nederlandse zorgverzekering kent geen medeverzekering en zij zijn niet zelf Wlz-verzekerd (toetsterm 1e.27).
24. Een Indiase kenniswerker begint op 1 maart bij Chipontwerp Eindhoven BV en gaat in Nederland wonen. Hij sluit pas op 15 juli een basisverzekering. Wat is het gevolg?
De verzekeringsplicht ontstaat op de dag dat iemand Wlz-verzekerd wordt (art. 2 Zvw). Wie zich binnen vier maanden aanmeldt, is met terugwerkende kracht verzekerd (art. 5 lid 5 Zvw); daarna geldt de dekking pas vanaf de aanmelding en kan het CAK op grond van art. 9b Zvw een boete opleggen. Weigeren mag de zorgverzekeraar niet (acceptatieplicht art. 3 Zvw), en de werkgever is niet aansprakelijk voor zorgkosten (toetsterm 1e.27).
25. Wat regelt de Europese ziekteverzekeringskaart (EHIC) voor een werknemer die voor zijn werkgever twee weken in Italië werkt?
De EHIC geeft binnen de EU/EER, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk recht op medisch noodzakelijke zorg tijdens een tijdelijk verblijf volgens de regels en tarieven van het verblijfland (Verordening (EG) 883/2004). Eigen bijdragen van dat land blijven voor rekening van de verzekerde en repatriëring valt er niet onder; daarvoor is een reisverzekering nodig (toetsterm 1g.4). Geplande zorg vereist vooraf toestemming.
26. Een medewerker van Logistiek Venlo BV woont in België en werkt uitsluitend in Nederland. Waar is hij verzekerd voor ziektekosten en hoe krijgt hij zorg in zijn woonland?
Voor grensarbeiders geldt het werklandbeginsel van art. 11 Verordening (EG) 883/2004: wie in Nederland in loondienst werkt, is hier Wlz- en Zvw-verzekerd, ook als hij elders woont. Met een S1-formulier registreert hij zich bij het Belgische ziekenfonds en heeft hij recht op zorg in beide landen. Dubbele verzekering of alleen dekking in het werkland is niet hoe het verdragsrecht werkt (toetsterm 1e.27).
27. Tot welk bedrag vergoedt de Nederlandse basisverzekering spoedeisende zorg die een werknemer tijdens een zakenreis buiten Europa nodig heeft?
De basisverzekering heeft werelddekking, maar vergoedt zorg in het buitenland hoogstens tot het Nederlandse (markt)tarief en met toepassing van het eigen risico (art. 11 Zvw en de polisvoorwaarden). Buiten Nederland liggen de tarieven vaak hoger, en het verschil is precies het gat dat de reisverzekering met de rubriek geneeskundige kosten aanvult (toetsterm 1g.4). Een vast bedrag per reis kent de Zvw niet.
28. Een monteur van Installatiebedrijf Noord BV wordt tijdens een zakenreis in Canada opgenomen; de ziekenhuisnota is € 7.500. De zorgverzekeraar vergoedt tot het Nederlandse tarief van € 4.500; het eigen risico was al volledig verbruikt. Wat betaalt de doorlopende zakenreisverzekering met dekking geneeskundige kosten?
De rubriek geneeskundige kosten van een reisverzekering is aanvullend: zij vergoedt wat de zorgverzekeraar (Zvw, tot het Nederlandse tarief) niet vergoedt, hier € 7.500 − € 4.500 = € 3.000 (toetsterm 1g.4). Daarom eist de reisverzekeraar dat er een Nederlandse zorgverzekering bestaat. Een eigen risico van 20 % op medische kosten is niet gebruikelijk.
29. Een verkoopmedewerker van Machinehandel De Vries BV breekt tijdens een beurs in Dubai zijn heup en moet met medische begeleiding per vliegtuig naar Nederland worden vervoerd. Wie vergoedt de kosten van dit vervoer?
Repatriëring en de alarmcentrale zijn typische dekkingen van de (zaken)reisverzekering; het basispakket kent alleen zittend en liggend ziekenvervoer in beperkte zin en geen medisch begeleide terugreis uit het buitenland (Besluit zorgverzekering, toetsterm 1g.4). Rubriek D van een ongevallenpolis vergoedt geneeskundige behandelkosten tot een maximum, geen vervoer, en art. 7:658 BW gaat over aansprakelijkheid, niet over een repatriëringsplicht.
30. Welke dekking onderscheidt een doorlopende zakenreisverzekering typisch van een particuliere doorlopende reisverzekering?
Een zakenreisverzekering wordt door de werkgever gesloten voor alle reizende werknemers en kent zakelijke rubrieken: zakelijke bagage en apparatuur, monsters, extra reis- en verblijfkosten en de kosten van een vervangende collega die het werk overneemt (toetsterm 1e.1). Medische kosten boven het Nederlandse tarief dekt ook een particuliere reispolis; woon-werkverkeer is geen reis in de zin van de polis.
31. Een consultant van Adviesgroep Meridiaan BV blijft na een congres in Lissabon vijf dagen langer voor vakantie. Tijdens die dagen wordt haar laptop gestolen. Hoe beoordeelt de zakenreisverzekeraar deze claim doorgaans?
Een zakenreisverzekering dekt reizen in opdracht van de werkgever; een aansluitend privéverblijf valt daar in beginsel buiten, tenzij de polis een clausule voor privéverlenging (vaak een beperkt aantal dagen) bevat. De adviseur controleert dit bij het inventariseren van de reisbehoefte (toetsterm 1e.2). Laptops zijn juist een kernonderdeel van de rubriek zakelijke apparatuur.
32. Tijdens een teamuitje in Oostenrijk, georganiseerd door Softwarebedrijf Nexus BV, raakt een medewerker gewond bij het off-piste skiën. De zakenreisverzekering heeft geen wintersportdekking. Wat is het gevolg voor de medische kosten?
Wintersport en zeker off-piste skiën vallen op reisverzekeringen alleen onder de dekking als de rubriek wintersport of gevaarlijke sporten is meeverzekerd (toetsterm 1e.2). De basisverzekering kent zo'n uitsluiting niet en vergoedt spoedzorg tot het Nederlandse tarief (art. 11 Zvw). Een werkgever die een uitje organiseert, aanvaardt daarmee geen verzekeringsverplichting; aansprakelijkheid vereist een tekortkoming (art. 7:658 BW).
33. Binnen welke termijn na de boeking moet een annuleringsverzekering in principe zijn gesloten om volledige dekking te krijgen?
Verzekeraars eisen dat de annuleringsverzekering kort na de boeking wordt gesloten, doorgaans binnen circa zeven dagen (indicatief, per verzekeraar verschillend); zo wordt antiselectie voorkomen, omdat de klant bij het sluiten nog niets weet over toekomstige annuleringsredenen (toetsterm 1e.16a). Later sluiten is niet ongeldig maar leidt tot beperkte dekking. Boek 7 BW kent geen bedenktermijn van dertig dagen voor reizen.
34. Handelsonderneming Zuid BV boekt op 3 maart een beursreis voor vier medewerkers en denkt pas op 2 april aan een annuleringsverzekering. Welke mogelijkheden heeft het bedrijf nog?
Toetsterm 1e.16a vraagt naar de mogelijkheden na overschrijding van de sluitingstermijn: veel verzekeraars accepteren dan nog wel, maar met een wachttijd van enkele weken of met uitsluiting van omstandigheden die bij het sluiten al bekend waren; ook een doorlopende (zaken)annuleringsverzekering voor toekomstige boekingen is een optie. Een ongevallenverzekering is een sommenverzekering en vergoedt geen annuleringskosten.
35. Adviesbureau Kompas BV boekt een congresreis van € 4.000 voor twee medewerkers en sluit direct een annuleringsverzekering. Door een ernstige ziekte van een van hen wordt de reis geannuleerd; de reisorganisatie rekent 75 % annuleringskosten. Wat vergoedt de annuleringsverzekering?
De annuleringsverzekering vergoedt de annuleringskosten die de klant aan de reisorganisatie verschuldigd is, hier 75 % × € 4.000 = € 3.000; het restant van € 1.000 betaalt de reisorganisatie terug. Ernstige ziekte van een reiziger is een gedekte annuleringsreden (toetsterm 1e.16a). De reissom zelf wordt niet uitgekeerd: het is een schadeverzekering (art. 7:944 BW).